ECLI:NL:PHR:2022:299
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijwaringszaak over aansprakelijkheid gerechtsdeskundige bij waardering aandelen in echtscheidingsprocedure
Deze zaak betreft een vrijwaringsprocedure die samenhangt met een hoofdzaak over mogelijke aansprakelijkheid van een gerechtsdeskundige voor fouten bij de waardering van aandelen in een echtscheidingsprocedure.
De hoofdzaak draait om de vraag of eiser 1, als gerechtsdeskundige, het hof in de echtscheidingsprocedure goed heeft voorgelicht over de relevantie van een gepubliceerde jaarrekening. Eiser 1 had de aandelen van de overleden man in PeP Beheer B.V. gewaardeerd, wat leidde tot discussie over de juiste waarde. De vrouw in de echtscheiding vorderde schadevergoeding wegens een te lage waardering.
In de vrijwaringszaak riepen eisers de man in vrijwaring op. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank dat de vrijwaringsvordering afwees, omdat in de hoofdzaak de vorderingen van de vrouw waren afgewezen. Het cassatieberoep van eiser 1 richt zich erop dat alsnog een inhoudelijke beoordeling van de vrijwaringsvordering moet plaatsvinden als het cassatieberoep in de hoofdzaak slaagt.
De conclusie van de procureur-generaal is dat het cassatieberoep van eiser 1 slaagt, het bestreden arrest vernietigd moet worden en de zaak moet worden verwezen voor verdere behandeling. Adagium, mede-eiser, wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep vanwege gebrek aan belang.
De zaak bevat uitgebreide feiten over de waardering van aandelen, de procedurele stappen in de echtscheiding en de daaropvolgende civiele procedures, waarbij de deskundigenrapporten en reacties daarop centraal staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser 1 slaagt, het bestreden arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling; Adagium wordt niet-ontvankelijk verklaard.