Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
als verklaring van de verdachte, afgelegd op 7 november 2019:
Uit het dossier blijkt dat de auto waarvan verdachte destijds gebruik maakte, was voorzien van een peilbaken in verband met een onderzoek naar de betrokkenheid van verdachte bij inbraken in de regio. Bij het uitlezen van de meetresultaten van het baken heeft de politie een terugkerend patroon in het rijgedrag gesignaleerd in de avond/nacht van 23 juli 2019 en 24 juli 2019. Uit de gegevens blijkt dat de auto zich in de avond van 23 juli 2019 heeft verplaatst vanuit [plaats] - de woonplaats van verdachte - in de richting van [plaats] . De auto heeft zich vervolgens door meerdere straten in [plaats] verplaatst, waaronder de [a-straat ] , waar aangever woonachtig is. Vervolgens is de auto weer teruggegaan naar [plaats] . Op 24 juli 2019 omstreeks 01:00 uur is de auto opnieuw vanuit [plaats] naar [plaats] gegaan, waar hij geparkeerd werd op de [c-straat ] . Uit het dossier blijkt dat deze locatie in de directe omgeving en op loopafstand (+/- 350 meter) van de woning van aangever is gelegen. Het voertuig heeft tot ongeveer 03:30 uur in de [c-straat ] geparkeerd gestaan, waarna de auto [plaats] weer heeft verlaten.
1.Vatbaar voor verbeurdverklaring zijn:
(…)
c. voorwerpen met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;
(…)”
instrumentum delictite kunnen worden aangemerkt als bedoeld in art. 33a, eerste lid onder c Sr. Enerzijds omdat – zo begrijp ik althans het middel –“anders dan bijvoorbeeld het geval zou kunnen zijn bij een ramkraak” de auto niet daadwerkelijk is gebruikt bij de inbraak zelf, anderzijds omdat een dergelijke “extensieve interpretatie” ertoe zou kunnen leiden dat “niet alleen zaken als auto’s, maar ook gedragen kleding, schoenen en wat dies meer zij in aanmerking zou komen voor verbeurdverklaring.”