ECLI:NL:PHR:2022:1078
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens beëindigd beslag op lampen
Klaagsters hebben bij de rechtbank Limburg verzocht om opheffing van het beslag op 458 Dimlux expert 600W lampen, welke in beslag waren genomen in verband met een strafzaak. De rechtbank verklaarde dit verzoek ongegrond. Vervolgens stelden klaagsters cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Uit onderzoek blijkt dat het beslag op de lampen op 31 maart 2020 rechtsgeldig is beëindigd op grond van artikel 134 lid 2 sub c van Pro het Wetboek van Strafvordering, omdat de machtiging als bedoeld in artikel 117 Sv Pro is verleend en het voorwerp niet om baat is vervreemd. De lampen zijn op die datum vernietigd door Domeinen Roerende Zaken.
De procureur-generaal concludeert dat de rechtbank de klaagsters niet ontvankelijk had moeten verklaren in hun beklag en dat het cassatieberoep daarom niet ontvankelijk is. Tevens wordt opgemerkt dat eventuele teruggave van de voorwerpen in de strafzaak geregeld wordt door de strafrechter en dat bij vernietiging een vergoeding kan worden betaald. Indien geen last tot teruggave volgt, rest klaagsters slechts een civiele procedure.
De conclusie leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep wegens het beëindigd zijn van het beslag.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klaagsters is niet ontvankelijk verklaard wegens rechtsgeldige beëindiging van het beslag op de lampen.