Conclusie
Oordeel van het hof
Interpretatie van resultaten
IV NOODWEER en/of NOODWEEREXCES.
Client dient als gevolg hiervan te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.”
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de verdachte. Beroep op noodweer (exces)
NJ2016/316, m.nt. Rozemond heeft de Hoge Raad uiteengezet welke aandachtspunten van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling van een beroep op noodweer respectievelijk noodweerexces. Voor de beoordeling van het onderhavige middel zijn in het bijzonder de volgende overwegingen van belang (hier met weglating van de voetnoten):
Noodweerexces
kan[cursivering van mij, A-G] hebben verkeerd’. Van der Weele heeft zich daarbij gebaseerd op de verklaringen die de verdachte heeft afgelegd bij de politie, de rechtbank, de psycholoog en de psychiater (arrest, blad 2). Met name ook in het licht van de verklaring van de verdachte in hoger beroep dat hij ‘het touw’ niet om de nek van het slachtoffer zou hebben gedaan wanneer het slachtoffer ‘sorry’ had gezegd, acht ik het oordeel van het hof dat de door de deskundige enkel als mogelijkheid genoemde gemoedstoestand van angst en paniek zich in de tweede fase niet heeft voorgedaan, niet onbegrijpelijk. De deelklacht dat de verwerping van het beroep op noodweerexces met het oog op de bevindingen van de gedragsdeskundigen tekortschiet, treft dan ook geen doel. De deelklacht dat het hof niet zou hebben aangegeven welke specifieke onderdelen van de verklaringen van de verdachte het hof tot deze andersluidende conclusie hebben gebracht, mist gelet op het bovenstaande feitelijke grondslag; het hof heeft in zijn oordeel immers de verklaringen die de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd meegewogen, nadrukkelijk zelfs.