ECLI:NL:PHR:2021:785
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring van vordering schadevergoeding rompbevrachtingsovereenkomst wegens naheffing accijns gasolie
Iris Shipping verhuurde het binnenvaarttanker Bonova aan Somtrans op basis van een rompbevrachtingsovereenkomst. Na beëindiging van de overeenkomst stelde de Belastingdienst een naheffingsaanslag accijns gasolie vast vanwege vermoedelijk witten van gasolie door Somtrans tijdens de huurperiode. Iris Shipping vorderde schadevergoeding van Somtrans wegens onrechtmatig handelen en ongerechtvaardigde verrijking.
De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van het onrechtmatig handelen. Het hof bevestigde dat de vordering verjaard was op grond van de korte verjaringstermijn van één jaar zoals neergelegd in artikel 8:1730 BW Pro, omdat de vordering gegrond was op de rompbevrachtingsovereenkomst. De verjaringstermijn begon te lopen direct na beëindiging van de overeenkomst.
In cassatie betoogde Iris Shipping dat de vordering ook op onrechtmatige daad was gebaseerd, waarvoor een langere verjaringstermijn geldt, en dat de verjaring door nieuwe feiten opnieuw zou zijn gestart. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat vorderingen die voortvloeien uit wanprestatie onder de korte verjaringstermijn vallen, ook als zij tevens onrechtmatige daad betreffen. Ook het beroep op een nieuwe verjaringstermijn wegens regres werd afgewezen omdat dit niet tijdig was aangevoerd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vordering van Iris Shipping is verjaard op grond van de korte verjaringstermijn van één jaar uit artikel 8:1730 BW.