Conclusie
Nummer21/01463
Inleiding
Het middel
te weten een geldbedrag van: 245 euro (via een money transfer), ter beschikking heeft gesteld aan Islamic State of Iraq en/of ISI en/of Islamic State in Iraq and the Levant en/of Jabhat al Nusra en/of Al Nusrah Front en/of Al Nusrah Front for the people of the Levant en/of Al-Qaida en/of Al-Qaida in Iraq.”
“1. De verklaring van de verdachte.
money transferbij Western Union heb overgemaakt aan [betrokkene 1] te [plaats] . Dit geld was bedoeld voor [betrokkene 2] . [naam 1] was zijn bijnaam.
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
compliance officervan Western Union een bericht ontvangen met bijlagen. Het betreft een Excel bestand waarin [een] transcriptie van de hieronder door mij, vanuit het Excel bestand, in een tabel opgenomen Nederlands ingezetene is weergegeven. De persoon betreft [verdachte] , [geboortedatum] 1973.
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
3..1.3 ontvanger c.q. ontvangst van het geld
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar
PbEU2002, L 139/9), waarnaar in de Sanctieregeling wordt verwezen, bevat de volgende voor de onderhavige zaak relevante bepaling:
PbEG2002, L 139/9) werd Al-Qa’ida reeds genoemd. Met de Uitvoeringsverordening 632/2013 van de Europese Commissie (
PbEU2013, L 179/85) zijn hier de overige in de bewezenverklaring genoemde organisaties (Islamic State of Iraq, ISI, Islamic State in Iraq and the Levant, Jabhat al Nusra, Al Nusrah Front, Al Nusrah Front for the people of the Levant en Al-Qaida in Iraq) aan toegevoegd.
in concretoanders zou moeten zijn, gelet op de bewoordingen waarin de tenlastelegging en bewezenverklaring gesteld zijn. De bewezenverklaring houdt immers in dat de verdachte “opzettelijk in strijd met (…)” – kort gezegd – art. 2 van Pro de Sanctiewet 1977 (en langs die weg met alle daaraan geschakelde artikelen) heeft gehandeld. In deze formulering ontbreekt het woord ”en”, waardoor, strikt genomen, het opzet ook betrekking heeft op het overtreden van de norm en dus zogenoemd ‘boos opzet’ zou worden vereist. [3] Als in de tenlastelegging wel het woord “en” was opgenomen – en de bewezenverklaring had geluid dat de verdachte “opzettelijk en in strijd met” de Sanctiewet had gehandeld – dan was dit anders geweest en had deze kwestie in cassatie geen rol gespeeld.