“
1. L. [benadeelde] deed op 31 oktober 2019 aangifte. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
"In de avond van 30 oktober 2019 werd ik omstreeks 23:15 uur door mijn vriend, [verdachte] , opgehaald van mijn werk, Burger King te Caracasbaai. [verdachte] kwam in zijn auto, een donkerblauwe Toyota Avensis met het kenteken [kenteken] . Toen ik in de auto stapte zei [verdachte] tegen mij:"Mi tin tin sorpresa pa bo" (vrije vertaling: "Ik heb een verassing voor je."). [verdachte] reed met een hoge snelheid richting ons huis. Eenmaal thuis aangekomen, deed ik de ramen en deuren van de woning open, maar [verdachte] deed ze weer dicht. Hij vroeg toen aan mij: "Ken ta [naam] ?" (vrije vertaling: "Wie is [naam] ?"). Ik vertelde aan [verdachte] dat [naam] een vriend is die ik sinds jongs af aan ken. Hierna liep ik naar de badkamer, maar ik werd door [verdachte] op de grond gesleurd. [verdachte] gaf mij meerdere harde vuistslagen in mijn gezicht. Ik smeekte hem om te stoppen. Ik zag dat hij een mes in zijn hand had. Ik smeekte hem om het mes weg te zetten, wat hij voor even heeft gedaan. Echter pakte hij het mes weer op. Ik bleef hem smeken: "No hasie. No haste." (vrije vertaling: "Doe het niet. Doe het niet") [verdachte] heeft mij gewurgd en stak mij met het mes in mijn rechterborst. Terwijl het mes in mijn borst was, draaide [verdachte] deze aan. Terwijl hij dit deed zei hij: "Bo sa ku bo no tin mag di tin amigu tog?"(vrije vertaling: "Je weet dat je geen vrienden mag hebben toch?)".
Ik had veel pijn, was bewusteloos en ik had geen kracht om voor hulp te schreeuwen.
Hierna heeft [verdachte] mij in de kofferbak van zijn auto gezet. Hij vertelde dat hij mij naar het ziekenhuis zou brengen voor medische behandeling. Op enig moment voelde ik dat de auto in beweging was. Hij stopte, haalde mij uit de kofferbak en liet mij ter hoogte van het bos van [plaats] achter. Hij zei toen: "Si bo no ta pa ami, bo no ta pa niun hende tampoko" (vrije vertaling: "Indien je niet voor mij bent, dan ben je ook voor niemand.").
Hierna reed hij weg. Ik sleurde mezelf over de grond om op de hoofdweg aan te komen. Eenmaal daar ben ik door andere mensen geholpen. Indien ik geen hulp had gekregen, had ik het misschien niet gered."
2. L. [benadeelde] deed op 5 november 2019 een aanvullende aangifte. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
"Ik verzocht [verdachte] om het mes op de grond te gooien. [verdachte] deed dit, maar hij pakte het mes kort daarna weer op en stak mij met kracht in de borst. Het betrof een zilverkleurig mes, met een grijs handvat. Het was een groot mes, met dezelfde lengte als een liniaal, ongeveer 30 centimeter lang."
3. Proces-verbaal van eerste verhoor verdachte, waarin de verdachte heeft verklaard:
"Op 30 oktober 2019, omstreeks 22:30 uur was ik [benadeelde] gaan halen van haar werk. Ik was toen thuis, [a-straat 1] ."
4. Proces-verbaal van tweede verhoor verdachte, waarin de verdachte heeft verklaard:
"Ik heb van die gekleurde messen en ik heb ook een set zilverkleurige (Nikkel) messen, waaronder een broodmes van ongeveer een liniaal lengte (30 cm). De andere messen uit die set hebben een vergelijkbare lengte."
5. Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , betreffende een poging doodslag, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Op 31 oktober 2019, omstreeks 00:45 uur, reed ik in de richting van Centrum Supermarket Piscadera. Ter hoogte van de kruising [A] en [B] ( [plaats] ), zag ik een vrouw op de grond liggen. De vrouw was gekleed in een zwartkleurige shirt met het logo van Burger King. Onder haar lichaam en op straat zag ik veel bloed. De vrouw heeft verklaard dat zij door haar vriend, verdachte, ter hoogte van haar borst werd gestoken. De vrouw gaf op te zijn: [benadeelde] . De vrouw had veel bloed verloren en zag er heel zwak uit."
6. NFI-rapport van [betrokkene 1] , inzake resultaten sporenonderzoek, voor zover inhoudende:
"De auto van de verdachte, Toyota Avensis met het kenteken [kenteken] , is door de politie bemonsterd. Zowel van het referentiemateriaal van het slachtoffer als van een gedeelte van de bemonsteringen zijn DNA-profielen verkregen. Bemonsterd is
- het rubber van de kofferbak ter hoogte van de onderste rand van de achterruit van de Toyota Avensis;
- binnenste achterbumper paneel van de achterruit van de Toyota Avensis;
- een gele plasticfles van "Engine Coolant Maxima Protection", aangetroffen op het reserve wiel afdekplaat van de kofferbak van de Toyota Avensis;
- een gele plasticfles van "Prestone Antifreeze/Coolant", aangetroffen op het reservewiel afdekplaat van de kofferbak van de Toyota Avensis;
- de binnenkant van de kofferbak paneel ter hoogte van de Nederlands Forensisch rechterachterlicht van de Toyota Avensis.
Het DNA-profiel van voornoemde bemonsteringen is vergeleken met het DNA-profiel van het slachtoffer en dit heeft een positieve match opgeleverd. De matchkans van dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard, ofwel de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard".
7. Medische verklaring van [betrokkene 2] . De arts heeft de volgende verklaring opgesteld:
"Het letsel betreft een steekwond in de rechter thorax en is 3 cm lang. Er is sprake van ernstig uitwending bloedverlies. Ook is er sprake van inwendig bloedverlies, hemothorax. Medisch ingrijpen, operatie, is noodzakelijk."”
9. In het door het Hof bevestigde vonnis is de volgende bewijsoverweging opgenomen:
“De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken:
1. omdat het wettig en overtuigend bewijs tekortschiet. Zij heeft daartoe aangevoerd dat […] (c) er weinig bloed in de kofferbak van de auto van de verdachte is aangetroffen en helemaal geen bloed in de woning van de verdachte.
[…]
Het Gerecht overweegt als volgt.
Ad 1.
Het Gerecht is, anders dan de raadsvrouw, van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte zich aan het ten laste schuldig heeft gemaakt, zoals bewezen verklaard. Daartoe overweegt het Gerecht:
[…]
c. Dat, zoals de raadsvrouw heeft aangevoerd, in de kofferbak relatief weinig bloed van het slachtoffer zou zijn aangetroffen, doet niet af aan de bewijswaarde daarvan. Dat er überhaupt bloed van het slachtoffer in de kofferbak is aangetroffen, is veelzeggend. Voor de omstandigheid dat er minder bloed is aangetroffen dan men mogelijk zou verwachten, zijn verschillende mogelijke verklaringen aan te wijzen, bijvoorbeeld dat het slachtoffer in de kofferbak (nog) niet hevig aan het bloeden was of dat de verdachte de kofferbak schoon heeft gemaakt. Datzelfde geldt voor het ontbreken van bloedsporen in de woning van de verdachte.
In aanvulling op het bovenstaande overweegt het Gerecht in algemene zin dat een alternatief scenario, waarin bijvoorbeeld een ander dan de verdachte het feit heeft gepleegd, zich redelijkerwijs niet laat indenken, terwijl van de zijde van de verdediging ook niets is aangevoerd om een dergelijk alternatief scenario aannemelijk te maken.
Gelet op het vorenstaande verwerpt het Gerecht het verweer strekkende tot vrijspraak.”
10. Het middel is, mede gelet op de toelichting ervan, uitsluitend gericht tegen het door het Hof overgenomen oordeel dat het feit dat in de kofferbak relatief weinig bloed van het slachtoffer zou zijn aangetroffen niet afdoet aan de bewijswaarde daarvan. Het middel is daarmee niet gericht tegen het oordeel over een ter terechtzitting ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt als geheel – dat strekt tot vrijspraak wegens onvoldoende bewijs – maar slechts tegen het oordeel over een deel van dat uitdrukkelijk onderbouwde standpunt.
11. Het Hof heeft met bevestiging van het vonnis in eerste aanleg geoordeeld (1) dat veelzeggend is dat er überhaupt bloed van het slachtoffer in de kofferbak is aangetroffen, en (2) dat er verschillende mogelijke verklaringen zijn voor de omstandigheid dat er minder bloed is aangetroffen dan men mogelijk zou verwachten. Met betrekking tot dat laatste zijn in het vonnis twee voorbeelden gegeven: (1) dat het slachtoffer in de kofferbak (nog) niet hevig aan het bloeden was, en (2) dat de verdachte de kofferbak nadien schoon heeft gemaakt.
12. Uit de bevestiging van het vonnis in eerste aanleg blijkt dat waarom het Hof van oordeel is dat het in hoger beroep gevoerde verweer over de aangetroffen hoeveelheid bloed in de kofferbak moet worden verworpen: dat het veelzeggend is dat er überhaupt bloed is aangetroffen en dat er verschillende redenen kunnen zijn voor de omstandigheid dat er minder bloed is aangetroffen dan men mogelijk zou verwachten. De twee daarvoor in het vonnis van het Gerecht genoemde mogelijke redenen – dat het slachtoffer in de kofferbak (nog) niet hevig aan het bloeden was en dat de verdachte de kofferbak schoon heeft gemaakt – zijn slechts opgenomen als voorbeelden. Voor zover het verweer gaat over de begrijpelijkheid van één van die voorbeelden, doet het niet af aan de bewijsconclusie die in het vonnis is getrokken. Naar mijn oordeel heeft het Hof het vonnis van het Gerecht daarmee zonder nadere motivering kunnen bevestigen.
13. Het middel faalt.