ECLI:NL:PHR:2022:1028
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping klacht over onjuiste beëdiging raadsheren in diefstalzaak
In deze zaak is de verdachte veroordeeld voor meerdere diefstallen tot een gevangenisstraf van zes weken door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, dat het vonnis van de politierechter bevestigde met aanvullende gronden. De verdediging stelde in cassatie één middel voor, gericht op de onjuiste beëdiging van één of meer raadsheren die het arrest hebben gewezen.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het middel faalt, verwijzend naar eerdere overwegingen over onvolkomenheden bij de beëdiging van raadsheren in hetzelfde gerechtshof. Er zijn geen ambtshalve gronden gevonden die tot vernietiging van het arrest zouden leiden.
De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof, waarmee de strafrechtelijke veroordeling van de verdachte ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.