ECLI:NL:PHR:2021:645
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De verdachte is door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder wederrechtelijk binnendringen in voor de openbare dienst bestemde lokalen en het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing volgens artikel 509hh Sv. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld.
Namens de verdachte zijn echter geen middelen van cassatie tijdig ingediend door een raadsman, waardoor niet is voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv. Hierdoor kan de Hoge Raad de zaak niet inhoudelijk behandelen.
De Procureur-Generaal concludeert dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. Er is tevens samenhang met andere zaken, maar ook daarin zijn geen middelen ingediend. Het hof heeft eerder een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken opgelegd met een proeftijd van twee jaar.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen.