Conclusie
1.De aanleiding voor deze aanvullende conclusie
2.De conclusie van 6 juli 2021
NJ2010/654 m.nt. P.A.M. Mevis. In het middel wordt een lans gebroken voor een toetsingsmaatstaf waarvan de inhoud en omvang wordt bepaald door de (civielrechtelijke) opvatting dat het enkele bezit van het geld al zou gelden als onmiskenbare aanwijzing voor eigendom. Ik heb aangegeven dat ik voor de juistheid van die opvatting in de wetsgeschiedenis (op de ontnemingswetgeving) en in de jurisprudentie geen aanknopingspunten of argumenten heb kunnen vinden. Ik concludeerde dat ik met die opvatting ook niet uit de voeten kan in een situatie waarin het dossier aanwijzingen bevat dat degene onder wie het conservatoir beslag is gelegd met behulp van klager in de woning van de vader van klager crimineel geld heeft ondergebracht en ik voegde daar nog aan toe dat in het geval van klager een beroep op het ‘bezit’ ook bepaald niet sterk is omdat het geld in beslag is genomen in de woning van zijn vader.
Aanvullend: conclusie reeds besproken deel van het middel en voorts bespreking en conclusie van het andere deel van het middel