III. Tenlastelegging, bewezenverklaring, bewijsvoering en strafmotivering
5. Zoals blijkt uit het deels bevestigde vonnis van het Gerecht van 21 oktober 2020 is (na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting) aan de verdachte onder meer tenlastegelegd:
“dat hij, op of omstreeks 3 September 2020 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een pistool (van het merk Glock /17; serienummer [001] ; kaliber 9x19 mm), in elk geval een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, en/of zestien (16) scherpe patronen, in elk geval één of meerdere (scherpe) patronen, in elk geval munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 voorhanden heeft gehad, zulks terwijl hij, verdachte, ten tijde van dat voorhanden hebben wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat voornoemd (vuur)wapen een machinegeweer betrof; (artikel 5 j° 3 j° 11 van de Vuurwapenverordening 1930)”
6. Het Hof heeft – door het vonnis van het Gerecht in zoverre te bevestigen – ten laste van de verdachte bewezenverklaard:
“dat hij op 3 september 2020 te Curaçao een pistool (van het merk Glock /17; serienummer [001] ; kaliber 9x19 mm) en zestien (16) scherpe patronen voorhanden heeft gehad, zulks terwijl hij, verdachte, ten tijde van dat voorhanden hebben wist dat voornoemd (vuur)wapen een machinegeweer betrof;”
7. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Het proces-verbaal van aanhouding op heterdaad verdachte [verdachte] van 4 september 2020, pagina 2, opgemaakt door agenten van het Korps Politie Curaçao, [verbalisant 1] en [verbalisant 2] inhoudende als hun verklaring, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 03 september 2020, bevonden wij verbalisanten op avonddienst in het opvallend dienstvoertuig "POLIS-91" belast met preventieve patrouille c.q. handhaving van het openbare en opsporen van strafbare feiten. Tijdens onze patrouille op de Orinocoweg zagen wij verbalisanten drie (3) voor ons onbekende mannen op een houten bank zitten die gedeeltelijk op de openbare weg komt. De mannen zaten op de kruising Yukonweg en Orinocoweg. Tijdens het verrichten van het onderzoek aan de kleding van de drie voor ons onbekende mannen werd niks vatbaar voor inbeslagname gevonden, wel had een van de personen een donker kleurige tas van het merk "Louis Vuitton" bij zich. De tas lag binnen een straal van 1 meter waarvan de persoon zat. In de tas trof ik verbalisant, [verbalisant 2] vuistvuurwapen van het merk "GLOCK". Het vuistvuurwapen had een zilver kleurige slede en een zwarte handvat. Verder zat ook een serie nummer op het vuurwapen. Serie nummer " [001] ". Deze werd in beslag genomen voor verder onderzoek. In de tas lag verschillende pasjes met pasfoto met de voorletters " [verdachte] " en achternaam " [verdachte] " erop en een som geld. De tas met het vuurwapen en de pasjes bleek later te zijn van de man genaamd: [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] en is woonachtig bij het adres [a-straat 1] .
2.
Het proces-verbaal, (verhoor verdachte [verdachte] ) van 4 september 2019, pagina 20 van het eindproces-verbaal, inhoudende de antwoorden op vragen door verbalisant [verbalisant 3] , Inspecteur bij het KPC:
OV: U toont mij thans een afbeelding van een zwartkleurig schouder tas aan.
VV: Herkent u deze tas?
AV: Ja.
VV: Van wie is deze tas?
AV: Ja, het is mijn tas.
3. Proces-verbaal forensisch onderzoek aan een op een vuurwapen gelijkend voorwerp van 2 oktober 2020, opgemaakt door [verbalisant 4] brigadier en forensisch rechercheur en getekend voor gezien door [verbalisant 5] , inspecteur bij het Korps Politie Curaçao, met als conclusie:
Aangeboden vuurwapen:
Het op woensdag
3 september 2020in beslag genomen voorwerp is een pistool van het merk Glock model 17 van het kaliber 9 mm met het serienummer [001] . Het aangeboden pistool is voorzien van zijn bijbehorende patroonhouder en zestien (16) scherpe patronen voorzien van het bodemstempel.
In verband met het bovenstaande feit werd de navolgende verdachte aangehouden:
[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1996 en wonende op het adres [a-straat 1] .
Conclusie:
• Het voor onderzoek aangeboden pistool (aanbiedingsbrief 000837/2020) is een vuurwapen in de zin van het Vuurwapenverordening 1930, zoals gewijzigd.
• Het voor onderzoek aangeboden scherpe patronen is munitie in de zin van het Vuurwapenverordening 1930, zoals gewijzigd.
• Het voor onderzoek aangeboden pistool is deugdelijk
entot schieten gereed.
• Het pistool is voorzien van een vuur selecteer apparaat zodat het automatisch kan schieten. Dit pistool kan semiautomatisch als full automatisch schieten.
• Het pistool is voorzien van een inrichting aan de voorzijde van de loop die ervoor zorgt dat de mondingsvlam gedempt wordt.”
8. Het Hof heeft in het bestreden vonnis de volgende bewijsoverweging opgenomen:
“De verdachte heeft ontkend dat hij toen en daar dat pistool en die munitie voorhanden heeft gehad. Daartoe is door en namens hem aangevoerd dat die voorwerpen weliswaar door de politie bij gelegenheid van een onderzoek bij de andere spullen in zijn tas zijn aangetroffen, maar dat hij het niet is geweest die deze voorwerpen in die tas heeft gestopt, terwijl het hem ook anderszins aan enige wetenschap daaromtrent heeft ontbroken. Wat is gebeurd, is dat de verdachte die tas in de publieke ruimte, nabij een mangoboom open en bloot per ongeluk heeft achtergelaten toen hij die plek 's middags verliet om elders een aantal uren door te brengen. Toen hij 's avonds weer terugkwam op diezelfde plek heeft de politie in zijn aanwezigheid zijn ter plaatse aangetroffen tas op de inhoud daarvan onderzocht. Pas toen realiseerde de verdachte zich dat hij die tas gedurende vele uren onbeheerd daar had achtergelaten. Daarom kan het niet anders zijn dan dat een ander dat wapen en die munitie heimelijk in die tas heeft gestopt, aldus het relaas van de verdachte. Het Hof begrijpt de onderbouwing van het verweer aldus, dat het volgens zijn verklaring hem toen en daar niet alleen aan enige wetenschap over de aanwezigheid van die voorwerpen, maar bovendien aan feitelijke beschikkingsmacht daarover heeft ontbroken.
Het Hof gaat aan deze stelling voorbij, omdat het daaraan geen geloof hecht. Dit oordeel impliceert, dat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden op grond waarvan de uitzondering op de regel moet worden aangenomen, inhoudend dat degene die zijn tas feitelijk tot zijn gebruik heeft, moet worden geacht bekend te zijn met de inhoud daarvan.
De door verdachte geschetste gang van zaken staat immers op zichzelf, en ontbeert iedere verankering in de stukken van het dossier. Daarbij komt, dat hij ervan heeft afgezien voor verificatie of falsificatie geschikte feiten aan te reiken, niet tijdens het voorbereidend onderzoek en evenmin ter terechtzitting. Aan dit oordeel doet niet af dat bij de stukken in het dossier zich niet ook een proces-verbaal bevindt, waaruit blijkt dat en met welk resultaat de twee mannen die zich nabij verdachte ophielden door de politie in het opsporingsonderzoek zijn betrokken.”
9. Met betrekking tot de strafoplegging heeft het Hof overwogen:
“Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft op de openbare weg een semi-automatisch vuurwapen voorhanden gehad. Een dergelijk zwaar wapen, in handen van een burger, is slechts geschikt om ernstige misdrijven mee te plegen. Illegaal vuurwapenbezit vormt een groot risico voor de maatschappelijke veiligheid van Curaçao, waar het bezit en gebruik van vuurwapens veelvuldig voorkomt en een groot maatschappelijk probleem vormt. Dit blijkt ook uit het grote aantal misdrijven dat hier met vuurwapens wordt gepleegd. Tegen het illegale bezit van vuurwapens dient daarom streng te worden opgetreden, zodat vanwege de afschrikkende werking van de strafrechtspleging een bijdrage wordt geleverd aan de preventie van dergelijke strafbare feiten.
Het Hof stelt vast dat het bovendien niet de eerste keer dat de verdachte vanwege vuurwapenbezit in contact is gekomen met politie en justitie. In 2019 is hij in Nederland tweemaal met politie en justitie in aanraking gekomen wegens verdenking ter zake van overtreding van de Wet Wapens en Munitie. In 2016 is hij veroordeeld tot een forse straf voor vuurwapenbezit. Het Hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij uit deze veroordeling geen lering heeft getrokken, maar nu opnieuw – terwijl hij na een verblijf in Nederland pas negen dagen terug was in Curaçao – in de fout is gegaan.
Naar het oordeel van het Hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor het bezit van een zwaar vuurwapen waarbij sprake is van recidive – zoals gelet op de even bedoelde strafrechtelijke veroordeling hier aan de orde is – als indicatie gegeven een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 60 maanden.
Het Hof heeft acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, en het onderkent dat zijn detentie ook raakt aan de belangen van zijn jonge gezin. Echter, het ziet hierin geen aanleiding om in het voordeel van de verdachte af te wijken van voornoemde oriëntatiepunten.
Alles afwegende is het Hof tot het oordeel gekomen dat de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt in de door het Gerecht opgelegde straf. Het Hof is - met eenparigheid van stemmen - van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 60 maanden met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.”