ECLI:NL:PHR:2021:646
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De verdachte is bij arrest van 19 juni 2019 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot tien dagen gevangenisstraf wegens opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing en het wederrechtelijk binnendringen in een lokaal bestemd voor de openbare dienst.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte, maar er zijn geen middelen van cassatie tijdig ingediend door een raadsman binnen de wettelijke termijn. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. Er is tevens samenhang met twee andere zaken, maar ook daarin is dezelfde conclusie van toepassing.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.