ECLI:NL:PHR:2022:1118

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2022
Publicatiedatum
25 november 2022
Zaaknummer
21/02734
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen diefstal portemonnee en pintransactie

De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens medeplegen van diefstal van een portemonnee en het vervolgens pinnen van een bedrag met de gestolen pinpas. Het hof baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van het slachtoffer, camerabeelden van de winkels en de geldautomaat, en bevindingen van de politie tijdens een verkeerscontrole waarbij verdachte werd aangehouden.

De verdachte stelde in cassatie dat het bewijs onvoldoende was om haar medeplegen vast te stellen, met name omdat het hof onvoldoende onderscheid had gemaakt tussen het afkijken van de pincode, het stelen van de pinpas en het pinnen zelf. Ook werd geklaagd over het gebruik van kledingstukken in de bewijsvoering en vermeende discriminatie.

De advocaat-generaal concludeerde dat het bewijs wel degelijk wettig en overtuigend was. De Hoge Raad volgt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. De bewijsvoering, waaronder herkenning door de verbalisant, camerabeelden en het aangetroffen geld, is voldoende om medeplegen vast te stellen. Klachten over eerdere veroordelingen en etniciteit worden verworpen. Het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer21/02734

Zitting6 december 2022
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

Inleiding

De verdachte is bij arrest van 29 juni 2021 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens 1. "diefstal door twee of meer verenigde personen" en 2. “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, waarvan één voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en A.M.J. Comans, advocaat te Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

3. Het middel bevat de klacht dat het oordeel van het hof dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten als medepleger heeft begaan niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

Feit 1
zij op 27 september 2018 te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen een portemonnee met inhoud (waaronder een bedrag van 70 euro en diverse pasjes) dat geheel aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [aangever] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Feit 2
zij op 27 september 2018 te Harderwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een bedrag van 250 euro, dat geheel aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [aangever] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van een valse sleutel, immers hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) met een op naam van voornoemde [aangever] staande (weggenomen) pinpas en bijbehorende pincode een pintransactie verricht.”
5. Het hof heeft in het bestreden arrest de volgende bewijsoverweging opgenomen:

“Overweging met betrekking tot het bewijs

De raadsman heeft ter zitting in hoger beroep vrijspraak ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde bepleit wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. De foto’s die zich in het dossier bevinden, zijn een selectie en daarnaast is op foto’s geen dynamische activiteit zichtbaar. Het is een feit van algemene bekendheid dat men zich er niet aan kan onttrekken om naar degene te kijken die aan het pinnen is indien men zich daar direct achter bevindt. Dat verdachte haar hoofddeksel aan een ander ter beschikking heeft gesteld, is een contra-indicatie. Er dient te worden beoordeeld naar de uiterlijke verschijningsvorm en niet op basis van teleologische interpretatie, aldus de raadsman.
De advocaat-generaal heeft naar voren gebracht dat haars inziens voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is ten aanzien van het in vereniging plegen van beide tenlastegelegde feiten.
Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.
Op 27 september 2018 zat verdachte samen met twee anderen in Ermelo in een personenauto met Frans kenteken. Zij werden opgemerkt door de politie doordat zij een verkeerovertreding begingen.
De verbalisant gaf de bestuurster van de auto een stopteken. Nog voordat de bestuurster de auto parkeerde, zag de verbalisant dat de passagier op de achterbank een kledingstuk, namelijk een groot formaat geblokte shawl, wegstopte of leek weg te stoppen. Dezelfde passagier keek vervolgens herhaaldelijk achterom in de richting van de dienstauto van de verbalisant. Het gedrag van deze passagier viel op en was afwijkend ten opzichte van ‘normaal’ gedrag voorafgaande of tijdens een verkeerscontrole. De verbalisant stapte vervolgens uit zijn auto en sprak de bestuurster van de auto aan. De verbalisant zag de vrouw op de achterbank iets te opvallend van hem wegkijken. De verbalisant ging vervolgens (met hulp van een tolk in de Franse taal aangezien bleek dat de bestuurster geen Engels sprak) in gesprek met de drie inzittenden van de auto.
De bestuurster van de auto bleek de Roemeense nationaliteit te hebben. De bijrijder bleek in Servië te zijn geboren en de passagier op de achterbank, die later verdachte bleek te zijn, in België. De verbalisant vroeg aan de bestuurster of hij de auto mocht doorzoeken, waarop de bestuurster antwoordde dat dat geen probleem was. De verbalisant trof daarop in de auto onder meer een portemonnee aan met daarin een bedrag van zevenhonderd euro, een grijze muts en een teststrip van parfumerie ICI Paris.
De verbalisant meldde zijn bevindingen vervolgens aan de meldkamer. Nagenoeg direct hierop hoorde hij een collega via de portofoon meedelen dat hij op dat moment doende was met een kort daarvoor in Harderwijk gepleegde zakkenrollerij. Die collega deelde voorts mede dat hij beschikte over foto’s van de verdachten van die zakkenrollerij. De verbalisant ontving deze foto’s vervolgens van zijn collega en herkende onmiddellijk, voor de volle 100% en zonder enige vorm van twijfel, verdachte en één van de medeverdachten. De verbalisant herkende op de foto’s onder meer de lichtgekleurde, geblokte shawl die verdachte eerder wegmoffelde op de achterbank. Ook droeg zij een lichtgekleurde muts die de verbalisant in de personenauto had aangetroffen. Hij herkende het gezicht van verdachte volledig. Verdachte werd hierop aangehouden.
Aangever [aangever] heeft onder meer verklaard dat zij op 27 september 2018 in de ICI Paris te Harderwijk is geweest. Bij de kassa heeft zij afgerekend met haar pinpas. Zij zag dat er op dat moment twee vrouwen achter haar stonden. Eén van hen stond heel dicht bij haar. Zij zag dat beide vrouwen van buitenlandse afkomst waren. Zij zag dat de vrouw die het dichtst bij haar stond een dikke shawl om haar nek had en een soort mutsje op had. Nadat aangeefster had betaald, stopte zij haar pinpas terug in haar portemonnee en stopte zij haar portemonnee in haar schoudertas. Vervolgens liep zij naar de Kruidvat. Daar voelde zij dat een vrouw haar aanstootte. Zij zag vervolgens dat dit dezelfde vrouw was die kort daarvoor achter haar had gestaan bij ICI Paris. Ze zag dat de vrouw direct van haar weg liep, de winkel uit. Even later merkte [aangever] dat haar portemonnee niet meer in haar schoudertas zat. Zij liep hierop naar het kantoor van de ING bank om haar pas te blokkeren. De medewerker van de bank zei haar dat hij in het systeem zag dat er kort daarvoor € 250,- was gepind met de pinpas van [aangever] . Dit bedrag was gepind bij een pinautomaat van de Rabobank.
Van zowel ICI Paris als Kruidvat zijn de beveiligingsbeelden veilig gesteld. [aangever] heeft op deze beelden beide vrouwen, waaronder verdachte, herkend. Verder acht het hof van belang dat tijdens verdachtes insluiting geld is aangetroffen in haar portemonnee, te weten twee coupures van vijftig euro, twee coupures van twintig euro en één coupure van tien euro. Bij één van de medeverdachten is tijdens de insluiting honderd euro in contanten aangetroffen, in twee coupures van vijftig euro. Dit geld is bij de medeverdachte aangetroffen in een tasje dat de medeverdachte tussen haar benen tegen haar vagina aan had verstopt. Het hof stelt vast dat het totaalbedrag dat bij beide verdachten tijdens hun insluiting is aangetroffen € 250,- betreft, welk bedrag exact gelijk is aan het onbevoegdelijk van de rekening van aangeefster gepinde bedrag.
Daarnaast zijn de camerabeelden van de Rabobank te Harderwijk veiliggesteld. Op de beelden is te zien dat de medeverdachte staat te pinnen, dat het gekozen geldbedrag € 250,- was en dat de medeverdachte de baret droeg die eerder door verdachte werd gedragen.
Het hof stelt op grond van hierboven genoemde bewijsmiddelen vast, in onderling verband en samenhang gezien, dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat het verdachte is geweest die samen met (een) ander(en) de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.”
6. In een aanvulling op het bestreden arrest heeft het hof de volgende bewijsmiddelen opgenomen:

Door het hof gebezigde bewijsmiddelen
In de hierna te melden bewijsmiddelen nummers 1 tot en met 7 wordt telkens verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie, genummerd PL0600-2018436135 opgemaakt en getekend op 29 februari 2016 door [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland.
Ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde
waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts wordt gebezigd voor het bewijs waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft:
1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, (als bijlage op pagina 's 67- 69 van het proces-verbaal, genummerd PL0600-2018436135), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven —als bevindingen van verbalisant:
AANLEIDING ONDERZOEK:
Op 29 september
(opmerking hof: gelet op de datum waarop het proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend gaat het hof ervan uit dat de verbalisant per abuis 29 september heeft genoteerd terwijl dit 27 september 2018 had moeten zijn)was ik werkzaam binnen de gemeente Ermelo en reed ik omstreeks 11.44 uur over de Stationsstraat in Ermelo. Ik zag aldaar een Citroën C3 en met het Franse kenteken [kenteken] staan. In het passeren van deze auto zag ik dat er drie vrouwen in deze Citroën zaten; twee voorin en één achterin. Na het passeren zag ik de Citroën linksaf slaan de Stationsstraat op en een verkeersovertreding begaan door tegen de aldaar verplichte rijrichting voor rechtsaf, in te gaan.
AANVANG VERKEERSCONTROLE:
Ik gaf de bestuurster van de Franse Citroën een stopteken op de Leuvenumseweg in Ermelo. Nog voordat de Citroën door de bestuurster werd geparkeerd langs de weg zag ik de passagier op de achterbank een kledingstuk, een geblokte groot formaat shawl, wegstoppen, althans, ik zag de vrouw dit kledingstuk met haar rechterhand beetpakken, waarbij het leek alsof ze een beweging maakte al ware het dat de sjawl om haar schouders zat, om vervolgens haar linkerarm te liften en enkele kledingstukken op te tillen, waarna de sjawl hieronder met een vluchtige beweging verdween. Dezelfde passagier keek overigens herhaaldelijk achterom, in de richting van mijn dienstauto. Het gedrag van deze vrouw viel ontzettend op en was afwijkend ten opzichte van "normaal" gedrag voorafgaande of tijdens een verkeerscontrole.
Ik stapte uit en sprak de bestuurster van de Citroën aan en vroeg haar in de Engelse taal om haar rijbewijs en kentekenbewijs. Ik zag de vrouw op de achterbank iets te opvallend van me wegkijken en zag een kort moment onnatuurlijk gedrag van haar. Ik begreep uit de reactie van de vrouw dat ze de Engelse taal volstrekt onmachtig was. Gezien het opvallende gedrag van de passagier besloot ik een gesprek aan te gaan met alle drie de inzittenden van de Franse Citroën. Aangezien ik de Franse taal niet machtig ben en ik de documenten wilde controleren belde ik met mijn diensttelefoon met een beëdigde tolk Franks via de tolkentelefoon. Alle gesprekken met de drie inzittenden van de Citroën zijn uitsluitend middels vertaling van een tolk gevoerd.
BEVRAGING CITROËN C3:
Blijkens bevraging in de geautomatiseerde politiesystemen bleek mij dat de Citroen op naam was gesteld van een vrouw met de Roemeense Nationaliteit, woonachtig in Frankrijk;
GESPREK PASSAGIER VOORIN
De passagiere voorin overhandigde uit eigen beweging haar identiteitsdocumenten aan een collega, die deze weer aan mij overhandigde. De passagiere bleek genaamd:
Naam : [betrokkene 1]
Voornaam : [betrokkene 1]
Geboortedatum : [geboortedatum] 1984
Geboorteplaats : [geboorteplaats]
GESPREK PASSAGIER ACHTERBANK:
De passagiere op de achterbank overhandigde haar identiteitsdocumenten aan een collega, en aansluitend aan mij, waarna het bleek te gaan om:
Naam : [verdachte]
Voornaam : [verdachte]
Geboortedatum : [geboortedatum] 1989
Geboorteplaats : [geboorteplaats]
VERZOEK DOORZOEKEN VOERTUIG MET TOESTEMMING:
Ik vroeg via de tolk aan medeverdachte [betrokkene 2] of ik met haar toestemming de Citroën mocht doorzoeken. Ik hoorde haar zeggen dat het prima was dat ik haar auto wilde doorzoeken.
DOORZOEKING PERSONENAUTO MET TOESTEMMING / AANTREFFEN SCHOUDERTASSEN
Ik bekeek de Citroën en zag een lichtkleurige portemonnee van het merk Mac Alyster. Ik opende deze portemonnee en zag er een geldbedrag in zitten van bijna 700 euro.
Tevens trof ik een grijze muts aan in de personenauto. Ik trof een geldbedrag aan van ruim 50 euro, alsmede een teststrip van ICI Paris.
TERUGKOPPELING MELDKAMER:
Gezien alle hierboven beschreven bijzonderheden vermoedde ik te maken te hebben met een drietal criminele betrokkenen. Door mij werd, ik meen omstreeks 12.30 uur, via het portofoonkanaal een overzicht van de aangetroffen situatie gegeven aan mijn meldkamer.
Nagenoeg direct nadat ik de centralist deze boodschap had meegegeven, hoorde ik collega [verbalisant 2] via de portofoon meedelen dat hij op dat moment doende was met een geval van kort daarvoor in Harderwijk gepleegde voltooide zakkenrollerij. [verbalisant 2] deelde mede dat hij beschikte over fotografische afbeeldingen van de verdachten van de zakkenrollerij en deelde mede dat hij de foto's naar mijn diensttelefoon zou sturen.
ONTVANGEN FOTOGRAFISCHE AFBEELDINGEN:
Ik ontving op 12.37 uur een tiental foto's van de verdachten van deze zakkenrollerij. Ik bekeek de foto's en herkende onmiddellijk, voor de volle 100% en zonder enige vorm van twijfel, de passagiers [verdachte] en [betrokkene 1] . Ik zag namelijk dat de foto's helder van aard waren en dat beide vrouwen duidelijk zichtbaar in beeld waren.
Ik zag dat [verdachte] de lichtkleurige, geblokte sjawl droeg die zij bij aanvang van de verkeerscontrole wegmoffelde op de achterbank. Ik zag dat zij een lichtkleurige muts droeg die ik in de Citroën aantrof, tijdens de doorzoeking hiervan. Ik herkende haar gezicht volledig.
AANHOUDING VERDACHTEN:
Ik oordeelde op basis van alle hierboven omschreven bijzonderheden, dat als verdachte van een gepleegde diefstal in vereniging en diefstal met een ontvreemde pinpas, danwel betrokkenheid bij deze feiten, gepleegd op donderdag 27 september 2018 tussen 11.10 en 11.20 uur te Harderwijk, aangemerkt kond worden de in dit proces-verbaal opgenomen genoemde [verdachte] .
Bijlage:
- Foto - screenshot van de verdachte van de zakkenrollerij in Harderwijk, afkomstig van onder meer collega [verbalisant 2] (foto 1)
- 1 Foto van de grijze muts, zoals aangetroffen in de Franse Citroën tijdens de doorzoeking (foto 2)
Foto 1
[afbeelding van twee vrouwen die een winkel binnenlopen, DP]
Foto 2
[afbeelding van een muts, DP]
2.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, (als bijlage op pagina ’s 75- 80 van het proces-verbaal, genummerd PL0600-2018436135), voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven -als bevindingen van verbalisant:
Naar aanleiding van een aanhouding van drie vrouwen, welke reden in een personenauto van het merk Citroën en voorzien van het Franse kenteken [kenteken] , heb ik een onderzoek in dit voertuig ingesteld. Hierbij werden de volgende goederen door mij in beslag genomen:
1 grijze geblokte shawl (afbeelding 7)
Afbeelding 7
[afbeelding van een geblokte sjaal, DP]
3.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, (als bijlage op pagina’s 139-142 van het proces-verbaal, genummerd PL0600-2018436135), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -als verklaring van aangever [aangever] :
Op 27 september 2018, omstreeks 11.10 uur, was ik in de winkel van ICI Paris, gelegen aan de Donkerstraat 60 in Harderwijk. Ik droeg een schoudertas over mijn schouder. In deze schoudertas zat mijn portemonnee. In deze portemonnee zat voor 60,- euro aan briefgeld, bestaande uit een briefje van 10,- euro en een briefje van 50,- euro. Verder zat er nog voor ongeveer 10,- euro aan muntgeld in mijn portemonnee. Naast het geld zaten er ook diverse pasjes in mijn portemonnee. In deze portemonnee zat ook mijn pinpas.
Ik rekende vervolgens in de ICI Paris bij de kassa af met mijn bovengenoemde pinpas van de ING Bank. Ik zag dat er twee vrouwen achter mij stonden. Ik vond dat één van deze twee vrouwen wel heel opvallend dichtbij mij stond. Ik zag dat beide vrouwen van buitenlandse afkomst waren. Ik zag dat de vrouw die het dichtst bij mij stond een dikke sjaal om haar nek had en een soort mutsje op had. Ik zag dat de andere vrouw een zwarte jas aanhad. Nadat ik betaald had stopte ik de pinpas terug in mijn portemonnee. Deze portemonnee stopte ik daarna weer terug in mijn schoudertas.
Ik liep vervolgens naar de Kruidvat, deze winkel bevindt zich ook aan de Donkerstraat, in het centrum van Harderwijk. In de Kruidvat voelde ik dat een vrouw mij aanstootte. Ik keek verbaasd op en zag dat dit exact dezelfde vrouw was als de vrouw die kort daarvoor achter mij gestaan had in de winkel van de ICI Paris. Ik zag dat deze vrouw direct van mij wegliep de winkel uit. Ik stak vervolgens mijn hand in mijn schoudertas en voelde en zag direct dat mijn portemonnee niet meer in mijn schoudertas zat. Ik zei toen direct tegen de medewerker van de Kruidvat dat mijn portemonnee zojuist gestolen moest zijn. De medewerker van de Kruidvat gaf aan dat zij direct voor mij de camerabeelden van de beveiligingscamera's die in de Kruidvat hangen veilig zou stellen voor de politie.
Vervolgens liep ik direct naar het kantoor van de ING Bank in het centrum van Harderwijk. Ik gaf hier aan dat mijn portemonnee met onder andere pinpas gestolen was. De medewerker van de ING Bank blokkeerde mijn pas direct en gaf ook aan dat hij in het systeem zag dat er zojuist al 250,- euro was gepind met mijn pinpas. Deze pintransactie vond plaats bij een pinautomaat van de Rabobank, hoogstwaarschijnlijk bij de pinautomaat op het marktplein in het centrum van Harderwijk. Het tijdstip van deze pintransactie was: 11:19 uur.
Nadat ik bij de ING Bank was geweest, liep ik weer terug naar de bovengenoemde winkel van ICI Paris. Ik legde hier aan één van de medewerkers uit wat er zojuist gebeurd was en dat mijn portemonnee gestolen was. Deze medewerkster belde voor mij de politie en ik keek samen met haar de camerabeelden terug van de beveiligingscamera’s die in deze winkel hangen. Ik zag hier duidelijk op dat er twee vrouwen continu om mij heen liepen en dicht bij mij in de buurt bleven. Ik kan deze twee vrouwen als volgt omschrijven:
Vrouw 1:
  • vrouw
  • grote geblokte sjaal, licht van kleur
  • lange jas, licht van kleur
  • grote muts
Vrouw 2:
- vrouw
- donkere broek
- zwarte jas met zwarte bontkraag
- bruine schoudertas
Ik herkende de vrouw met de zwarte jas met de bontkraag (vrouw 2) direct en volledig als de vrouw die tegen mij aanbotste in de Kruidvat. Ik herkende vrouw 1 direct en volledig als de vrouw die dicht achter mij stond bij, de kassa van de ICI Paris toen ik aan het pinnen was.
4.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, (als bijlage op pagina ’s 99-100 van het proces-verbaal, genummerd PL0600-2018436135), voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven -als bevindingen van verbalisant:
Van de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1989 zijn beelden beschikbaar die bij de ICI Paris te Harderwijk, het Kruidvat te Harderwijk en de geldautomaat van de Rabobank op de Markt te Harderwijk gemaakt zijn. Op de beelden is de kleding te zien die de verdachten dragen tijdens het plegen van de diefstal van de portemonnee en bij het pinnen bij de geldautomaat. Tevens zijn er foto's die van beide verdachten gemaakt zijn na hun aanhouding. Hierbij blijkt dat er de nodige overeenkomsten zijn tussen de kleding van de verdachten op de verschillende momenten. Ook blijkt daaruit de medeverdachte [betrokkene 1] de grijze muts van verdachte tussen het verlaten van het Kruidvat en het pinnen bij de geldautomaat opgedaan heeft. Na de aanhouding van de verdachten werd op de achterbank van de personenauto, Citroen waar de verdachte zat, een lange bruine jas met grote knopen, een grijze muts, model baret en een lange, brede geblokte sjaal aangetroffen. Dit is kleding die verdachte op de beelden van de ICI Paris en het Kruidvat draagt.
Omstreeks 11.19 uur verlaten verdachte en medeverdachte [betrokkene 1] het Kruidvat. Omstreeks 11.20 uur pint medeverdachte [betrokkene 1] 250 euro
Foto's kleding verdachte [verdachte] :
ICI Paris:
- een grijze muts, model baret
- een lange bruine jas met grote knopen
- een lange, brede geblokte sjaal
Kruidvat:
- een grijze muts model baret
- een lange, brede geblokte sjaal
Foto’s kleding medeverdachte [betrokkene 1] :
Geldautomaat:
- een grijze muts, model baret
5.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, (als bijlage op pagina’s 113-114 van het proces-verbaal, genummerd PL0600-2018436135), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -als bevindingen van verbalisant:
Op 29 september 2018 werden door mij videobeelden bekeken die op 27 september 2017 tussen 11.14 uur en 11.21 uur, werden opgenomen door beveiligingscamera's geplaatst in de drogisterij Kruidvat, vestiging Donkerstraat 37-i te Harderwijk.
CAMERA 1
Camera is bij in- en uitgang van de winkel geplaatst.
11.14.33 uur: Slachtoffer komt winkel binnen.
11.14.46 uur: Verdachten 1 ( [betrokkene 1] ) en 2 ( [verdachte] ) komen de winkel binnen.
11.19.05 uur: Verdachten 1 ( [betrokkene 1] ) en 2 ( [verdachte] ) verlaten de winkel.
11.20.16 uur: Slachtoffer verlaat de winkel nadat zij haar portemonnee bij het afrekenen niet kan vinden en komt korte tijd later weer binnen.
CAMERA 3
Camera is rechts in het midden van de winkel geplaatst.
11.16.21 uur: Slachtoffer komt in beeld.
11.16.39 uur: Verdachte 2 ( [verdachte] ) komt in beeld.
11.17.48 uur: Verdachte 2 ( [verdachte] ) is in beeld en verdachte 1 ( [betrokkene 1] ) komt bij haar staan. Samen lopen ze in de richting waarin het slachtoffer ook gelopen is.
11.18.50 uur: Verdachten 1 ( [betrokkene 1] ) en 2 ( [verdachte] ) lopen in een stevig tempo vanuit het midden van de winkel en lopen in de richting van de uitgang van de winkel.
[afbeelding van drie vrouwen in een winkel, DP]
6. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, (als bijlage op pagina 81 van het proces-verbaal, genummerd PL0600-2018436135), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -als bevindingen van verbalisant:
Op 27 oktober 2018 omstreeks 14:00 uur was ik in uniform gekleed en was ik aanwezig in het arrestantencomplex te Apeldoorn. Aldaar was ik belast met onder andere de insluiting van verdachte [verdachte] en [betrokkene 1] . Ik zag dat in de tas van verdachte [verdachte] een portemonnee zat. Ik zag dat hier kleingeld inzat. Ik zag dat hier twee coupures van 50 euro inzaten. Ik zag dat er twee coupures van 20 euro inzaten. Tevens zag ik dat er één coupure van 10 euro inzat. Ik stond naast arrestanten medewerker [betrokkene 3] . Ik hoorde dat zij tegen mij zei dat er bij verdachte [betrokkene 1] 100 euro contant was aangetroffen in twee coupures van 50 euro. Ik hoorde dat zij tegen mij zei dat deze in een zwart tasje hadden gezeten welke de verdachte tussen haar benen tegen haar vagina aan had verstopt.
7. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, (als bijlage op pagina ’s 134-137 van het proces-verbaal, genummerd PL0600-2018436135), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -als bevindingen van verbalisant:
Naar aanleiding van een zakkenrollerij hebben wij de beelden gevorderd van de Rabobank alwaar met de gestolen pinpas 250 euro is gepind. De beelden zijn door mij bekeken. Er zijn een tweetal beelden. Overzichtsbeelden en beelden vanuit de pinautomaat zelf.
Op de overzichtsbeelden zag ik het volgende:
- dat een vrouw met een zwarte jas met zwarte bontkraag, zonnebril en zwarte schoudertas staat te wachten;
- dat zij zilverkleurige schoenen draagt met witte zool en witte enkel sokjes aan heeft;
- dat ze een grijs baret draagt;
- dat ze een pinpas in de pinautomaat doet;
- dat zij vervolgens iets in haar schoudertas doet;
- dat dit precies dezelfde schoenen zijn als die verdachte [betrokkene 1] droeg bij haar insluiting.
Op de beelden vanuit de pinautomaat zag ik het volgende:
- dat de pintransactie met de gestolen pinpas op 27-09-2018 om 11.19 uur was;
- dat het gekozen bedrag 250 euro betrof;
- dat de eerder omschreven dame in beeld staat te pinnen;
- dat dit onze verdachte [betrokkene 1] betreft;
- dat zij haar haren los draagt onder een grijze barret;
- dat deze baret eerdere werd gedragen door medeverdachte [verdachte] .”
7. In de toelichting op het middel wordt geklaagd dat het bewezenverklaarde medeplegen niet uit de bewijsvoering zou kunnen blijken. Daartoe wordt aangevoerd dat het hof onvoldoende onderscheid zou hebben gemaakt tussen het afkijken van de pincode in de ICI Paris, het stelen van de pinpas van het slachtoffer in De Kruidvat en het latere pinnen met de pinpas van het slachtoffer. Vervolgens bevat de schriftuur de klacht dat het hof onvoldoende duidelijk zou hebben gemaakt waaruit blijkt dat juist de verdachte de pincode van het slachtoffer heeft afgekeken, mede in het licht van het feit dat de verdediging heeft aangevoerd dat een en ander vertekend kan raken doordat slechts een “still” van de camerabeelden in het dossier zit. Daarna wordt nog geklaagd dat bewijs zou ontbreken voor het stelen van de pinpas, over hetgeen het hof heeft afgeleid uit het “nerveuze gedrag” van de verdachte ten tijde van de verkeerscontrole en over het feit dat de etnische afkomst van de verdachte een rol zou hebben gespeeld. Ten slotte wordt nog geklaagd over het feit dat het hof belang heeft toegekend aan het feit dat onder de verdachte en haar medeverdachte 250 euro is aangetroffen, dat het hof betekenis zou hebben toegekend aan eerdere veroordelingen van de verdachte en over de wijze waarop het hof het gebruik van de onder de verdachte aangetroffen kledingstukken (de muts en de sjaal) in de bewijsconstructie zou hebben gebruikt.
8. Ik meen dat al deze klachten moeten falen, gelet op het volgende. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte en haar medeverdachte zich eerst in een eerste winkel (de ICI Paris) bevonden (bewijsmiddelen 3 en 4) alwaar zij “continu” om het slachtoffer heen liepen (bewijsmiddel 3) en dat de verdachte door het slachtoffer is herkend als degene die tijdens het pinnen in deze winkel heel dichtbij haar stond (bewijsmiddel 3). Het hof heeft vervolgens vastgesteld dat de verdachte en haar medeverdachte het slachtoffer gevolgd zijn naar de Kruidvat (bewijsmiddelen 3, 4 en 5) en dat de medeverdachte daar het slachtoffer heeft aangestoten (bewijsmiddel 3) waarna het slachtoffer haar portemonnee kwijt was (bewijsmiddel 3), terwijl de verdachte en de medeverdachte toen samen in een stevig tempo de winkel uitliepen (bewijsmiddel 5). Vervolgens heeft het hof vastgesteld dat de medeverdachte met de pinpas van het slachtoffer heeft gepind terwijl zij een muts op had die daarvoor door de verdachte werd gedragen (bewijsmiddel 7) en dat onder de verdachte en de medeverdachte – die 25 minuten na het pinnen samen in een auto zaten – vervolgens contant geld is aangetroffen, evenals de kleren die zij op de verschillende camerabeelden droegen (bewijsmiddelen 1, 2 en 6). Deze vaststellingen acht ik geenszins ontoereikend voor het daarop gebaseerde oordeel dat de verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van feit 1 en 2.
9. Dat het hof daarnaast nog heeft vastgesteld dat de verdachte tijdens de verkeerscontrole een nerveuze indruk maakte, maakt – wat daar ook van zij – het voorgaande niet anders. De klacht met betrekking tot de rol die de etniciteit van de verdachte zou hebben gespeeld, stuit reeds af op het feit dat ter terechtzitting in hoger beroep geen verweer is gevoerd ten aanzien van de rechtmatigheid van de bewijsgaring. De klacht dat het hof eerdere veroordelingen bij de bewijsvoering heeft betrokken, mist feitelijke grondslag: het hof heeft dit gegeven betrokken bij de motivering van de op te leggen straf.

Slotsom

10. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO Pro ontleende motivering.
11. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
12. Deze conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG