Conclusie
(hierna: de Koper)
advocaat: J. de Jong van Lier
in cassatie niet verschenen
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten
Artikel 5
het gebrek op zijn kosten te laten herstellen’ en voor het geval de Verkopers aan de sommatie geen gehoor zouden geven maakt hij aanspraak op vergoeding van de herstelkosten.
(…) Eind juli 2016 werd gaandeweg duidelijk dat er water het schip binnendrong. Tijdens een zeilreis met enige slagzij over stuurboord kwam, in de hut achter de kombuis, boven de vloer water te staan water. Met de aanwezige waterzuiger zijn toen enkele tientallen emmers uit het vlak verwijdert. Het bleek dat bij stilliggend schip de lekkage minimaal was maar zodra er gezeild werd kwam er een aanzienlijke hoeveelheid (tussen de 20 tot 40 emmers) water naar binnen. Ik heb de eigenaar op de hoogte gesteld en voorgesteld om het schip droog te zetten om de oorzaak te achterhalen en het lek te repareren. (…)”
(…) De roestvorming van spanten en zaathouten begint bij het machinekamer voorschot tot aan het eerste waterdichte schot in de salon/eet/zitgedeelte. De complete beschieting zal hier moeten worden verwijderd (….). Er vanuit gaande dat het staalwerk tussen de beide waterdichte schotten compleet moeten worden vervangen, (…) taxeren wij deze herstelkosten op een bedrag exclusief 21 % BTW van € 85.000,--.”
(…) Dit gebrek (sterke roestvorming) is al geruime tijd aanwezig geweest. Het betreft een langzaam werkend proces dat zijn oorsprong vele tientallen jaren geleden heeft in kunnen zetten bij gebrek aan deugdelijk en regelmatig onderhoud in combinatie met (zee)water op het vlak. (…) dit roestproces moet al gedurende vele jaren bekend zijn geweest. De ruimte bij het washok was voorzien van een pvc afvoerleiding met een ontstoppingsdop. Deze pvc leiding moet enkele jaren geleden zijn aangebracht en bij het plaatsen moet deze ernstige roestvorming direct zijn opgevallen (…)”
ernstige corrosie van de scheepshuid – het vlak –, spanten en klinknagels tussen het waterdichte Machinekamer schot en het voorste waterdichte schot’. In het rapport is voorts te lezen dat sprake is geweest van jarenlange inwerking van (zout) water, dat bij helling tegen én op de vloerplanken heeft gestaan en dus – volgens het Expertisebureau – de eigenaar niet kan zijn ontgaan.
3.Procesverloop
4.Bespreking van het cassatiemiddel
problemen die tijdens het vaarseizoen 2017 zijn gebleken’ [de registerexpert] ingeschakeld die op 12 maart 2018 aan boord van [het zeilcharterschip] is geweest en toen heeft aangegeven dat – om een goede inspectie mogelijk te maken – het schip eerst droog gezet moest worden, de houten beschieting verwijderd moest worden en/of inspectieluiken gemaakt moesten worden en de vlakbeplating aan de binnenzijde schoongemaakt moest worden. Tijdens de tweede inspectie op 8 juni 2018 heeft [de registerexpert] vier locaties bekeken waar de houten beschieting aan de binnenzijde was verwijderd; op basis van die visuele waarneming van binnenuit schrijft [de registerexpert] dat ‘
de stalen spanten en zaakhout op meerdere plaatsen finaal waren weggeroest’.
In de eerste plaatsomdat indien de Verkopers de betreffende mededeling wél zouden hebben gedaan, niet vast staat dat de Koper daarin aanleiding zou hebben gezien om nader onderzoek te (laten) verrichten naar de romp van het schip (rov. 3.13).
In de tweede plaatsgaat het hof ervan uit dat bij aankoop van een (meer dan 100 jaar oud) schip als het onderhavige, een keuring van de romp, de staat van het vlak, zaaghouten spanten daaronder begrepen, zodanig essentieel is dat van iedere koper verwacht mag worden dat hij een dergelijke keuring laat uitvoeren. Dit geldt temeer nu de koopovereenkomst de Koper daartoe ook uitdrukkelijk de mogelijkheid bood, en het een relatief eenvoudig onderzoek betreft (het verwijderen van de beschieting aan de binnenzijde op een paar plekken). Nu vast staat dat de gebreken zouden zijn ontdekt indien de Koper deze keuring zou hebben laten verrichten, levert het nalaten van een dergelijke keuring schending van de onderzoeksplicht op (rov. 3.14).
en waarvan hij de afwezigheid niet behoefde te betwijfelen’ in art. 7:17 lid 2 BW Pro ziet namelijk niet op de eigenschappen die nodig zijn voor het bijzondere gebruik.
in de overeenkomsteen specifieke regeling hebben getroffen ten aanzien van eventuele gebreken aan het schip (overigens beperkt tot het onderwaterschip). De gedachtegang van het hof zal zijn geweest dat deze specifieke regeling tot gevolg heeft dat de Koper zich in beginsel (behoudens schending van de mededelingsplicht van de Verkopers, zie hierna bij onderdeel 3) niet met succes op non-conformiteit (niet geschikt voor overeengekomen gebruik) kan beroepen, omdat hij geen gebruik heeft gemaakt van de specifieke regeling van art. 5 van Pro de koopovereenkomst en ervan heeft afgezien om het schip vóór levering te laten keuren.
voorkomen.
begrensddoor de mededelingsplicht van de Verkopers. Als het zo zou zijn dat de Verkopers bewust bepaalde informatie hebben achtergehouden voor de Koper – als zij dus zouden hebben gezwegen waar zij hadden moeten spreken en zij dus hun mededelingsplicht zouden hebben geschonden – kan de Koper niet worden tegengeworpen dat hij niet voldaan heeft aan zijn onderzoeksplicht. Hierop kom ik terug bij de bespreking van onderdeel 3.
nietgeldt dat de goede trouw zich ertegen verzet dat de Verkopers zich ter afwering van een beroep op dwaling beroepen op schending van de onderzoeksplicht van de Koper, alle bijzonderheden van het geval zo volledig en zo nauwkeurig mogelijk behoort vast te stellen. Bovendien moet de rechter erop letten dat de in het algemeen geldende regel juist ertoe strekt ook aan een
onvoorzichtigekoper bescherming te bieden tegen de nadelige gevolgen van een dwaling of non-conformiteit veroorzaakt door het verzwijgen van relevante gegevens. In de klacht wordt op dit punt verwezen naar het
Antilliaans Zwembad-arrest. [10] Het hof zou beide aspecten hebben veronachtzaamd.
er voor in[staat] aan koper met betrekking tot het verkochte die informatie te hebben gegeven die naar geldende verkeersopvattingen door hem ter kennis van de koper dienen te worden gebracht.’ [15]
Antilliaans zwembad-arrest is miskend. [20] Die regel is blijkens het
Kamper Monumentenpand-arrest [21] ook toepasselijk voor de vaststelling van de eigenschappen die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten bij vorderingen die zijn gebaseerd op non-conformiteit. Het hof heeft zijn oordeel immers gegeven, zo vervolgt het onderdeel, (1) zonder dat het hof rekening heeft gehouden met alle bijzonderheden van het geval (zoals de omstandigheden genoemd in de opsomming uit onderdeel 2), die het hof dan ook zo volledig en zo nauwkeurig mogelijk had behoren vast te stellen; en/of (2) zonder dat het hof erop heeft gelet dat één van de regels uit het
Antilliaans zwembad-arrest [22] juist ertoe strekt ook aan een onvoorzichtige koper bescherming te bieden tegen de nadelige gevolgen van dwaling veroorzaakt door het verzwijgen van relevante gegevens; en/of (3) zonder dat het hof erop heeft gelet dat de hiervoor genoemde regel uit het
Antilliaans zwembad-arrest, doordat die regel analoog toepasselijk is bij vorderingen die zijn gebaseerd op non-conformiteit, eveneens juist ertoe strekt ook aan een onvoorzichtige koper bescherming te bieden tegen de nadelige gevolgen ervan, dat bij hem verwachtingen ten aanzien van de eigenschappen die de zaak bezit zijn ontstaan, terwijl de zaak die eigenschappen niet bezit en bij de koper die verwachtingen niet zouden zijn ontstaan, als de verkoper omtrent die eigenschap mededelingen gedaan zou hebben (dus: verteld zou hebben wat hij wist, namelijk dat het schip tijdens het zeilen water maakte).
gesteld noch gebleken [is] dat de Verkopers wisten van de ernstige roestvorming en rotting van het zaaghout en de spanten.’ Die overweging is ook juist; de Koper heeft in feitelijke instanties níet aangevoerd dat de Verkopers daarvan op de hoogte waren. Een mogelijke schending van de mededelingsplicht van de Verkopers heeft dus geen betrekking op (veronderstelde) wetenschap van ernstige roestvorming van het zaaghout en de spanten van het schip.
Ik ben in 2016 van medio april tot begin oktober door [Zeilcharters] aangesteld geweest als kapitein op [het zeilcharterschip] .
(…)”
[De Koper] heeft [de Verkopers] voorts verweten dat zij hun mededelingsplicht hebben geschon-den doordat zij niet aan [de Koper] hebben gemeld dat [de kapitein] in 2016 aan hun heeft laten weten dat het schip tijdens het varen water maakte. Indien en voor zover al moet worden aangenomen dat de Verkopers dit hadden moeten meedelen aan de Koper, brengt dit in het onderhavige geval niet met zich dat de Koper is ontslagen van zijn onderzoeksplicht ter zake van de staat waarin de romp verkeerde, daaronder begrepen de zaaghouten en de spanten.”
eersteargument dat het hof aan dit oordeel ten grondslag legt (in rov. 3.13), dat niet vaststaat dat als de mededelingen wel zouden zijn gedaan, de Koper hierin aanleiding zou hebben gezien om nader onderzoek te (laten) verrichten naar de romp van het schip, is bestreden in subonderdeel 1.4. Volgens de eerste klacht van het subonderdeel is het hof met die overweging buiten de rechtsstrijd getreden, nu in het partijdebat niet aan de orde is geweest of (niet) valt uit te sluiten dat de Koper geen aanleiding zou hebben gezien voor een nadere inspectie van het vlak en/of de romp van het schip indien de Verkopers wel mededeling zouden hebben gedaan van het feit dat het schip water maakte tijdens het varen in 2016.
tweedeargument van het hof, dat bij aankoop van een meer dan honderd jaar oud schip als het onderhavige, een keuring van de romp, de staat van het vlak, zaaghouten spanten daaronder begrepen, zodanig essentieel is, dat van iedere koper verwacht mag worden dat hij een dergelijke keuring laat uitvoeren (rov. 3.14), gaat evenmin op. Daarmee is immers niet gezegd dat en waarom de Verkopers zouden zijn ontslagen van de op hen rustende plicht om de Koper van alle relevante informatie te voorzien. Hierbij is ook te wijzen op art. 11 van Pro de koopovereenkomst, waarin is bepaald dat verkoper er voor in staat met betrekking tot het verkochte die informatie te hebben gegeven die naar geldende verkeersopvattingen door hem ter kennis van de koper dient te worden gebracht. Als de Verkopers hun mededelingsplicht van art. 11 hebben Pro geschonden, is niet in te zien waarom de onderzoeksplicht van de Koper op de voet van art. 5 (hoe dan ook) zwaarder weegt dan de mededelingsplicht van de Verkopers.
door henop 28 februari 2017 geplande
werfbeurtis afgezegd omdat de vader van een van hen op sterven lag. Volgens de Verkopers zag deze werfbeurt op het geplande jaarlijkse onderhoud en was deze niet bedoeld voor de
keuringvan het schip. [25] Door de Koper is dit niet betwist. Ook heeft de Koper niet gesteld dat de Verkopers hem op enigerlei wijze verhinderd zouden hebben om in de periode tussen koop en levering gevolg te geven aan de in art. 5 van Pro de koopovereenkomst overeengekomen droogzetting voor keuring van het onderwaterschip door een expert. Tegen deze achtergrond was er geen reden voor het hof om het uitstellen van de werfbeurt bij zijn oordeel te betrekken.
in lijn met artikel 2.6 van het koopcontract hun verantwoordelijkheid hebben genomen en waarvoor zij een bijdrage van € 10.000,- hebben aangeboden’, maar dat deze gebreken geen non-conformiteit opleveren, gelet op (i) de geringe omvang, (ii) het feit dat zij verholpen zijn en (iii) dat vervolgens het hele seizoen met [het zeilcharterschip] is gevaren.
afgeleverdezaak aan de overeenkomst voldoet (art. 7:17 lid 1 BW Pro). Tot slot hoeft aan non-conformiteit evenmin in de weg te staan dat de Koper het hele seizoen met [het zeilcharterschip] heeft gevaren. Volgens de Koper was immers slechts sprake van een ‘noodreparatie’ waarmee tijdelijk kon worden gevaren. [26]