ECLI:NL:PHR:2022:525
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bijzondere voorwaarde crisisopname bij voorwaardelijke gevangenisstraf
In deze zaak gaat het om de beoordeling van een bijzondere voorwaarde die door het hof is opgelegd aan een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden binnen een totale straf van 36 maanden. De bijzondere voorwaarde houdt in dat de verdachte zich bij een terugval of ernstige zorgen over zijn toestand kan laten opnemen in een zorginstelling voor crisisbehandeling, detoxificatie of observatie, op verzoek van de reclassering.
De advocaat-generaal stelt dat deze mogelijkheid van crisisopname een zelfstandige wettelijke grondslag behoeft, die ontbreekt in de huidige wetgeving omtrent voorwaardelijke veroordelingen. Hoewel de verdediging instemde met de voorwaarden zoals voorgesteld door de reclassering, is het volgens de Hoge Raad onverenigbaar met artikel 14c, tweede lid onder 10º Sr dat de beslissing tot opname en de duur daarvan niet bij de rechter ligt, maar bij de reclassering of behandelaars.
De Hoge Raad vernietigt daarom het onderdeel van de voorwaarde dat de mogelijkheid van crisisopname bevat, maar verwerpt het beroep voor het overige. De straf van 36 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en andere bijzondere voorwaarden, blijft in stand. Deze uitspraak benadrukt het belang van een expliciete wettelijke grondslag en rechterlijke toetsing bij het opleggen van bijzondere voorwaarden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bijzondere voorwaarde inzake crisisopname wegens ontbreken van een wettelijke grondslag en rechterlijke toetsing, en verwerpt het beroep voor het overige.