ECLI:NL:PHR:2021:968

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
31 augustus 2021
Publicatiedatum
12 oktober 2021
Zaaknummer
19/01900
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 27a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen schriftuur

De verdachte werd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens feitelijke leiding geven aan witwassen en valsheid in geschrift, met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De aanzegging van het cassatieberoep werd op 6 november 2020 persoonlijk betekend. Echter, binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zestig dagen werd door de raadsman van de verdachte geen schriftuur met middelen van cassatie ingediend.

Op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de Hoge Raad de verdachte in dat geval niet in zijn cassatieberoep ontvangen. De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, waarmee het beroep wordt afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de schriftuur.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/01900
Zitting31 augustus 2021 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 5 april 2019 door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens 1. subsidiair ‘feitelijke leiding geven aan: witwassen en van het plegen van witwassen een gewoonte maken’; 3. subsidiair ‘feitelijke leiding geven aan: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd’ en 4. subsidiair ‘feitelijke leiding geven aan: valsheid in geschrift’ veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede 180 uren taakstraf subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27(a) Sr.
Er bestaat samenhang met de zaken 19/01785 en 19/01840. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 6 november 2020 in persoon betekend. Namens de verdachte is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur, houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG