Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De procesgang
3.Het eerste middel
2. BeoordelingOp 26 mei 2020 is onder [betrokkene 1] , de partner van klaagster, voornoemd geldbedrag inbeslaggenomen.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland het klaagschrift van klaagster ongegrond verklaard, waarin zij verzocht om opheffing van het beslag en teruggave van een geldbedrag van € 15.135,00 dat onder haar partner in beslag was genomen.
De Hoge Raad stelt vast dat de rechtbank niet duidelijk heeft gemaakt op welke wettelijke grondslag het beslag is gelegd, waardoor onduidelijk is welke toetsingsmaatstaf van toepassing is. Bij een beslag op grond van art. 94 Sv Pro geldt een andere maatstaf dan bij een conservatoir beslag op grond van art. 94a Sv.
De rechtbank hanteerde bovendien een te strenge maatstaf door te oordelen dat niet buiten twijfel kon worden vastgesteld dat klaagster eigenaar was van het geldbedrag, terwijl bij een conservatoir beslag de maatstaf is dat dit buiten redelijke twijfel moet zijn. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde beoordeling met de juiste maatstaf en duidelijke vaststelling van de beslaggrondslag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde beoordeling met de juiste toetsingsmaatstaf.