Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het ontvankelijkheidsincident
verklaringvan de man vervangt. Dat vonnis houdt immers in dat indien de man niet binnen een termijn van zeven dagen meewerkt aan het notarieel transport van de woning het ‘dezelfde kracht zal hebben als de handtekening (en parafen) van de man onder (en in) de benodigde notariële akte(n)’ (hiervoor 2.4). Volgens eerder bedoelde opvatting is het ontvankelijkheidsincident reeds daarom ten onrechte opgeworpen. Maar een afdoening in die zin bepleit ik niet. Met (de advocaat van) de vrouw veronderstel ik dat op zichzelf het vonnis van de voorzieningenrechter een uitspraak is als bedoeld in art. 3:301 lid 2 BW Pro, omdat het vonnis in de plaats treedt van een deel van een tot levering van een registergoed bestemde akte, namelijk wat betreft de voor die levering vereiste verklaring van de man dat hij levert.
bodemvonnisvan de rechtbank. Daarmee doet het geval waarvoor art. 3:301 lid 2 BW Pro inschrijving in het rechtsmiddelenregister voorschrijft, zich niet voor. Op die grond valt voor het ontvankelijkheidsverweer van de vrouw alsnog het doek.
. [15] Zo ook in het bij het arrest van 23 april 2021 besliste geval. Door appellant waren grieven gericht tegen de beslissing van de rechtbank dat het woonhuis aan [eiser 2] moest worden toegedeeld en geleverd tegen een bedrag van
f60.000,—. [16] Het eventuele slagen van die grieven zou ook het gedeelte van het vonnis raken waarbij door de rechtbank was bepaald dat – indien [verweerders] niet (tijdig) zouden meewerken aan de levering van het woonhuis aan [eiser 2] – de uitspraak in de plaats zou treden van een deel van de leveringsakte, namelijk van de in de leveringsakte vereiste verklaringen van [verweerders]. Daarom was inschrijving in het rechtsmiddelenregister vereist.
leveringdie op basis van het kortgedingvonnis heeft plaatsgevonden en waarbij de tot levering strekkende verklaring van de man door dat vonnis werd vervangen, of nog vóór de uitspraak in cassatie zal worden vervangen. [18]
de eigendomsovergangvan het aandeel van de man in de woning op de vrouw. Die overgang veronderstelt immers meer dan een geldige levering alleen. Dit brengt mij echter niet alsnog tot een andere conclusie. Het komt veel vaker voor dat een rechterlijke beslissing de geldigheid van een eigendomsoverdracht of andere wijze van eigendomsovergang betreft, zonder dat een verplichting tot inschrijving in het rechtsmiddelenregister bestaat. Zo iedere rechterlijke beslissing met betrekking tot de geldigheid van de titel van een overdracht (art. 3:84 lid 1 BW Pro). Het bedoelde effect van een eventuele vernietiging op de geldigheid van de eigendomsovergang kan een extensieve interpretatie van het voorschrift van art. 3:301 lid 2 BW Pro dus niet rechtvaardigen.