Conclusie
verzoekster tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
verweerder in cassatie,
niet verschenen.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
Duur zorgmachtiging
Parket bij de Hoge Raad
Betrokkene had een zorgmachtiging ontvangen tot 8 maart 2022. De officier van justitie verzocht op 4 februari 2022 om een aansluitende zorgmachtiging voor twee jaar, hoewel erkend werd dat betrokkene pas sinds 14 september 2020 aaneengesloten zorg ontving. De rechtbank Overijssel verleende de machtiging voor twee jaar tot 18 februari 2024, ondanks het ontbreken van een vijfjaarstermijn.
De advocaat van betrokkene maakte bezwaar tegen de duur van twee jaar, stellende dat dit in strijd was met artikel 6:5 onder Pro c Wvggz. De rechtbank weigerde een herstelbeschikking, maar stelde dat de machtiging rechtmatig was toegekend. Betrokkene stelde vervolgens beroep in cassatie.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 6:5 onder Pro c Wvggz strikt moet worden toegepast en dat een onderbreking in de vijfjarige periode van verplichte zorg ertoe leidt dat een machtiging voor twee jaar niet kan worden verleend. Omdat betrokkene pas sinds 14 september 2020 aaneengesloten zorg ontving, was de machtiging voor twee jaar onrechtmatig. De Hoge Raad vernietigde de beschikking en gaf in overweging de machtiging te beperken tot twaalf maanden na verlening, tot 18 februari 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en beperkt de zorgmachtiging tot twaalf maanden wegens niet voldoen aan de vijfjaarstermijn verplichte zorg.