Conclusie
Stichting Lentis Maatschappelijke Onderneming
[de geneesheer-directeur]
[de zorgverantwoordelijke],
de zorgverantwoordelijke) is opgesteld, staat in rubriek 5.d (onderstreping toegevoegd):
Betrokkene (…) is reeds langdurig opgenomen binnen kliniek Winschoten en de FPA. Hij is woonachtig in [plaats] en ForFACT is ambulant betrokken. Voor de huidige opname […] in ambulante setting frequente terugvallen met manische ontregelingen agv staken medicatie en/of drugsgebruik. Manische ontregelingen leiden tot ontremd gedrag, dreiging en agressie naar zijn omgeving. Opname binnen een HIC en IC verpleging is dan noodzakelijk ter stabilisatie.
Patiënt is in overleg met ForFACT aangemeld bij het ART (Akkerhoven) in Zuidlaren.
de geneesheer-directeur) bericht dat zij heeft besloten om per die datum de volgende vormen van verplichte zorg aan betrokkene te gaan verlenen: (i) beperken van de bewegingsvrijheid, (ii) insluiten en (iii) opnemen in een accommodatie, alle voor maximaal de duur van de verleende zorgmachtiging. Het betreft hier een beslissing op grond van art. 8:9 lid 1 Wvggz Pro. Onder ‘opnemen in een accommodatie’ heeft de zorgverantwoordelijke in de brief het volgende vermeld:
Om deze reden werd er een aanmelding gedaan naar het ART in Zuidlaren. Dhr. is het niet eens met deze verwijzing en zou zelf graag met ontslag naar huis gaan. Inmiddels is er een intake geweest bij het ART en staat dhr. op de wachtlijst voor overplaatsing naar Olmenstaete.”
Klacht over overplaatsing’ en verwijst in de eerste alinea naar art. 10:3 lid Pro 1, onder f, Wvggz. Betrokkene heeft in de klachtbrief voorts een verzoek tot schadevergoeding ingediend (art. 10:11 lid 1 Wvggz Pro). Bij brief van 22 juni 2021 heeft de patiëntenvertrouwenspersoon dit verzoek nader onderbouwd. [11] Bij brief van 23 juni 2021 heeft de patiëntenvertrouwenspersoon de klacht van betrokkene nader uitgewerkt en toegelicht. [12] In cassatie is de in de brief geformuleerde ‘
Klacht 1: Toepassing verplichte zorgvorm: 8.9 Wvggz c.q. overplaatsing onder 8:16 Wvggz’ van belang. Deze klacht luidt onder meer:
was er naar oordeel van de klachtencommissie in dit geval geen plaats voor de inmiddels kennelijk gehanteerde uitvoeringspraktijk ten aanzien van overplaatsingen, wat ook zij van die uitvoeringspraktijk.
de rechtbank), ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend voor het tijdvak tot en met 2 juli 2022, voor een achttal vormen van verplichte zorg, waaronder ‘opnemen in een accommodatie’. De rechtbank heeft onder meer het volgende overwogen (onderstreping toegevoegd, A-G):
Betrokkene is zonder verzet naar Olmenstaete gekomen maar heeft het hier niet naar zijn zin. Het is fijn om te horen dat de psychiater gaat onderzoeken wat de mogelijkheden voor betrokkene zijn. Behandeling en medicatie heeft betrokkene wel nodig. Op dit moment is er voor betrokkene geen alternatief, maar zelf vindt hij dat hij niet opgenomen hoeft te worden. (…)”
amicus curiaebrief d.d. 21 februari 2022 gevoegd van de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Die brief bevat een oproep om de beschikking van de rechtbank in stand te laten. Het zou administratief te belastend zijn als de geneesheer-directeur voor elke wisseling van zorgverantwoordelijke een beslissing zou moeten nemen.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onder 1.1)
feitelijke overplaatsing. Dit betekent echter niet dat art. 8:16 Wvggz Pro niet van toepassing is. De geneesheer-directeur moet voor een overplaatsing een schriftelijke beslissing geven en dient de betrokkene op de hoogte te stellen van de mogelijkheid om tegen die beslissing een klacht in te dienen. (zie
onder 1.2)
onder 1.3 en 1.4)
onder 1.5 en 1.6)
Overplaatsing, tijdelijke onderbreking en beëindiging’. Het eerste lid luidt als volgt:
wisselingvan zorgaanbieder, geneesheer-directeur of zorgverantwoordelijke, maar alleen in het geval aan de betrokken persoon al verplichte zorg wordt verleend. De geneesheer-directeur kan hierover ambtshalve een beslissing nemen, bijvoorbeeld als er binnen de instelling verschil van inzicht bestaat over de vraag of het aanwijzen van een nieuwe zorgverantwoordelijke noodzakelijk is. De geneesheer-directeur dient ook een beslissing te nemen over een wisseling van de zorgverantwoordelijke indien de patiënt, zijn vertegenwoordiger of de zorgverantwoordelijke zelf daarom vraagt. Indien overplaatsing naar een andere locatie van dezelfde zorgaanbieder of naar een andere afdeling binnen een zelfde zorginstelling met zich brengt dat de verantwoordelijkheid voor het verlenen van verplichte zorg moet worden overgedragen aan een andere zorgverantwoordelijke, is uitgangspunt dat de geneesheer-directeur een beslissing dient te nemen. Een fysieke overplaatsing als zodanig valt evenwel niet binnen de reikwijdte van art. 8:16 Wvggz Pro.
iederewisseling van een zorgverantwoordelijke binnen dezelfde zorgaanbieder (of zelfs binnen dezelfde locatie van één zorgaanbieder) moet goedkeuren. Het woord ‘kan’ in de eerste zin van die bepaling lijkt erop te duiden dat als de geneesheer-directeur zelf geen aanleiding ziet voor het ambtshalve nemen van een dergelijke beslissing en hem ook niet is gevraagd, door bijvoorbeeld de patiënt of de zorgverantwoordelijke, om een beslissing te nemen, art. 8:16 Wvggz Pro niet ertoe verplicht dat toch een beslissing wordt genomen over de wisseling van de zorgverantwoordelijke.
amicus curiae-brief van NVP spreekt bezorgdheid over de belasting die zou ontstaan, ook voor de patiënt, als bij elke wisseling van zorgverantwoordelijke een beslissing van de geneesheer-directeur nodig zou zijn. Die bezorgdheid lijkt mij een relevant gezichtspunt, dat echter niet ten koste mag gaan van de rechtsbescherming van de patiënt ten aanzien van wie verplichte zorg wordt toegepast.
in dit gevaleen beslissing van de geneesheer-directeur als bedoeld in art. 8:16 Wvggz Pro was vereist. Ik roep in herinnering dat betrokkene bezwaar heeft gemaakt tegen zijn overplaatsing naar Zuidlaren. [21] Naar ik begrijp wilde betrokkene liever terug naar huis en dus terug naar een ambulante situatie, wat volgens de zorgverantwoordelijke niet verantwoord was. Zij heeft daarom in haar beslissing van 22 mei 2021 bepaald om onder meer ‘insluiting’ en ‘opname in een accommodatie’ als vorm van verplichte zorg aan te zeggen.
niet van toepassingis op de plaatsing van betrokkene in Olmenstaete (Zuidlaren).
initiëleplaatsing worden beschouwd en is van een
overplaatsing als bedoeld in art. 8:16 Wvggz Pro geen sprake, ook niet als die plaatsing meebrengt dat de persoon van zorgverantwoordelijke wisselt.
nietbestreden en dienen in cassatie derhalve tot uitgangspunt. De rechtbank heeft in rov. 5.7 onder meer overwogen dat betrokkene al in november 2020 is aangemeld bij het ART Zuidlaren en dat deze aanmelding op dat moment met hem is besproken. Twee maanden vóór het verlenen op 25 januari 2021 van de zorgmachtiging stond dus al vast dat betrokkene te zijner tijd zou worden geplaatst in Olmenstaete. Alléén vanwege de omstandigheid dat daar in november 2020 geen plaats voor hem was, is zijn vrijwillig verblijf in Winschoten voortgezet.
voorbij is gegaan aan de vereisten van art. 8:16 Wvggz Pro, die van openbare orde zijn”. De klacht wordt onder 2.1-2.4 als volgt uitgewerkt.
onder 2.1)
onder 2.2)
onder 2.4)
de gevolgendie de overplaatsing van betrokkene naar de locatie Olmenstaete voor hem heeft. Daarop hadden de in de klachtprocedure geformuleerde klachten (althans in elk geval de gronden waarover de rechtbank nadien in de procedure op grond van art. 10:7 Wvggz Pro had te beslissen) evenwel geen betrekking. Die hadden namelijk betrekking op de vraag of aan de overplaatsing een beslissing van de geneesheer-directeur ten grondslag had moeten liggen.