ECLI:NL:PHR:2022:1167
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in cassatie wegens niet-indienen middelen
De verdachte is bij arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van invoer van cocaïne, in strijd met artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet, tot een gevangenisstraf van 985 dagen waarvan 365 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Het cassatieberoep is ingesteld, maar de verdachte heeft niet binnen de wettelijke termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging op 11 april 2022 schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad.
De gerechtelijke brief is aangeboden op het adres van de verdachte, maar daar was niemand bereid deze aan te nemen. Hierdoor is niet voldaan aan artikel 437, tweede lid, Sv, waardoor de verdachte niet in het cassatieberoep kan worden ontvangen.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is daarom dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het cassatieberoep.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.