ECLI:NL:PHR:2021:702

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
1 juni 2021
Publicatiedatum
12 juli 2021
Zaaknummer
19/05626
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.3.6.3 Procesreglement HR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken pleitnota in hoger beroep oplichting

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor oplichting tot zes weken gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld.

In het cassatieonderzoek bleek dat de pleitnota die tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 12 december 2019 door de raadsman van de verdachte was overgelegd en waarop het verweer was gebaseerd, ontbrak in het dossier dat aan de Hoge Raad was gezonden. Pogingen om alsnog een afschrift van deze pleitnota te verkrijgen mislukten omdat deze in het ongerede was geraakt.

De Hoge Raad oordeelde dat hierdoor niet kan worden vastgesteld of tijdens de terechtzitting verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten zijn naar voren gebracht. Dit gebrek leidt tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep.

Uitkomst: Arrest gerechtshof vernietigd en zaak terugverwezen wegens ontbreken pleitnota in hoger beroep.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/05626
Zitting1 juni 2021

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 12 december 2019 door het gerechtshof Den Haag wegens “oplichting” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij, een en ander als in het arrest vermeld.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 december 2019 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.
4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 december 2019 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van zijn pleitnotities die door hem aan het hof zijn overgelegd.
5. De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht en brief van 16 december 2020 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnotities. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 december 2019 vermeldt dat de pleitnotities in het ongerede zijn geraakt en zich niet in het dossier bevinden.
6. Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens hetgeen is vermeld in het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 december 2019 onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG