ECLI:NL:PHR:2022:406
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van beklag tegen verbeurdverklaring geldbedrag wegens onduidelijke motivering rechtbank
Klaagster diende beklag in tegen de verbeurdverklaring van twee geldbedragen die in haar woning in beslag waren genomen. Deze bedragen waren verbeurd verklaard in een strafzaak tegen haar partner's broer, veroordeeld voor drugshandel en witwassen. Klaagster stelde eigenaar te zijn van het geld, afkomstig van een babyshower en spaargeld, en verzocht om teruggave.
De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond, stellende dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter de verbeurdverklaring zou handhaven, mede omdat klaagster verdachte was in een witwaszaak en er aanwijzingen waren dat zij betrokken was bij illegale activiteiten. De rechtbank paste daarbij de toetsingsmaatstaf toe die geldt bij een beklag van de beslagene, wat onduidelijkheid schept over de juiste juridische grondslag.
De Hoge Raad constateert dat de rechtbank niet duidelijk heeft gemaakt welke maatstaf zij hanteert bij de ongegrondverklaring van het beklag en dat dit leidt tot een onbegrijpelijke beslissing. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag voor een nieuwe behandeling en beslissing op het beklag volgens de juiste maatstaf.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor herbeoordeling vanwege onduidelijke motivering.