Conclusie
(hierna: de vrouw)
advocaat: C.G.A. van Stratum
(hierna: de man)
niet verschenen.
Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop voor zover in cassatie van belang
Feiten
3.Bespreking van het cassatiemiddel
- een journaalbericht van (advocaat van de vrouw) van 1 september 2021,
- een journaalbericht van (advocaat van de man) van 3 september 2021;
- een journaalbericht van (advocaat van de vrouw) van 6 september 2021;
- een journaalbericht van (advocaat van de man) van 17 september 2021;
- een journaalbericht van (advocaat van de vrouw) van 20 september 2021 met daarbij een
- getekende vaststellingsovereenkomst;
- een journaalbericht van (advocaat van de man) van 23 september 2021 met daarbij een identieke getekende vaststellingsovereenkomst.
4.2 beslist conform de door partijen gesloten vaststellingsovereenkomst en bepaalt dat deze overeenkomst deel uitmaakt van deze beschikking en beslissing; (…).”
onderdeel Awordt betoogd dat het hof de grenzen van de rechtsstrijd heeft miskend door de beschikking van de rechtbank te vernietigen voor wat betreft de beslissing in rechtsoverweging 4.6 (over de verdeling van de eenvoudige gemeenschap), omdat geen van de partijen tegen deze beslissing heeft gegriefd en evenmin anderszins is verzocht om die beslissing alsnog bij de beoordeling te betrekken. [23]
onderdeel Cricht zich op het oordeel van het hof dat partijen, gelet op de inhoud van de vaststellingsovereenkomst en de correspondentie met het hof, hun verzoek in hoger beroep hebben gewijzigd, hetgeen zonder nadere toelichting die ontbreekt volgens de klacht apert onbegrijpelijk is in het licht van die vaststellingsovereenkomst en correspondentie. [24]
onderdeel Dwordt geklaagd dat het hof met de beslissing de bestreden beschikking in eerste aanleg te vernietigen voor wat betreft het dictum onder 4.3 tot en met 4.6 en te beslissen conform de in de beschikking aangehechte vaststellingsovereenkomst, een ontoelaatbare verrassingsbeslissing heeft gegeven die in strijd is met de goede procesorde. [25]
afgeleiddat partijen hun verzoek dienovereenkomstig hebben gewijzigd en dus zonder dat partijen een dergelijke wijziging van het verzoek hebben geëxpliciteerd en zonder dat partijen de vaststellingsovereenkomst zelf ten grondslag hebben gelegd aan het door het hof afgeleide gewijzigde verzoek van partijen.