“
Ten aanzien van feit 1
1.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige van politie Regio Noord- en Oost Gelderland, proces-verbaalnummer PL0621-2014018077-11, d.d. 7 februari 2014 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1] , agent van politie en [verbalisant 2] , hoofdagent van politie (pagina’s 2548 tot en met 2549 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als verklaring van [betrokkene 3] : :
Ik ben eigenaar van het pand aan [a-straat 1] te Apeldoorn. Ik verhuur dit pand. Sinds mei 2013 tot 1 januari 2014 heb ik het pand verhuurd aan BV [A] . Ik weet dat de [betrokkene 2] eigenaar is van [A] BV.
2.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aangifte van politie Regio Noord- en Oost Gelderland, proces-verbaalnummer PL062B-2014002825-1, d.d. 6 januari 2014 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 3] , brigadier van politie en [verbalisant 4] , BOA domein generieke opsporing van politie (pagina’s 2471 tot en met 2475 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als verklaring van [betrokkene 2] :
Ik bezit een pand aan [a-straat] te Apeldoorn. (...) Op 24 december 2014 kwam ik op de zaak. Ik zag in mijn kantoor [getuige] , [betrokkene 4] en [betrokkene 1] zitten. (...) Ik ben weggegaan. Ik wilde daar niet zijn. 's Middags belde [betrokkene 1] mij wederom in tranen; een werknemer (zwart betaald en van ‘het kamp’) [betrokkene 6] die nog zo'n 900 euro van [betrokkene 1] kreeg uit de periode Twello was naar de zaak gekomen en zou gereedschappen als onderpand willen meenemen. Ik had nog mijn allerlaatste centen in mijn zak (250 euro) waarmee [betrokkene 6] akkoord ging als tussentijdse betaling voor [betrokkene 1] . Op de zaak bleek het echter ‘zwart’ van de mensen te staan: [betrokkene 6] had zijn broer meegenomen die mij in elkaar zou meppen als ik [betrokkene 6] niet alles zou betalen. [betrokkene 6] bleef echter redelijk, heeft de 250 euro aangenomen en vertrok. Ter plaatse zag ik dat [betrokkene 4] en de jongen met het zwarte haar met piercing in de lip bij het bedrijf rond liepen. Zij stonden tegen de achterzijde van het bedrijf. Binnen een minuut nadat [betrokkene 6] was vertrokken werd ik aangevallen door [betrokkene 4] . Ik zag dat er een man bij hem was van Molukse afkomst, 1.60 m lang en een smal postuur met rimpels in zijn gezicht, leeftijd rond 40 jaar die [betrokkene 4] ‘ [medeverdachte 3] ’ of ‘ [medeverdachte 3] ’ noemde en die mij direct een pistool op mijn hoofd moest zetten van [betrokkene 4] . ‘Zeg dat je betaalt’ werd mij geroepen door [medeverdachte 3] of [medeverdachte 3] en ‘anders haal ik de trekker over’. Ik heb gezien dat deze [medeverdachte 3] of [medeverdachte 3] een pistool uit de binnenkant van zijn jas haalde. (...), daarna verscheen [verdachte] in beeld en terwijl [betrokkene 4] mij vast hield kreeg ik van [verdachte] een aantal klappen op de zijkant van mijn hoofd. Ik voelde direct pijn. Ik bemerkte later dat ik bloedde uit mijn oor. (...) [betrokkene 4] riep vervolgens tegen mij: ‘Wil jij mij onder vier ogen spreken? Ik wil jou ook wel onder vier ogen spreken.’ We zijn vervolgens naar kantoor gegaan. (...) Ik kreeg een document te zien (schrijfblok waarop ik het handschrift van [betrokkene 1] herkende) waarin [betrokkene 1] verklaarde dat hij 15.000 euro schade had veroorzaakt. [getuige] had als getuige meegetekend. Omdat [betrokkene 1] volgens de mannen ‘het verstand van een kind van 8 had’ en ik zijn baas was zou ik deze schade moeten regelen.
3.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige van Districtsrecherche Noord- en Oost Gelderland, proces-verbaalnummer 355, documentcode 150223.1314.BAERE, d.d. 23 februari:2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 5] , inspecteur van politie en [verbalisant 6] , hoofdagent van politie (pagina's 2512 tot en met 2519 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als weergave van het verhoor van [betrokkene 2] :
V: Op 24 december hebben er 2 incidenten plaatsgevonden; eerst was er het gebeuren met de koffie, gevolgd door geweld en later op de dag het voorval met het pistool op het hoofd. Hoeveel tijd zat hiertussen?
A. In de aangifte staat 2014. Dat moet 2013 zijn. Er zat ongeveer een uur of vijf tussen. Met de koffie moet ongeveer 14.30 uur zijn geweest. (...) Een aantal uren later belde [betrokkene 1] mij huilend op. Daarop ben ik gekomen naar [a-straat] . Toen bleken de [verdachte en betrokkene 4] ' er ook waren. Zij stonden kennelijk te wachten in het kantoor. Ik stond buiten te praten met een andere persoon, dit staat vermeld in mijn aangifte, deze persoon heet [betrokkene 6] . Toen kon ik niet meer weg. De [verdachte en betrokkene 4] ' blokkeerden feitelijk mijn uitgang, want ze stonden tussen mij en de uitgang van het terrein.
V: Wie stonden er toen?
A: [betrokkene 6] en zijn broer. [betrokkene 4] , [verdachte] , [getuige] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , die broer van [betrokkene 4] , [betrokkene 1] . Deze mensen kwamen allemaal uit de werkplaats.
V: Wat gebeurde er toen.
A: [betrokkene 4] kwam direct op mij af, vergezeld met [verdachte] en [medeverdachte 3] . [betrokkene 4] kwam op mij af. Ik zag dat hij mij met beide handen vastpakte, ik zag dat [verdachte] mij op dat moment op mijn hoofd sloeg. Ik zag dat hij dit deed met zijn vuisten, een keer of vier vijf. Ook heb ik een paar trappen gehad van [verdachte] . Toen hoorde ik [betrokkene 4] zeggen ‘ [medeverdachte 3] , zet dat pistool op zijn hoofd’. Ik zag dat een persoon naast me kwam staan, ik wist daarom dat dit [medeverdachte 3] was. (...)
A: Ik werd in een hoek gedrukt tussen de container en een hek. [medeverdachte 3] stond aan mijn linkerzijde. Ik zag dat [medeverdachte 3] een pistool uit zijn binnenzak haalde, (...). Ik zag dat hij het wapen uit de zak haalde en het tegen mijn hoofd zette. (...)
A: (...) Ik hoorde [betrokkene 4] zeggen ‘Zeg dat je me 25.000 euro betaalt!’. Ik heb hier mee ingestemd. Wat moest ik anders met een pistool op mijn hoofd. (...) Toen ik zei dat ik ging betalen, stak [medeverdachte 3] het pistool weer bij zich.
V: Heb je letsel overgehouden?
A: Ik had alleen wat bloed uit mijn oor van de klappen. (...)
V: Hierna gingen [betrokkene 7] en u naar het kantoortje. Hoe ging dit? Waar bleef de rest?
A: [verdachte] , [medeverdachte 1] waren er ook bij. We zouden elkaar onder vier ogen spreken, maar de rest kwam mee. Ik ben met [betrokkene 4] het kantoor in gelopen en toen kwam de rest er achteraan. Toen kreeg ik ook de schuldbekentenis van [betrokkene 1] te lezen.
4.
Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Gelderland, d.d. 24 november 2016, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als verklaring van [betrokkene 2] :
Op vragen van mr. Frijns:
(…)
U heeft verklaard over een incident met ene [betrokkene 6] . Die heet [betrokkene 6] . Ik denk dat u verwijst naar het incident waarbij ik een pistool op mijn hoofd heb gekregen. Wie waren bij dat incident aanwezig? Dat was op 24 december 2013. Uiteraard [verdachte en betrokkene 4] , [medeverdachte 3] , dat is een Moluks meneertje, [getuige] , [betrokkene 6] en zijn broer. [betrokkene 1] en de heer [medeverdachte 1] en nog een vriend die vaak bij [medeverdachte 1] verbleef. (...)
Op vragen van mr. Maalsté:
U vraagt mij naar het pistool incident. Wie stond waar? Op het moment dat [betrokkene 6] en zijn broer vertrokken stond ik voor mijn bedrijfspand. [verdachte en betrokkene 4] ( [verdachte] en zijn vader) en deze [medeverdachte 3] waren er. Op het bedrijfsterrein stond links een zeecontainer. [betrokkene 7] pakte mij vast en drukte mij tegen de afrastering aan in een hoek, achter de zeecontainer en hij zei tegen [medeverdachte 3] ‘zet het pistool op zijn hoofd’. Ik werd in de hoek geduwd tussen de container en het hekwerk. [verdachte] stond op enige afstand en sloeg mij op enig moment met zijn vuist een aantal keren op mijn rechter oor. Ik werd met mijn rug in het gaas gedrukt met mijn gezicht naar hun toe. (...) U houdt mij pagina 2473 vierde alinea voor, passage over het pakken van het pistool. Wat heeft u nog meer gezien behalve dat [medeverdachte 3] het pistool uit zijn binnenkant van zijn jas haalde? Op het moment dat [medeverdachte 3] het pistool op mijn hoofd zette riep [betrokkene 7] ‘zeg dat je me 25.000 euro schuldig bent’. Ik heb tegen hem gezegd ‘als jij mij een pistool tegen mijn hoofd zet dan zeg ik dat ik je 25.000 euro schuldig ben’. Een kogel is mij minder waard dan 25.000 euro. Toen ik gezegd had dat ik de schuld aan [betrokkene 7] zou betalen werd het pistool weer opgeborgen in de binnenzak van [medeverdachte 3] en nodigden [verdachte en betrokkene 4] mij uit om binnen verder te praten. [medeverdachte 3] mocht het pistool van [betrokkene 7] van mijn hoofd halen. [betrokkene 7] zei dat tegen [medeverdachte 3] . [betrokkene 7] gaf de opdracht om het pistool op mijn hoofd te zetten en om het pistool van mijn hoofd te halen.
5.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige van politie Eenheid Oost-Nederland, proces-verbaalnummer PL0600-2014050782-4, d.d. 13 april 2014 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 7] , inspecteur van politie en [verbalisant 8] , brigadier van politie (pagina’s 2528 tot en met 2547 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als weergave van het verhoor van [getuige] :
V= Vraag verbalisanten
A= Antwoord getuige
A: Ja. Toen kwam [betrokkene 7] , maar hij noemt zijn eigen nu [betrokkene 4] .
V: [betrokkene 7] ?
A: Ja. (...)
A: (...) Omdat [betrokkene 1] zo'n problemen had met geld, komt er een papier boven water, is uitgeschreven (...) [betrokkene 1] zou een schuld hebben van 15.000 euro bij [betrokkene 9] . (...) Ik met mijn domme kop heb hem ook getekend, als getuige en [betrokkene 1] heeft hem getekend.
V: Dat is een schuldverklaring?
A:Ja. (...)
V: Maar wanneer speelde dit ongeveer?
A: Uh dat is eind december geweest allemaal. Zitten we weer in de kantine bij [betrokkene 1] op [a-straat 1] . (...)
A: Goed, had [betrokkene 1] nog andere schuldeisers zeg maar. Ook een stelletje van die rollenmannetjes, die kwamen 's middags langs.
V: Ken jij die mensen?
A: één ervan ken ik. [betrokkene 6] heet die. Die heeft vroeger bij hem gewerkt in Twello, bij [betrokkene 1] . En die moest nog geld van hem beuren en [betrokkene 1] is een beetje slecht van betalen. Die heeft een gigantische schuld. Die ging ook een beetje dreigen, zoals rollenmannetjes dreigen zeg maar, die kwamen met 2 man was er niet bepaald een lekkere sfeer zeg maar, ja. [betrokkene 8] komt [betrokkene 1] belt [betrokkene 8] op. (...) [betrokkene 8] komt daar weer langs, om die [betrokkene 6] zogenaamd geld te geven. Toen was [medeverdachte 3] er, [verdachte] , [medeverdachte 1] , [betrokkene 7] en ik en [betrokkene 1] . Dat liep compleet uit de hand. (...) Op een gegeven moment kwam het er op neer dat [betrokkene 8] , en dat heeft hij zeer waarschijnlijk ook verklaard hier, een pistool op zijn kop kreeg. En hij heeft een verschrikkelijk pak slaag gehad. (...)
V: En wie heeft dat pistool bij hem op het hoofd gezet?
A: [medeverdachte 3]
A: Maar [medeverdachte 3] werkt duidelijk voor [verdachte] en [betrokkene 7] . (...)
V: En zijn er toen nog dingen bij gezegd?
A: Gewoon bedreigingen van als je naar de (…) wauten toe gaat en die gein nog meer.
6.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte van Districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland, proces-verbaalnummer 154, Documentcode 201501281015.VE, d.d. 28 januari 2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 9] , brigadier van politie en [verbalisant 10] , hoofdagent van politie (pagina’s 2559 tot en met 2567 van het politiedossier), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als weergave van het verhoor van [getuige] :
V: Vraag verbalisant(en);
A: Antwoord verdachte;
A: (...) [betrokkene 9] kwam op het bedrijf en hij had een brief bij zich waarin stond dat [betrokkene 1] een schuld had van 15.000 euro bij [betrokkene 9] . Die brief moest getekend worden door [betrokkene 1] hetgeen hij deed en ik heb als getuige getekend. [betrokkene 9] zei dat die schuldverklaring alle problemen tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1] zouden oplossen. [betrokkene 9] zou dat namelijk met dat papier wel even regelen.
7.
Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Gelderland, d.d. 16 januari 2017, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende:
als verklaring van [betrokkene 6] :
Kent u [betrokkene 2] ?Ja, hij was de boekhouder van [betrokkene 1] . (...) Wat ik mij heb laten vertellen is dat [betrokkene 2] de zaak van [betrokkene 1] heeft overgenomen. De zaak is naar Apeldoorn verhuisd. Ik ben één keer op de zaak geweest in Apeldoorn en dat was op een middag.
Wat deed u daar?
Ik moest daar voor [betrokkene 1] zijn. [betrokkene 2] had het wel overgenomen maar [betrokkene 1] deed daar alles. Er waren allemaal mensen. Wat ik hoorde van [betrokkene 1] was dat er trammelant was om auto's. (...)
Wat heeft u zelf gezien van de ontmoeting met [betrokkene 2] en mensen waar [betrokkene 1] zaken mee deed?Die mensen zijn met [betrokkene 2] in discussie gegaan. Ik ben naar binnen gegaan naar [betrokkene 1] . Ik heb binnen met [betrokkene 1] gepraat. Ik heb niets meegekregen van wat er buiten gebeurd is. Ik hoorde wel wat geroep. [betrokkene 1] zei dat er wat trammelant was.”