ECLI:NL:PHR:2021:672

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 mei 2021
Publicatiedatum
2 juli 2021
Zaaknummer
19/05952
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.3.6.3 Procesreglement Hoge Raad
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbrekende pleitnota in hoger beroep mishandeling ambtenaar

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens mishandeling van een ambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening. In hoger beroep werd het onderzoek ter terechtzitting gehouden op 11 december 2019, waarbij de raadsman van de verdachte pleitnotities gebruikte. Deze pleitnotities ontbreken echter in de aan de Hoge Raad toegezonden stukken.

De raadsvrouw van de verdachte verzocht tijdig om een afschrift van deze pleitnotities, maar het hof meldde dat deze niet meer beschikbaar waren. Hierdoor kan de Hoge Raad niet beoordelen of er tijdens de terechtzitting meer verweren of onderbouwde standpunten zijn ingebracht dan in het arrest vermeld. Dit gebrek aan stukken leidt tot strijd met een behoorlijke procesorde.

De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim onherstelbaar is en verklaart het onderzoek ter terechtzitting nietig. Dit betekent dat het middel van de verdachte terecht is voorgesteld. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep op de bestaande feiten en gronden.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting wegens ontbrekende pleitnota.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/05952
Zitting25 mei 2021

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1. De verdachte is bij arrest van 24 december 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens onder 1. “mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Voorts heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij, alsmede op een tweetal vorderingen tenuitvoerlegging, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft bij schriftuur en aanvullende schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Doelmatigheidshalve bespreek ik eerst het
tweedemiddel. Dit middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2019 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.
4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2019 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van zijn pleitnotities die door hem aan het hof zijn overgelegd.
5. De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsvrouw van de verdachte bij bericht in het webportaal van de Hoge Raad van 3 december 2020 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnotities. Desgevraagd heeft de voorzitter van het hof bij brief van 11 januari 2021 de Hoge Raad bericht dat deze pleitnotities niet op het hof zijn achtergebleven.
6. Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
7. Het voorgaande betekent dat het eerste middel buiten bespreking kan blijven.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG