ECLI:NL:PHR:2022:482
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering hoofdelijke betalingsverplichting bij profijtontneming uit hennepteelt
De betrokkene werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot betaling van €110.016,06 als wederrechtelijk verkregen voordeel uit medeplegen van hennepteelt. Het hof legde een hoofdelijke betalingsverplichting op voor het gehele bedrag, zonder voldoende motivering dat dit voordeel als gemeenschappelijk voordeel kon worden aangemerkt.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad stelde in zijn conclusie dat de ontvankelijkheid van het cassatieberoep gegeven was en dat het middel terecht klaagde over de ontoereikende motivering van de hoofdelijke betalingsverplichting. Volgens vaste jurisprudentie kan een hoofdelijke aansprakelijkheid slechts worden opgelegd indien het wederrechtelijk verkregen voordeel als gemeenschappelijk voordeel kan worden aangemerkt waarover alle mededaders konden beschikken.
De Hoge Raad vond dat het hof onvoldoende had vastgesteld dat het gehele bedrag als gemeenschappelijk voordeel kon worden beschouwd en dat de betalingsverplichting daarom niet goed was gemotiveerd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en beslissing.
De conclusie benadrukt dat hoofdelijke aansprakelijkheid in ontnemingszaken slechts in beperkte gevallen passend is, en dat bij gebrek aan duidelijke aanwijzingen voor gemeenschappelijk voordeel een pondspondsgewijze toerekening meer op zijn plaats is. Dit waarborgt het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen wegens ontoereikende motivering van de hoofdelijke betalingsverplichting.