Conclusie
1.Feiten
Legaten
binnen zes maanden na mijn overlijden, dan wel, als die termijn korter is, binnen twee maanden na de vaststelling van de waarde.” (cursivering van mij, A-G)
Uitsluiting eega, benoeming erfgenamen
De waarde van de over te nemen aandelen is nader over een te komen, dit zoals vastgesteld in de statuten van de BV.” [5]
uiterlijk morgen, 1 maart 2018 vóór 12.000[
bedoeld zal zijn: 12.00, A-G]
uurschriftelijk aan te willen geven of uw cliënt hiermee akkoord gaat.”
2.Procesverloop
Eerste aanleg
niet tijdigoverdragen zelfs een zeer (…) sterke sanctie verbonden, namelijk onterving van [de zus]. Beide partijen hebben ter comparitie verklaard dat de waarde van de erfenis, bestaande uit onder meer de voormalige ouderlijke woning van [de zus] en [de broer], in de tonnen loopt. Er staat dus voor [de zus] in financiële zin behoorlijk wat op het spel, nog afgezien van het onterende karakter van een onterving.
niet tijdigdient te worden verstaan. Uit hetgeen door [de broer] is aangevoerd volgt dat hij hieronder verstaat: uiterlijk na het verstrijken van de zes-maandentermijn genoemd in het testament. Naar het oordeel van de rechtbank kan [de broer] hier niet in worden gevolgd om redenen die hieronder worden uiteengezet.
niet tijdigheeft willen verstaan: na het enkele verloop van de termijn van zes maanden, ook al zou op dat moment de waarde van de aandelen in het economisch verkeer nog niet (op juiste wijze) zijn vastgesteld. Een overdracht zonder voorafgaande waardebepaling is immers niet goed denkbaar, hoewel [de zus] dat uiteindelijk, onder oneigenlijke druk van de zijde van [de broer], dan toch maar heeft voorgesteld, waarmee [de broer] overigens niet akkoord is gegaan. Een redelijke uitleg van het testament brengt met zich mee dat eerst de waarde moet worden bepaald en dat dan pas sprake kan zijn van een
tijdigeoverdracht.
niet tijdig’ in C.3 van het testament (randnummer 1.5 hiervoor) betekent. In rov. 3.2 en 3.3 van het bestreden arrest heeft het hof een samenvatting gegeven van de standpunten van de broer en de zus hierover:
niet tijdig’ in C.3 inhoudt dat de levering van de aandelen binnen de termijnen die in B.3 zijn genoemd moet plaatsvinden. Is dat niet het geval dan vervallen de erfstelling van en het legaat aan [de zus]. Omdat die levering niet voor de door partijen tot 1 maart 2018 uitgestelde termijn is geschied zijn de erfstelling en het legaat vervallen.
niet tijdig' zo moet worden uitgelegd dat eerst de waarde van de aandelen moet worden bepaald en dat dan pas sprake kan zijn van een al dan niet tijdige overdracht. Omdat de waarde nog niet is vastgesteld, is nog geen sprake van een niet tijdige levering en zijn de erfstelling en het legaat die erflater voor haar heeft gemaakt nog niet vervallen.”
U vraagt mij of [erflater] in 2013 zijn testament uit eigen beweging of op mijn advies heeft gemaakt. Ik antwoord u dat in iets wijder perspectief [erflater] zich op een bepaald moment bewust was van het feit dat hij zou overlijden, ook gelet op zijn leeftijd. Hij maakte zich zorgen over de continuïteit van de onderneming: [de holding]. Hij heeft gemeend mij te moeten benaderen om een testament te maken.”
U vraagt mij hoe de B3 en C3 passages tot stand zijn gekomen. Ik antwoord u dat ik mij op mijn verschoningsrecht beroep. Het is een gesprek geweest tussen [erflater] en mij, daar kan ik geen mededelingen over doen. Ik kan in algemene zin zeggen dat [erflater] iemand was wiens wil wet was. Als hij iets wilde, dan moest het potverdorie ook zo gebeuren. Daarmee wil ik volstaan.”” [18]
Verhoudingen die de uiterste wil van erflater kennelijk wenste te regelen” het volgende overwogen:
niet tijdig’ heeft verkregen.”
niet tijdig’ in C.3 van het testament. Het hof is van oordeel dat de tekst van het testament voldoende steun biedt aan de uitleg van de broer:
niet tijdig’ eigendom zijn geworden van [de broer]. De woorden ‘
niet tijdig’ refereren duidelijk aan de zes maanden termijn die is genoemd in B3: in het testament is geen andere termijn genoemd waarop deze woorden betrekking zouden kunnen hebben. De betekenis van ‘
niet tijdig’ is dan ook:
niet binnen zes maanden na het overlijden van erflaterof – indien de waarde van de aandelen al eerder is vastgesteld – binnen twee maanden na die vaststelling. Bij deze uitleg slaat het hof acht op wat de notaris heeft verklaard over de zorg van erflater over de continuïteit van de onderneming en dat als erflater iets wilde “het potverdorie ook zo [moest] gebeuren”. Daarbij past veel meer een strakke termijn van zes maanden na zijn overlijden dan een zachte en onzekere termijn die pas verstrijkt als de waarde van de aandelen is vastgesteld. Erflater heeft bij het maken van het sublegaat en de bepaling over de niet tijdigheid kennelijk voor ogen gestaan dat de regeling in artikel 5 van Pro de statuten van de BV over de vaststelling van de waarde praktisch uitvoerbaar is binnen zes maanden na zijn overlijden. Het hof vindt in dat verband nog van belang dat de notaris-redacteur van de akte als getuige heeft verklaard: “
De waardering van aandelen binnen twee maanden is heel goed mogelijk. Maak hier nou eens drie maanden van. dan heb je altijd nog drie maanden reserve als uitloop.”
niet tijdig’ zolang als de waarde van de aandelen nog niet is vastgesteld. Erflater heeft in zijn testament een termijn van (maximaal) zes maanden opgenomen. Hij heeft ook regels gegeven voor de waardering van die aandelen. Erflater heeft nergens in zijn testament bepaald dat zijn bepaling over de levering binnen de termijn van zes maanden alleen geldt als de waarde van de aandelen is vastgesteld. Hij heeft evenmin ergens in zijn testament bepaald dat ‘
niet tijdig’ alleen geldt als de waarde van de aandelen is vastgesteld en dat een levering die later dan zes maanden plaatsvindt, omdat de waarde van de aandelen niet binnen zes maanden is vastgesteld ook nog tijdig is. Hij heeft nog wel bepaald dat als de waarde al snel na zijn overlijden is vastgesteld (binnen vier maanden), levering ook sneller moet plaatsvinden en wel binnen twee maanden na die vaststelling.”
niet tijdig’ is. Het hof zal dan ook niet ingaan op de stellingen van partijen over de uitvoering, omdat die niet relevant zijn voor de beslissingen die het hof moet nemen over de uitleg van de woorden ‘
niet tijdig’. De overige grieven van [de broer] en het antwoord daarop van [de zus] behoeven dan ook geen bespreking meer.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
niet tijdig” in de zin van C.3 van het testament niet van belang is aan wie het wel/niet te wijten is dat op 1 maart 2018 de waarde van de aandelen niet bindend vaststond. [20] Dit laatste blijkt uit rov. 3.10 (bijvoorbeeld uit de overweging “
Daarbij past veel meer een strakke termijn van zes maanden na zijn overlijden dan een zachte en onzekere termijn die pas verstrijkt als de waarde van de aandelen is vastgesteld.”), maar ook uit rov. 3.11 (bijvoorbeeld uit de overweging “
Erflater heeft nergens in zijn testament bepaald dat zijn bepaling over de levering binnen de termijn van zes maanden alleen geldt als de waarde van de aandelen is vastgesteld.”). De verderop te bespreken, tegen deze uitleg van het hof gerichte klachten falen, zodat deze uitleg overeind blijft staan.
om nietof voor een te laag bedrag aan de broer zou overdragen, maar daarvoor een bedrag zou ontvangen dat hun werkelijke waarde vertegenwoordigde.
Erflater wilde kennelijk ook dat [de zus] voor die aandelen van [de broer] een bedrag in geld zou krijgen dat gelijk is aan de waarde daarvan in het economisch verkeer (…).”
Het is uw uitdrukkelijke wens uw kinderen gelijk te behandelen”. Dat erflater de wens had zijn kinderen gelijk te behandelen, blijkt al uit het testament. Dat is ook door het hof onderkend in rov. 3.9 (zie ook randnummer 3.7 hiervoor). De in de brief geuite wens van erflater tot gelijke behandeling van zijn kinderen houdt bovendien niet noodzakelijkerwijs in dat erflater dus ook gewild heeft dat de zus niet kan worden onterfd in een geval als het onderhavige, waarin de aandelen niet “
tijdig” zijn geleverd.
waarde in het economische verkeer” en “
werkelijke waarde” kan zij niet tot cassatie leiden, omdat de klacht dan onvoldoende duidelijk is.
niet tijdig” in C.3 van het testament.
Hij heeft evenmin ergens in zijn testament bepaald dat‘niet tijdig’
alleen geldt als de waarde van de aandelen is vastgesteld” (rov. 3.11) is volgens de zus feitelijk onjuist en onbegrijpelijk, omdat een bepaling van die strekking besloten ligt in B.3 van het testament. Daarin staat dat de zus haar aandelen in de holding moet afgeven tegen hun waarde in het economisch verkeer. Daarbij is voor de bepaling van die waarde een methode voorgeschreven, waaraan – ook in de overweging van het hof (rov. 3.10) – de (niet onder alle omstandigheden juiste) veronderstelling ten grondslag ligt dat die waardebepaling heel goed binnen zes maanden na het overlijden van erflater zou kunnen plaatsvinden.
niet tijdig’, alleen geldt c.q. gelden indien de waarde van de aandelen is vastgesteld. De tweede reden is dat het hof de lezing van de zus dat een bepaling van die strekking
besloten ligtin de eerste zin van B.3 omdat daarin verwezen wordt naar artikel 5 van Pro de statuten heeft verworpen, te weten in de één na laatste zin van rov. 3.9 (“
Erflater wilde met zijn testament kennelijk regelen dat [de broer] in elk geval binnen zes maanden na zijn overlijden enig aandeelhouder zou zijn.”) en in de zevende zin van rov. 3.10 (“
Daarbij past veel meer een strakke termijn van zes maanden na zijn overlijden dan een zachte en onzekere termijn die pas verstrijkt als de waarde van de aandelen is vastgesteld.”), wat niet onbegrijpelijk is. Inderdaad refereren, zoals het hof heeft overwogen, de woorden ‘
niet tijdig’ duidelijk aan de termijn van zes maanden die is genoemd in B.3. En inderdaad past bij de zorg van erflater om de continuïteit van de onderneming en bij diens grondhouding zoals omschreven door de notaris, veel meer een strakke termijn van zes maanden, die dus ook geldt als de waarde van de aandelen nog niet is vastgesteld. Hierbij heeft het hof ook (de betekenis van) artikel 5 van Pro de statuten meegewogen. Het hof heeft immers overwogen, in rov. 3.10, dat erflater bij het maken van het sublegaat en de bepaling over de niet tijdigheid kennelijk voor ogen heeft gestaan dat de regeling in artikel 5 van Pro de statuten over de vaststelling van de waarde praktisch uitvoerbaar is binnen zes maanden na zijn overlijden. Deze overweging is niet onbegrijpelijk.
in elk gevalbinnen zes maanden na het overlijden van erflater enig aandeelhouder van de holding zijn (rov. 3.9). Volgens het hof ging erflater ervan uit dat levering binnen die termijn praktisch uitvoerbaar zou zijn (rov. 3.10). Uitgaande van deze niet onbegrijpelijke uitleg van ‘
niet tijdig’ in het testament, is niet van belang hoe, waarom en door wie (door de zus of de broer) het niet tot een tijdige vaststelling van de waarde van de aandelen is gekomen. Dat het hof zich hierover niet heeft uitgesproken, is dan ook niet onbegrijpelijk. [24] Evenmin is sprake van een miskenning van de maatstaf van art. 4:46 BW Pro.
strakke termijn” heeft willen verbinden, een indicatie oplevert voor de uitleg van het testament die door het hof is verkozen. In dit verband wordt aangevoerd dat, zoals het hof in rov. 3.10 heeft vastgesteld, erflater ervan is uitgegaan dat de waarde van de aandelen binnen zes maanden na zijn overlijden zou kunnen worden bepaald. Uit de in rov. 3.10 gereproduceerde verklaring van de notaris blijkt ook dat erflater en notaris geen rekening hebben gehouden met omstandigheden zoals die zich na het overlijden van erflater hebben voorgedaan, te weten dat de broer pas 5 maanden na het overlijden kenbaar maakte dat hij de aandelen van de zus wilde overnemen (rov. 2.1 in samenhang met rov. 2.6), en dat hij toen niet aanbood om de getaxeerde waarde van € 612.681 te betalen maar dat hij besloot een nieuwe waardering door een derde uit te lokken, die hem pas medio februari 2018 suggereerde om voor de aandelen een symbolisch bedrag van € 1 te bieden. [25]
strakke termijn” dan als een “
zachte en onzekere termijn die pas verstrijkt als de waarde van de aandelen is vastgesteld”. Hieraan heeft het hof ten grondslag gelegd dat de woorden ‘
niet tijdig’ in C.3 duidelijk refereren aan de termijn van zes maanden die is genoemd in B.3 en daarbij heeft het hof in acht genomen hetgeen de notaris heeft verklaard (erflater wenste de continuïteit van zijn onderneming zeker te stellen en als erflater iets wilde dan “
moest het potverdorie ook zo gebeuren”) (randnummer 2.10 hiervoor). Deze redenering van het hof is niet onbegrijpelijk (zie ook randnummer 3.15 hiervoor), ook niet als aangenomen wordt, zoals ook het hof heeft gedaan in rov. 3.10, dat erflater ervan is uitgegaan dat de waarde van de aandelen binnen zes maanden na zijn overlijden kon worden bepaald. Dit laatste kan de uitleg van de broer ondersteunen. Het duidt er immers op dat erflater de termijn van zes maanden als een maximale termijn heeft gezien, binnen welke in elk geval geleverd moet worden, op straffe van onterving.
Slotsom”, wordt nog een voortbouwklacht naar voren gebracht. Deze treft geen doel, nu alle klachten falen.