Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelheeft betrekking op het onder 1 tenlastegelegde. Geklaagd wordt dat het hof het verweer van de verdachte dat hij niet de gebruiker was van een Blackberry-telefoon met het e-mailadres [e-mailadres 1] ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen, terwijl het hof de van en naar dit e-mailadres verzonden berichten wel voor het bewijs heeft gebruikt.
Nadere bewijsoverwegingen
Vastgestelde feiten en omstandigheden. Uit het dossier volgt dat aangever [aangever] (verder aangever) in de vroege ochtend van 17 april 2016, omstreeks 06.23 uur, direct voor zijn woning aan de [a-straat 1] te [plaats] is beschoten. De aangever en getuigen hebben verklaard twee mannen op een scooter te hebben gezien. Degene die achterop de scooter zat, had een vuurwapen waarmee hij op korte afstand meerdere keren op de aangever heeft geschoten. De aangever is vervolgens weggerend, waarna de schutter achter hem aan is gerend en nogmaals heeft geschoten. De aangever wist uiteindelijk te ontkomen. Hij heeft geen verwondingen opgelopen.
Inhoud PGP-berichten
tweede middelheeft betrekking op het onder 3 bewezenverklaarde. Geklaagd wordt dat het oordeel van het hof dat de verdachte niet een concrete, verifieerbare en op voorhand niet onaannemelijke verklaring heeft afgelegd onvoldoende is gemotiveerd.
derde middelbevat de klacht dat de redelijke inzendtermijn in de cassatiefase is overschreden.