De zaak betreft een cassatieberoep tegen de maatregel van onttrekking aan het verkeer van een Seat Leon waarin cocaïne werd aangetroffen achter de multimedia unit. De verdachte werd vrijgesproken van de Opiumwet-overtreding, maar de rechtbank beval onttrekking van de auto aan het verkeer vanwege het gevaar van hergebruik voor strafbare feiten.
De Hoge Raad stelt dat onttrekking aan het verkeer alleen kan worden opgelegd als het voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Een alledaags voorwerp zoals een auto kan niet zonder meer worden onttrokken omdat het is gebruikt voor drugstransport.
Van belang is of de auto is voorzien van een verborgen ruimte die niet standaard is en achteraf is ingebouwd. In deze zaak is dat niet vastgesteld. De rechtbank had haar beslissing nader moeten motiveren. De conclusie van de AG strekt tot vernietiging van de maatregel onttrekking aan het verkeer, zonder dat het vonnis zelf wordt vernietigd.
De Hoge Raad overweegt dat de auto na de beslissing voor trainingsdoeleinden is uitgeleend en dat afhankelijk van de staat van het voertuig teruggaaf of schadevergoeding mogelijk is. De conclusie benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij onttrekking aan het verkeer van voertuigen zonder verborgen ruimte.