ECLI:NL:PHR:2021:722
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onduidelijkheid bij betekening dagvaarding in hoger beroep
De verdachte was bij verstek veroordeeld voor overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en verklaard niet-ontvankelijk in hoger beroep door het hof. De verdediging stelde cassatie in met het middel dat het hof ten onrechte de appeldagvaarding niet nietig had verklaard vanwege onjuiste betekening op een gewijzigd GBA-adres.
De Hoge Raad onderzocht of de dagvaarding correct was betekend. Uit de stukken bleek dat de dagvaarding niet was aangeboden op het adres waarop de verdachte volgens de basisregistratie personen (BRP) stond ingeschreven ten tijde van de betekening, maar op een ander adres. De situatie ten tijde van de dagvaarding is maatgevend, en het hof had onvoldoende onderbouwd dat de betekening rechtsgeldig was.
De conclusie van de procureur-generaal was dat het middel deels gegrond is en dat vernietiging en terugwijzing naar het hof noodzakelijk is voor een correcte beoordeling. Er werden geen andere gronden voor vernietiging gevonden. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onduidelijkheid over de juiste betekening van de dagvaarding.