ECLI:NL:PHR:2022:252
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid hoger beroep tegen overtredingen met toepassing van art. 9a Sr
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens overtredingen van artikel 70, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, met vijf hechtenisstraffen van telkens een week. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de ontvankelijkheid van het hoger beroep voor de feiten 3, 4 en 5, die met toepassing van artikel 9a Sr waren afgedaan.
De Hoge Raad onderzocht of het hof terecht het hoger beroep ontvankelijk had verklaard, ondanks de hoofdregel dat tegen overtredingen die met toepassing van art. 9a Sr zijn afgedaan geen hoger beroep openstaat. De uitzondering in het derde lid van art. 404 Sv Pro, die hoger beroep mogelijk maakt bij verstek en onbekendheid van de verdachte met de zittingsdatum, was hier van toepassing. Dit bleek uit de registratie van de verdachte als Vertrokken Onbekend Waarheen en het feit dat de dagvaarding niet persoonlijk was betekend.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof niet onjuist of onbegrijpelijk had geoordeeld dat het hoger beroep ontvankelijk was. De beperking van het hoger beroep tot feiten 1 en 2 door de raadsman was niet rechtsgeldig, zodat het volledige vonnis in hoger beroep aan de orde bleef. Het middel faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de overtredingen met toepassing van art. 9a Sr is ontvankelijk verklaard en het cassatieberoep verworpen.