ECLI:NL:PHR:2022:475
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in beklag tegen beslag op telefoons
De zaak betreft een beklag van klager tegen het beslag op twee mobiele telefoons die in het kader van een strafzaak waren ingenomen. Klager was veroordeeld wegens het bezit en vervaardigen van kinder- en dierenpornografische afbeeldingen, waarbij het vonnis van de strafrechter geen beslissing over het beslag bevatte.
Klager diende op 13 april 2021 een klaagschrift in op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, waarin hij verzocht het beslag op zijn telefoons op te heffen en terug te geven. De rechtbank Gelderland verklaarde het klaagschrift ontvankelijk maar ongegrond.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad merkte ambtshalve op dat het klaagschrift meer dan drie maanden na het einde van de strafzaak was ingediend, waardoor de rechtbank klager niet-ontvankelijk had moeten verklaren op grond van artikel 552a lid 3 Sv. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verklaart klager niet-ontvankelijk, zonder inhoudelijk op het middel in te gaan.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het klaagschrift.