Conclusie
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
2.
6.
Op 23 december 2018 en 4 januari 2019 bekeek ik diverse veiliggestelde camerabeelden naar aanleiding van een brandstichting, gepleegd op 19 juli 2018 op het adres [a-straat 1] te [plaats] . Ik bekeek camerabeelden van het adres [b-straat 1] te [plaats] . Deze zijn circa 230 meter gelegen vanaf de plaats delict. De tijd van de gevorderde camerabeelden kwam overeen met de daadwerkelijke tijd. De camerabeelden hebben zicht op een deel van de openbare weg de [b-straat] . Hierbij is de aanrijroute vanuit de plaats delict vanuit de linkerzijde van het beeld. Ik zag dat om 14.30.26 uur twee personenauto’s vanuit de richting van de [a-straat] (links) door het beeld kwamen gereden in de richting van de [c-straat] te [plaats] . Ik zag dat achter een personenauto een andere personenauto reed. Ik herkende de vorm van deze auto als een Opel Omega. Door middel van de camerabeelden frame voor frame te bekijken zag ik dat aan de achterzijde een Nederlandse kentekenplaat zat met de combinatie [kenteken] . Ik zocht middels BVI-B op het kenteken [kenteken] . Deze stond op naam van [benadeelde 1] , geboren op [geboortedatum] 1946. Mij is ambtshalve bekend dat dit de vader betreft van verdachte [verdachte] . Bij controle middels bevraging van de Gemeentelijke Basisadministratie zag ik dat dit inderdaad de vader van verdachte [verdachte] betrof. Uit het onderzoek is reeds gebleken dat [verdachte] tevens ervan wordt verdacht personenauto’s op naam van zijn vader te zetten om er zelf gebruik van te blijven maken. Hiervan werd reeds aangifte gedaan tegen [verdachte] . In deze aangifte werd tevens een personenauto genoemd, voorzien van het kenteken [kenteken] .
8.
11.
Ik had dat toestel eindigend op 791 die dag bij mij (het hof begrijpt: op 19 juli 2018 het toestel met telefoonnummer [telefoonnummer 1] ).
12.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
4.Het eerste middel
Ik heb in eerste aanleg uitgebreid toegelicht waarom de verdediging nader onderzoek door het NFI wenst. Met uw toestemming ga ik die toelichting niet voorlezen. Ik vraag u deze als voorgedragen te beschouwen.
(…)
Ik zal mij beperken tot de essentie, omdat ik zojuist al uitgebreid aan het woord ben geweest. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verklaring van [betrokkene 1] niet betrouwbaar is en dus niet voor het bewijs kan worden gebruikt. Het gevraagde NFI rapport zou duidelijkheid kunnen geven over de vraag hoe waarschijnlijk het is dat de verklaring van [betrokkene 1] past bij de bevindingen die zijn opgenomen in het proces-verbaal. Voor het overige persisteer ik.