ECLI:NL:PHR:2022:1087

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2022
Publicatiedatum
21 november 2022
Zaaknummer
20/03547
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 lid 2 SvArt. 225 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen van cassatie

De verdachte is bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens feitelijke leiding geven aan strafbare feiten, waaronder het doen van een gift aan een ambtenaar in strijd met diens plicht, het opzettelijk gebruik van vals geschrift en medeplegen van valsheid in geschrift. Hij werd veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren en een geldboete van €30.000.

Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op 1 juni 2021 persoonlijk betekend aan de verdachte. Echter heeft de verdachte niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn door een raadsman schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad.

Daarmee is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437 lid 2 Sv Pro, waardoor de Hoge Raad de verdachte niet in het cassatieberoep kan ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep.

Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer20/03547
Zitting22 november 2022
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte

1.Het cassatieberoep

1.1.
De verdachte is bij arrest van 21 oktober 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens:
- “feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van aan een ambtenaar een gift of belofte doen ten gevolge van hetgeen door deze in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten”;
- “feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd”; en
- “medeplegen van valsheid in geschrift”
veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en een geldboete van € 30.000.
1.2.
Er bestaat samenhang met de zaken 20/03700 en 20/03545. In die zaken zal ik vandaag ook concluderen.
1.3.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro is op 1 juni 2021 (in persoon) betekend. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

2.Beoordeling

2.1.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv Pro niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.
2.2.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG