ECLI:NL:PHR:2022:532
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake profijtontneming bij hennepteelt
In deze zaak is de betrokkene door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het opzettelijk telen van 208 hennepplanten en de diefstal van elektriciteit. Gelijktijdig met de strafzaak is ook de ontnemingszaak behandeld, waarbij het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft vastgesteld op € 21.813,31 en de betrokkene heeft verplicht tot betaling van dit bedrag aan de staat.
De betrokkene stelde in cassatie dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel onvoldoende gemotiveerd zou zijn, met name omdat niet zonder meer vaststaat dat de hennepplanten ook daadwerkelijk zijn geoogst. Hij voerde aan dat de teelt mogelijk was mislukt of afgebroken, onderbouwd met een foto van de ontmantelde kwekerij. Dit verweer werd in cassatie als tardief en feitelijk van aard beoordeeld, waardoor het niet ontvankelijk werd verklaard.
Het hof had reeds geoordeeld dat de betrokkene als pleger verantwoordelijk was voor de hennepteelt en dat het verweer dat een ander de kwekerij zou hebben opgezet niet aannemelijk was. De bewijsvoering toonde aan dat de kwekerij was geruimd en er resten van hennepplanten aanwezig waren, wat wijst op een winstgevende oogst. De Hoge Raad bevestigt dat de ontnemingsrechter gebonden is aan de feiten vastgesteld in de strafzaak en ziet geen reden tot vernietiging van het arrest.
De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep faalt en dient te worden verworpen op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand waarbij het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op € 21.813,31.