ECLI:NL:PHR:2022:1087
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen van cassatie
De verdachte is bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens feitelijke leiding geven aan strafbare feiten, waaronder het doen van een gift aan een ambtenaar in strijd met diens plicht, het opzettelijk gebruik van vals geschrift en medeplegen van valsheid in geschrift. Hij werd veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren en een geldboete van €30.000.
Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op 1 juni 2021 persoonlijk betekend aan de verdachte. Echter heeft de verdachte niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn door een raadsman schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad.
Daarmee is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437 lid 2 Sv Pro, waardoor de Hoge Raad de verdachte niet in het cassatieberoep kan ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.