Conclusie
1.Feiten en procesverloop
[betrokkene 1]) is bestuurder van TEWO Invest B.V.
Zoals besproken zullen wij met de gemeente bespreken of er een mogelijkheid bestaat om het pand [a-straat 4] kadastraal te splitsen in [a-straat 4] en [a-straat 5] . Indien dit tot de mogelijkheden behoort, dan zullen wij u eventueel vrijblijvend het pand [a-straat 4] / winkelgedeelte kunnen aanbieden.
Wij hebben reeds een reële prijs bij u neergelegd, graag vernemen wij uw standpunt hierin.
In dat arrest heeft het hof [verweerders] hoofdelijk veroordeeld om, kort samengevat, de vereiste splitsingsvergunning aan te vragen, na afgifte van de splitsingsvergunning zorg te dragen voor juridische splitsing van de onroerende zaak in appartementsrechten, de begane grond te verbouwen op de in de koopovereenkomst overeengekomen wijze en de begane grond aan [de apotheek] te leveren, alles op straffe van een dwangsom. [10]
2.Bespreking van het principale cassatieberoep
Onderdeel 1richt diverse (met name motiverings-)klachten tegen oordelen van het hof in rov. 4.4-4.7.6 en 4.16.
Onderdeel 2is een voortbouwklacht.
nietbestreden de oordelen van het hof:
Uit de in het geding gebrachte e-mails blijkt dat het akkoord gaan van de Gemeente door partijen is gezien als een onzekere factor, waarover duidelijkheid moest komen voordat de overeenkomst definitief haar beslag kon krijgen. Daarin ligt, gelet ook op het bepaalde in artikel 6:22 BW Pro, naar het oordeel van het hof besloten dat in geval van een negatieve reactie van de Gemeente, de overeenkomst van de baan zou zijn vanwege het niet vervuld zijn van de opschortende voorwaarde. De feitelijke gang van zaken in combinatie met het gegeven dat er geen voorziening is getroffen voor de periode waarin onduidelijkheid bestond over het al dan niet vervuld zijn van de voorwaarde (dus waarin de overeenkomst sluimerde) en evenmin voor het geval het antwoord van de Gemeente op zich liet wachten, duidt erop dat partijen bij het maken van hun afspraken ervan zijn uitgaan dat na contact met de Gemeente over de mogelijkheden in deze, direct duidelijkheid zou bestaan over het al dan niet vervuld zijn van de voorwaarde.
Het is aan [de apotheek] om daartoe de nodige stellingen in te nemen, nu zij als schuldeiser aanspraak maakt op nakoming en schadevergoeding. Daarbij is van belang dat het gaat om een overeenkomst onder opschortende voorwaarde en de voorwaarde in de visie van [de apotheek] is vervuld. Dan gaat het erom of de Gemeente inderdaad bereid was een splitsingsvergunning af te geven. Als die vraag bevestigend moet worden beantwoord, waren [verweerders] gehouden die vergunning aan te vragen. Als die vraag evenwel ontkennend moet worden beantwoord, was daarmee ook een einde gekomen aan de overeenkomst wegens niet vervulling van de voorwaarde en kan [de apotheek] nergens aanspraak op maken.
een negatief antwoord van de Gemeente op een indicatieverzoek”) en 4.5 (“
het door hen gedane indicatieverzoek”) volgt dat het hof inderdaad tot uitgangspunt heeft genomen dat [verweerders] een indicatieverzoek met betrekking tot de mogelijkheid van splitsing bij de gemeente hebben ingediend, en dat de gemeente daarop niet onvoorwaardelijk positief heeft gereageerd (maar twee voorwaarden heeft verbonden aan de splitsing). Dit volgt tevens uit rov. 4.7.6 (
“nadat de Gemeente niet onvoorwaardelijk positief op het indicatieverzoek had gereageerd”) en rov. 4.8 (
“na de reactie van de Gemeente op het indicatieverzoek”).
De indicatieaanvraag en reactie gemeente” door [verweerders] gesteld dat zij op 18 januari 2016 een (daarbij als prod. 38 overgelegde) indicatieaanvraag hebben gedaan: een uitgebreide e-mail aan de gemeente waarin zij peilen of de gewenste constructie tot de mogelijkheden behoort. De inhoud van deze e-mail wordt uitvoerig geciteerd. Voorts wordt door [verweerders] in deze conclusie (nr. 2.2.32) de reactie van de gemeente (per e-mail van 4 maart 2016, overgelegd als prod. 39) op deze aanvraag geciteerd. [24]
in de eerste plaatsmiskend dat het werkzaamheden betrof die voortvloeiden uit de omgevingsvergunning uit augustus 2015. Het hof wijst in rov. 4.7.3 immers op het besluit van de gemeente van 13 april 2018, waarbij de splitsingsvergunning (voor de eerste maal) werd geweigerd. Uit dit besluit, gelezen in samenhang met de splitsingsvergunning zoals die uiteindelijk op 11 september 2020 is verleend, volgt dat de werkzaamheden waarvan het hof heeft aangenomen dat die te maken hadden met de verticale splitsing, daar in het geheel niets mee te maken hadden. [29] Dit is ook niet aangevoerd door [verweerders] en berust op een eigen invulling door het hof van de stellingen van partijen, welke invulling onbegrijpelijk is, aldus het subonderdeel.
Inspectie
Geklaagd wordt dat het hof met dit oordeel is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip overeenkomst onder tijdsbepaling. De enkele omstandigheid dat op [verweerders] een inspanningsverplichting rustte om een splitsingsvergunning te verkrijgen en dat zij vervolgens gedwongen worden om aan die inspanningsverplichting te voldoen, maakt immers nog niet dat sprake is van een overeenkomst onder tijdsbepaling (waarbij zeker is dat de voorwaarde op enig moment vervuld zal worden). De vraag of die vergunning uiteindelijk daadwerkelijk verkregen wordt, is dan immers nog steeds onzeker.
Voor zover het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan, is de beslissing van het hof onbegrijpelijk, omdat onduidelijk is hoe het hof tot het oordeel is gekomen dat de overeenkomst dreigt te verworden tot een overeenkomst onder tijdsbepaling, aldus het subonderdeel.
onzekeregebeurtenis (art. 6:21 BW Pro). Het is dan dus (objectief) niet zeker of de voorwaarde zal intreden. Van een overeenkomst onder tijdsbepaling (art. 3:38 BW Pro) is sprake wanneer de werking van de verbintenissen afhankelijk is gesteld van een toekomstige
zekeregebeurtenis (waarbij niet hoeft vast te staan wanneer de gebeurtenis zich zal voordoen). [35]
dreigtte verworden tot een koopovereenkomst onder tijdsbepaling, terwijl uit niets blijkt dat dit de bedoeling van partijen is geweest. Het heeft daarmee kennelijk slechts tot uitdrukking willen brengen dat [verweerders] door middel van diverse procedures gedwongen zijn een splitsingsvergunning aan te vragen, tegen de weigering bezwaar en beroep in te stellen, te voldoen aan de door de gemeente gestelde vereisten, en vervolgens nieuwe aanvragen in te dienen, net zolang tot de gemeente uiteindelijk de splitsingsvergunning heeft verleend.