ECLI:NL:PHR:2022:385
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in uitleveringszaak wegens termijnoverschrijding
De rechtbank Limburg heeft op 1 november 2021 de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Turkije voor strafexecutie toegelaten, met een gevangenisstraf van ruim 26 jaar en een geldboete. Tegen dit vonnis is namens de opgeëiste persoon cassatieberoep ingesteld. Hoewel een cassatieschriftuur binnen veertien dagen na uitspraak bij de Hoge Raad werd ingediend, werd het beroep zelf pas een maand later, op 1 december 2021, rechtsgeldig ingesteld via een bijzondere volmacht aan een griffiemedewerker.
De Hoge Raad oordeelt dat het indienen van een cassatieschriftuur bij de Hoge Raad niet gelijkstaat aan het instellen van het cassatieberoep, dat volgens de wet op de griffie van het gerecht dat de uitspraak deed moet plaatsvinden. Omdat het beroep niet tijdig is ingesteld, is de opgeëiste persoon in cassatie niet-ontvankelijk. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding verontschuldigen.
De conclusie van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep, waardoor de inhoudelijke middelen niet worden behandeld. Hiermee blijft de uitleveringsuitspraak van de rechtbank Limburg in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig instellen binnen de wettelijke termijn.