ECLI:NL:PHR:2021:923

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2021
Publicatiedatum
4 oktober 2021
Zaaknummer
20/01610
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 432 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onherroepelijk vonnis

Op 15 juni 2021 heeft de Procureur-Generaal geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep, omdat het vonnis van de strafrechter van 16 maart 2021 onherroepelijk is geworden.

De klager stelde in een schriftelijk commentaar dat het vonnis niet onherroepelijk was omdat het niet aan hem was betekend. Uit navraag bij het openbaar ministerie bleek echter dat de dagvaarding voor de zitting van 16 maart 2021 aan de verdachte persoonlijk is betekend op 10 februari 2021.

Volgens artikel 432 lid 1 Sv Pro moet cassatieberoep binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld. Dit is niet tijdig gebeurd. Daarom blijft de Procureur-Generaal bij zijn standpunt dat het vonnis onherroepelijk is en dat de klager wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep.

Uitkomst: Cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onherroepelijkheid van het vonnis.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer20/01610 B
Zitting5 oktober 2021

NADERE CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de klager.
1. Op 15 juni 2021 heb ik in deze zaak een conclusie genomen waarin ik heb geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep omdat het vonnis van de strafrechter van 16 maart 2021 waarin eveneens een beslissing is genomen over de beslagen onherroepelijk is geworden.
2. Aanleiding voor deze nadere conclusie is het schriftelijk commentaar dat op 29 juni 2021 namens de klager is ingediend naar aanleiding van mijn conclusie. Daarin stelt de raadsvrouw van de klager dat het vonnis van de strafrechter nog niet onherroepelijk is geworden, omdat dit vonnis niet aan de klager is toegezonden noch aan hem is betekend.
3. Uit de namens mij ingewonnen inlichtingen bij het openbaar ministerie is gebleken dat de dagvaarding voor de zitting van 16 maart 2021 aan de verdachte in persoon is betekend op 10 februari 2021. Op grond van art. 432 lid 1 Sv Pro moet cassatieberoep in dat geval worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak. Dat is in onderhavige zaak niet tijdig gebeurd. [1] Ik blijf daarom bij mijn standpunt dat het vonnis in de strafzaak onherroepelijk is geworden en gelet daarop de klager wegens gebrek aan belang in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
4. Ik persisteer bij mijn conclusie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

1.Uit bijlage 2 bij het schriftelijk commentaar blijkt dat pas op 29 juni 2021 volmacht is verleend tot het instellen van cassatieberoep tegen het vonnis van de rechtbank.