Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
De raadsheer merkt op dat uit de Justitiële Documentatie van 1 mei 2020 blijkt dat het tenlastegelegde feit gedurende een proeftijd is begaan.
(…)
Een onherroepelijke veroordeling zorgt voor een tweede strafpunt op het rijbewijs van mijn cliënt, wat zou leiden tot ongeldigverklaring van het rijbewijs. Ik heb om die reden de brief van het CJIB van 24 april 2018 aan het hof doen toekomen. De consequentie daarvan is dat hij opnieuw zijn rijbewijs zou moeten halen. Dat duurt heel lang bij het CBR in deze tijden. Is mijn cliënt niet al genoeg gestraft? Primair verzoek ik de behandeling van de zaak en daarmee de veroordeling en de strafoplegging aan te houden, zodat de vijfjaarstermijn verstrijkt en mijn cliënt zijn rijbewijs niet kwijtraakt. Hij heeft dan de tijd en de mogelijkheid om geld te sparen en inkomen te verkrijgen. Subsidiair verzoek ik de toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Cliënt is zijn rijbewijs negentien maanden kwijt geweest door de invordering.
3.Beoordeling van het middel
ten tijde van het begaan van het strafbare feit[onderstreping AG TS] nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de houder als bestuurder van een motorrijtuig onherroepelijk is veroordeeld wegens overtreding van (…)” wederom enkele in art. 123b WVW94 genoemde verkeersovertredingen, zoals rijden onder invloed. [4]