ECLI:NL:PHR:2022:1102
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beslissing over eigendom en beslag op Rolex horloge in strafrechtelijke procedure
In deze zaak heeft klager een klaagschrift ingediend tegen het conservatoir beslag op een Rolex horloge dat onder belanghebbende was gelegd in een strafrechtelijk onderzoek. Klager stelde eigenaar te zijn van het horloge en vorderde teruggave. De rechtbank heeft het klaagschrift ongegrond verklaard omdat niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat klager de eigenaar is.
De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse stukken, waaronder een handgeschreven rekening zonder naam koper, ongedateerde getuigenverklaringen die vermoedelijk onder invloed van belanghebbende tot stand zijn gekomen, en een garantiebewijs zonder ingevulde naam van de koper. Belanghebbende droeg het horloge op het moment van inbeslagname en heeft het geprobeerd te verbergen. Foto's uit 2019 en 2020 tonen een horloge dat sterk lijkt op het in beslag genomen exemplaar aan belanghebbende.
De rechtbank overwoog dat het onderzoek naar het klaagschrift summier van aard is en dat de rechter niet hoeft te beslissen over burgerrechtelijke eigendomskwesties, maar wel civielrechtelijke aspecten mag betrekken. Gezien de verdenking tegen belanghebbende en het belang om het horloge te verbergen, achtte de rechtbank het aannemelijker dat belanghebbende eigenaar is.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk is en adviseert het cassatieberoep te verwerpen. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging van de beschikking gevonden.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het beslag op het horloge blijft gehandhaafd.