Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt over de beslissing van het hof tot afwijzing van het aanhoudingsverzoek.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. R.l. Takens, advocaat te Amsterdam, die mededeelt dat hij wel uitdrukkelijk is gemachtigd als raadsman de verdachte te verdedigen.
De raadsman voert bij wijze van preliminair verweer het volgende aan: Ik verzoek primair om de dagvaarding nietig te verklaren. De dagvaarding kent een gebrek in de betekening. Het openbaar ministerie heeft niet voldaan aan de inspanningsverplichting om de dagvaarding in persoon te betekenen. Mijn cliënt heeft bij de politie verklaard dat hij in Bosnië woont. Er is toen niet doorgevraagd naar het concrete adres van mijn cliënt. Een concreter aanknopingspunt in het dossier voor een adres van mijn cliënt is de kopie van zijn rijbewijs. Op dat rijbewijs staat dat het uit Srebrenica komt. Net als in Nederland moet je in Bosnië je rijbewijs aanvragen in de gemeente waar je woont. Bij deze verwijs ik naar een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2017:27) waarin is besloten, als een Nederlander naar het buitenland, alleen sprake kan zijn van een geldige betekening als eerst in de gemeente waar deze persoon zich heeft uitgeschreven wordt nagevraagd waar precies deze persoon naartoe is geëmigreerd.
Als u niet meegaat met dit verzoek, doe ik subsidiair het verzoek om de zaak aan te houden. Mijn cliënt heeft aan mij uitdrukkelijk aangegeven in hoger beroep te willen. Daarom ga ik ervan uit dat hij zijn aanwezigheidsrecht wil effectueren. Echter is met cliënt sindsdien geen contact meer geweest. Als hij al van deze zitting had geweten, dan had hij door de maatregelen omtrent het coronavirus Nederland niet kunnen bereiken. Deze zitting was net te vroeg om zo’n reis te organiseren.
De advocaat-generaal concludeert tot verwerping van dit verweer. Hij doet dit als volgt. Ik ben niet bekend met de jurisprudentiële regel die de raadsman net aanhaalde. Volgens mij bestaat deze ook niet. Mijns inziens is er juist gehandeld met betrekking tot het adres van de verdachte. Toen bij het politieverhoor aan de verdachte werd gevraagd waar hij woonde, gaf hij aan geen adres te hebben. De politie vroeg hem dus wel degelijk naar zijn adres. Toen had hij dat moeten vertellen. De dagvaarding is dus juist betekend. Verder ken ik de casus niet van het door de raadsman aangehaalde arrest van de Hoge Raad. Ik vraag om ook het aanhoudingsverzoek af te wijzen. Aanhouding kan alleen bij bijzondere reden. Deze is er niet. Het is aan de verdachte om contact op te nemen met zijn raadsman als hij zelf hoger beroep heeft ingesteld en de raadsman heeft gemachtigd.
Na beraad in raadkamer deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat het primair gevoerde preliminaire verweer wordt verworpen. Er is geen rechtsregel die aan de Nederlandse overheid een verplichting oplegt om actief naar het adres van een verdachte te zoeken als dat niet is opgegeven tijdens het politieverhoor. De dagvaarding is daarom op juiste wijze betekend. Verder deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat het subsidiaire aanhoudingsverzoek wordt afgewezen. Niet aannemelijk is geworden dat de verdachte daadwerkelijk in de feitelijke onmogelijkheid is om aanwezig te zijn. De raadsman kan op die mogelijkheid slechts speculeren, aangezien hij geen contact meer heeft met zijn cliënt.”
NJ2020/24 m.nt. P.A.M. Mevis). In dit arrest heeft de Hoge Raad voor in gevallen als onderhavige het volgende bepaald: