Conclusie
off-labelaan [eiser] voorgeschreven, omdat het antidepressivum blijkens de productinformatie niet bedoeld was voor gebruik door kinderen.
Het gebruik van Seroxat bij kinderen wordt afgeraden, aangezien de veiligheid en werkzaamheid van dit middel in deze patiëntengroep niet is vastgesteld.”) volstond volgens het hof. Bovendien heeft het hof nog geoordeeld dat ook het causaal verband tussen de schade van [eiser] en de vermeende schending van de waarschuwingsplicht dan wel het gebruik van Seroxat niet is komen vast te staan.
1.Feiten
Depressief volgens pedagoog school en psychiater. Psych wilde lab TSH en Hb. Vader 3 jr gel[e]den overleden hartstilstand.”De diagnose luidde dat sprake was van een reactieve depressie. De huisarts heeft toen achtentwintig tabletten Seroxat 20 mg voorgeschreven, met een controle na vier weken.
tel moeder 22.00 uur: Van huis gevlucht naar vriendin met mes in hand. Wil de zich van kant maken. Neemt seroxat sosm in. Nog Erg depressief. Wil niet meer thuis komen, wil niet meer naar Emergis”. [4] Op 29 oktober 2001 heeft de huisarts nog veertien tabletten Seroxat 20 mg voorgeschreven. Bij 31 oktober 2001 staat vermeld dat er telefonisch contact is geweest met een psychiater van Eleos [5] en verder: “
Posttraumatische stress stoornis, depressief en serieus suicidaal (homosex. misbruikt en vader dood gevonden), ruzie met moeder (oa. afzetten tegen geloof). Zou eigenlijk opgenomen moeten worden in Itaka, [6] maar wil dat zelf niet. Bij nieuwe crisis via RIAGG aandringen op opname desnoods met IBS. [7] Heeft buiten seroxat, phenergan drank 30 ml an.” [8] Op 16 november 2001 heeft de huisarts dertig tabletten Paroxetin Dumex 20 mg voorgeschreven. Bij 28 november 2001 staat vermeld dat volgens informatie verkregen van de psychiater sprake is van een rouwreactie en posttraumatische stressstoornis en dat er een intake is gepland bij Ithaka.
Behandeling nu om de 2 wk in Goes en Dordt via Eleos. Moest overleggen seroxat door of hoger. Neemt bij veel stress promethazine erbij. Gaat wel beter. (...) Door seroxat 20.”
Summary of Product Characteristics(afgekort als SPC). Ten behoeve van de patiënten/gebruikers is in de bijsluiter, die met het geneesmiddel wordt verpakt, informatie gegeven.
Dosering en gebruik” onder meer opgenomen:
(“Dosering en wijze van toediening”) onder meer opgenomen: [10]
Speciale waarschuwingen en bijzondere voorzorgen bij gebruik”) staat onder meer:
Bijwerkingen”) is onder meer opgenomen:
clinical trials” laten uitvoeren naar de werking van paroxetine/Seroxat bij minderjarigen; de uitkomsten hiervan zijn (ook) terug te vinden op de website van GSK. De eerste “
clinical trial”, “
Study 329”, is gestart in april 1994 en afgerond in februari 1998. Hierover is gepubliceerd in juli 2001 in het wetenschappelijke tijdschrift
Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry(
JAACAP). [11]
JAACAPblijkt het volgende. In de samenvatting (
Abstract) staat vermeld:
Objective: To compare paroxetine with placebo and imipramine with placebo for the treatment of adolescent depression.
Method: After a 7- to 14-day screening period, 275 adolescents with major depression began 8 weeks of double-blind paroxetine (20-40 mg), imipramine (...), or placebo. (...)
Results: Paroxetine demonstrated significantly greater improvement compared with placebo (...). The response to imipramine was not significantly different from placebo for any measure. Neither paroxetine nor imipramine differed significantly from placebo on parent- or self-rating measures. (...)
Conclusions: Paroxetine is generally well tolerated and effective for major depression in adolescents. (…)”
Adverse Effects”:
Clinical implications”):
Study 329” bekritiseerd in het artikel ‘Clinical trials and drug promotion: Selective reporting of study 329’ dat is opgenomen in het
International Journal of Risk & Safety in Medicine20 (2008) 73-81. [14] In de conclusie staat vermeld:
clinical trial” betreft “
Study 377” en werd ook eind 1998 afgerond, maar is niet gepubliceerd. “
Study 377” richtte zich op het vergelijken van de werkzaamheid en bijwerkingen bij de (minderjarige) deelnemers die met Seroxat waren behandeld en de deelnemers die een placebo toegediend hadden gekregen. Op basis van de data bleken de verschillen tussen Seroxat en een placebo niet statistisch significant. Er bleken geen aanwijzingen van bijwerkingen wat betreft de emotionele labiliteit, zo volgt ook onbestreden uit de verklaring (“
Written statement”) van dr. Trevor Gibbs van 8 februari 2019. [15]
clinical trials” laten uitvoeren, waarvan de laatste is afgerond in oktober 2002. Uit deze studies bleek dat Seroxat niet een duidelijk effectieve werking had bij minderjarigen; wel bleek na een meta-analyse van deze studies eind 2002 een verhoogd suïciderisico bij minderjarigen.
Medicines and Healthcare Products Regulatory Agency(hierna: ‘MHRA’)). Daarop heeft de MHRA vervolgonderzoek verricht en op 10 juni 2003 een brief gestuurd aan de Engelse artsen waarin gewaarschuwd werd voor het gebruik van Seroxat door kinderen. [16]
“4.1. Therapeutische indicaties”): [18]
“4.8. Bijwerkingen”) expliciet toegevoegd:
Bijwerkingen uit het klinisch onderzoek bij kinderen:
Study 329” door onderzoekers aan een heranalyse onderworpen en bekritiseerd. De conclusie in de publicatie van de onderzoekers luidde: “
(…) our reanalysis of Study 329 showed no advantage of paroxetine or imipramine over placebo in adolescents with symptoms of depression on any of the prespecified variables.” [21] Naar aanleiding van deze publicatie heeft het CBG weer een nieuwsbericht [22] gepubliceerd op 21 september 2015. De herhaalde waarschuwing hield in dat paroxetine niet moet worden voorgeschreven aan en gebruikt door kinderen en jongeren tot 18 jaar.
2.Procesverloop
Eerste aanleg
Study 329”, “
Study 377” en op kritiek op “
Study 329” in de medische literatuur:
Study 329” alleen ging over kortetermijngevolgen van het gebruik van Seroxat. Of ook de langetermijnschade die [eiser] ontegenzeggenlijk lijdt, gezien kan worden als gevolg van het gebruik van Seroxat en van de nalatigheid van GSK om te waarschuwen voor de kortetermijngevolgen, moet volgens de rechtbank in de schadestaatprocedure beoordeeld worden.
Study 329” in 1998 wetenschap had van een verhoogd suïciderisico bij gebruik van Seroxat door jongeren;
JAACAPblijkt;
Study 329” gebruikers en voorschrijvend artsen eerder dan in 2003 had moeten waarschuwen;
De kern van de zaak en de beoordeling door het hof”, heeft het hof de te beantwoorden rechtsvraag geformuleerd (rov. 4.2, eerste alinea). Het gaat volgens het hof om de vraag of GSK onrechtmatig in de zin van art. 6:162 BW Pro heeft gehandeld tegenover [eiser] , in het bijzonder wat betreft de verwijten onder a. tot en met c. (randnummer 2.12 hiervoor). Hierbij heeft het hof het standpunt van [eiser] ter zake beschreven (rov. 4.2, tweede alinea). Volgens [eiser] had GSK al tijdens het onderzoek “
Study 329” en dus in ieder geval voordat hij medio 2001 Seroxat voorgeschreven kreeg, voorschrijvende artsen en het publiek moeten waarschuwen voor het gebruik van Seroxat bij jongeren. In het bijzonder had GSK moeten wijzen op de ernstige bijwerkingen bestaande in onder meer agressie en suïcide. Daarnaast had GSK ook moeten wijzen op het ontbreken van de genezende werking voor kinderen en jongeren.
off-labelgebruik [31] van Seroxat, waarvoor de voorschrijvend arts verantwoordelijk is. Het was in 2001 niet ongebruikelijk dat kinder- en jeugdpsychiaters SSRI’s, waaronder paroxetine (de werkzame stof van Seroxat, randnummer 1.7 hiervoor), voorschreven aan kinderen en jeugdigen met een depressie:
Samenvattend werd in 2001 in de richtlijnen over depressie, de toepassing van antidepressiva bij kinderen en jeugdigen niet afgeraden. Het was in 2001 niet ongebruikelijk dat kinder- en jeugdpsychiaters SSRI's, waaronder paroxetine, voorschreven aan kinderen en jeugdigen met een depressie. Hierbij was dan wel sprake van zogenoemd off-label gebruik. Pas in 2009 werd voor het eerst in de richtlijnen over depressie het gebruik van antidepressiva afgeraden bij kinderen en jeugdigen. Ingeval de arts toch (off-label) een antidepressiva wilde voorschrijven werd de SSRI fluoxetine als eerste stap en de SSRI's sertraline of citalopram als tweede stap aangeraden. De SSRI paroxetine werd niet meer aangeraden, enerzijds vanwege het ontbreken van bewijs van werkzaamheid bij kinderen en jeugdigen, en anderzijds vanwege de bijwerkingen, waaronder het risico van suicidaliteit.Deze conclusie/samenvatting in het rapport van Nolen is door [eiser] niet (gemotiveerd) bestreden.
Study 329” (1994-1998) de artsen en/of het publiek
naderte waarschuwen voor het gebruik van Seroxat door kinderen/jongeren, ook niet indien GSK al vóór de
JAACAP-publicatie in 2001 bekend was met de uitkomsten van het onderzoek:
Study 329”, uitgevoerd in 1994-1998, waarover in 2001 is gepubliceerd in
JAACAP(randnummer 1.11 hiervoor). Volgens het hof is niet gebleken dat deze onderzoeken niet onafhankelijk zijn uitgevoerd door de (door GSK gefinancierde) wetenschappers:
Study 329” dat bij vijf deelnemers aan het onderzoek sprake is geweest van suïcidale gedachten/gedragingen (randnummer 1.13 hiervoor). Die enkele constatering geeft volgens het hof onvoldoende aanknopingspunten voor het aannemen van een waarschuwingsplicht van GSK:
Study 377” en “
Study 701” (randnummers 1.17 en 1.18 hiervoor) zagen volgens het hof niet op een verhoogd suïciderisico. Pas eind 2002, na de meta-analyse (randnummer 1.19 hiervoor), bleek van een verhoogd suïciderisico bij minderjarigen. [eiser] had daarvoor al Seroxat voorgeschreven gekregen, van juni tot november 2001. In die periode hoefden naar het oordeel van het hof de artsen die Seroxat mogelijk ook
off-labelvoorschreven niet door GSK te worden gewaarschuwd:
Study 329” en de andere afgeronde studies, in 2001 (in de periode juni-november 2001 toen [eiser] Seroxat gebruikte) of eerder een ‘extra’, generieke waarschuwing af te geven voor de mogelijke risico’s voor het gebruik door minderjarigen (dan wel dat Seroxat geen effectieve werking had). Seroxat werd immers in de productinformatie voor artsen in 1991 en in 1999 al uitdrukkelijk afgeraden voor deze patiëntengroep, omdat de veiligheid en werkzaamheid niet was vastgesteld.
off-labelvoorschrijven van Seroxat heeft gepromoot, heeft het hof het volgende overwogen:
off-labelvoorschrijven van Seroxat door artsen en (ii) het gebruik van Seroxat door [eiser] en de door hem ondervonden klachten (rov. 4.13, tweede alinea).
off-labelzouden hebben voorgeschreven als zij van de uitkomsten van “
Study 329” (en “
Study 377” en “
Study 701”) op de hoogte zouden zijn geweest:
wederom aan de paroxetine werd gezet”, zijn klachten een stuk heviger werden en hij acuut suïcidaal werd, is door het hof verworpen:
tardive dysphoria” (therapieresistentie en chronische depressie):
3.Bespreking van het cassatiemiddel
off-labelgebruik (ook bij [eiser] (rov. 4.5)): uit de productinformatie uit 1991 en 1991 zou genoegzaam volgen dat Seroxat niet bedoeld was voor gebruik door kinderen/jeugdigen. Hierin ligt besloten dat het hof de stellingen van [eiser] op dit punt (die er juist van uitgaan dat GSK ten onrechte Seroxat in het verkeer heeft gebracht voor gebruik door de doelgroep waartoe [eiser] behoorde) heeft verworpen. Ook om deze reden faalt de klacht.
off-labelSeroxat heeft voorgeschreven, niet kan worden tegengeworpen aan GSK, nu dit voorschrijven een eigen verantwoordelijkheid is van de voorschrijvend arts. [36] Volgens [eiser] is deze overweging onbegrijpelijk in het licht van de vaststelling van het hof dat het in 2001 niet ongebruikelijk was dat kinder- en jeugdpsychiaters SSRI’s, waaronder paroxetine, voorschreven aan kinderen en jeugdigen met een depressie. Het hof zou hebben verzuimd te motiveren waarom in dat geval niet GSK, maar de voorschrijvend arts aansprakelijk zou zijn. Het hof is daarbij uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, nu de opvatting dat in geval van een gebrekkig product slechts de voortschrijvend arts aansprakelijk is, geen steun vindt in het recht.
off-labelvoorschrijven van een medicijn de voorschrijvend arts aansprakelijk is (voor eventuele gezondheidsschade). Dat heeft het hof niet overwogen. Het hof heeft het in de bestreden overweging niet over
aansprakelijkheid, maar over de “
eigen verantwoordelijkheid (…) van de voorschrijvend arts”. [37] Ik wijs ook nog op rov. 4.5, waarin het hof heeft overwogen dat drs. A.P. Meiners (senior medisch adviseur farmacovigilantie) onbestreden in het deskundigenrapport [38] van 30 januari 2019 schrijft dat bij
off-label-gebruik de arts
verantwoordelijkis voor het buiten de goedgekeurde registratievoorwaarden voorschrijven van een geneesmiddel.
off-labelvoorschrijven van Seroxat heeft gepromoot. Het hof heeft deze stelling verworpen. Dat (een onderneming van) GSK in de Verenigde Staten (in 2001) promotionele activiteiten heeft verricht voor het
off-labelvoorschrijven van Seroxat aan minderjarigen kan volgens het hof in deze procedure niet worden tegengeworpen aan de Nederlandse dochteronderneming GSK die in deze procedure partij is. Gesteld noch gebleken is dat deze promotionele activiteiten in de Verenigde Staten invloed hebben gehad op het
off-labelvoorschrijven in Nederland, meer in het bijzonder het
off-labelgebruik van de huisarts van [eiser] bij het voorschrijven van Seroxat aan [eiser] . Niet onbegrijpelijk is dat het hof specifiek in dit kader heeft meegewogen dat GSK niet kan worden tegengeworpen dat de huisarts van [eiser] hem
off-labelSeroxat heeft voorgeschreven.
JAACAPin 2001 bekend was met de uitkomsten van “
het onderzoek” (bedoeld is: “
Study 329” en met de uitkomsten is dan bedoeld: de uitkomsten zoals die blijken uit de publicatie in
JAACAP). Het hof heeft geoordeeld dat er, ook daarvan uitgaande, geen reden was voor GSK om de artsen en/of het publiek
nader– dat wil zeggen bovenop of naast de reeds in de productinformatie van 1991 en 1999 (randnummers 1.8 en 1.9 hiervoor) opgenomen waarschuwingen – te waarschuwen voor het gebruik van Seroxat door kinderen/jongeren vanwege de toename van de kans op suïcidaliteit en de geringe werking van Seroxat (rov. 4.7). Aan dit oordeel heeft het hof ten grondslag gelegd dat:
Study 329” niet door onafhankelijke onderzoekers is uitgevoerd (rov. 4.8, eerste alinea);
Study 377” en “
Study 701”, randnummers 1.17 en 1.18 hiervoor) betrekking hadden op de (niet-)werkzaamheid van Seroxat bij kinderen en adolescenten en niet op een verhoogd suïciderisico (rov. 4.8, tweede alinea) en dat
Study 329” en de andere afgeronde studies, in 2001 (in de periode juni-november 2001 toen [eiser] Seroxat gebruikte) of eerder een ‘extra’, generieke waarschuwing af te geven voor de mogelijke risico’s van het gebruik door minderjarigen dan wel dat Seroxat geen effectieve werking had (rov. 4.10).
en de geringe werking van Seroxat”), de tweede alinea van rov. 4.8 (“
(naast de niet duidelijk effectieve werking voor minderjarigen)”), de eerste zin van rov. 4.9 (“
waaronder ook de niet-werkzaamheid begrepen kan worden volgens het hof”) en rov. 4.10 (“
dan wel dat Seroxat geen effectieve werking had”).
JAACAP-publicatie in 2001 bekend was met de uitkomsten van het onderzoek, (ook dan) niet gehouden was om nader te waarschuwen voor het gebruik van Seroxat door kinderen/jongeren vanwege de toename van de kans op suïcidaliteit en de geringe werking van Seroxat. Volgens [eiser] zijn deze oordelen onbegrijpelijk, omdat:
Study 329” blijkt dat GSK om commerciële redenen besloten heeft om (tijdens een Europees congres) [41] niet te verklaren dat de werkzaamheid niet is aangetoond, omdat dit het profiel van paratoxine (de werkzame stof van Seroxat, randnummer 1.7 hiervoor) zou ondermijnen; en
Study 329” de stelling [43] heeft ingenomen dat het GSK bekend was dat Seroxat geen effectieve werking had bij adolescenten en dat GSK dit niet wilde publiceren/niet met de buitenwereld wilde delen.
JAACAP-publicatie in 2001 bekend was met de uitkomsten van “
Study 329” onbegrijpelijk zijn.
Het is commercieel gezien niet acceptabel om dan ook te verklaren dat de werkzaamheid niet is aangetoond, want dat zou het profiel van paroxetine ondermijnen”, maar niet de daaraan voorafgaande tekst, terwijl de betreffende zin ook niet goed naar het Nederlands is vertaald. [45] De zin die [eiser] geciteerd heeft, maakt deel uit van de volgende tekst in het memo:
PROPOSALS
regulatory submissions” in te dienen bij de bevoegde autoriteiten voor gebruik van Seroxat/paroxetine door adolescenten, omdat de werkzaamheid daarvan niet is aangetoond door de onderzoeken die in het memo genoemd worden (“
Studies 377 and 329”). Zie ook p. 1 van het memo (onder “
Executive summary”: “
Data from these 2 studies are insufficiently robust to support a label change and will therefore not be submitted to the regulatory authorities.” Een “
label change” zit er dus vooralsnog niet in. In de tweede plaats stelt de opsteller voor om “
at this time” ook geen
safety statement(als in: Seroxat is veilig voor gebruik door adolescenten) aan te vragen, omdat de bevoegde autoriteiten daarin de promotie van
off-labelgebruik zouden kunnen zien en omdat dan ook medegedeeld moet worden dat de werkzaamheid van paroxetine (naar ik begrijp: bij adolescenten) niet is aangetoond, hetgeen vanuit een commercieel oogpunt onwenselijk is. Zo gelezen, is het memo minder negatief dan in de memorie van antwoord naar voren wordt gebracht: de opsteller van het memo stelt niet zozeer voor om relevante informatie onder het tapijt te vegen, maar om te wachten met het doen van bepaalde aanvragen bij de bevoegde autoriteiten, juist gelet op hetgeen uit “
Studies 377 and 329” is gebleken.
interne e-mails” van GSK waarop [eiser] een beroep heeft gedaan, merk ik op dat in productie 3 bij de memorie van antwoord foto’s van een beeldscherm zijn opgenomen. Op die foto’s zijn in grote letters bepaalde zinnen zichtbaar, kennelijk afkomstig uit e-mails. Op die foto’s is niet te zien wie de betreffende zinnen heeft gestuurd en aan wie; wanneer die zinnen zijn verstuurd, of de tekst van de kennelijke e-mails volledig is weergegeven, in welk verband de tekst is verstuurd enzovoorts. Van een deugdelijk bewijsmiddel is mijns inziens geen sprake. Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat het hof aan deze foto’s voorbij is gegaan. [47]
JAACAP-publicatie in 2001 bekend was met de uitkomsten van het onderzoek (randnummer 3.12 hiervoor) en heeft geoordeeld dat GSK ook dan niet nader hoefde te waarschuwen voor het gebruik van Seroxat door kinderen/jongeren vanwege de kans op suïcidaliteit en de geringe werking van Seroxat. Het hof is er niet van uitgegaan dat GSK bekend was met de
niet-werkzaamheidvan Seroxat (bij gebruik door kinderen/jongeren). Uit geen van de overwegingen van het hof onder het kopje ‘
De waarschuwingsplicht van GSK’ (rov. 4.7 tot en met 4.11) kan dit worden afgeleid. De klacht brengt ook niet naar voren uit welke overwegingen van het hof dit dan wel kan worden afgeleid. In plaats daarvan doet de klacht vergeefs (randnummers 3.16 en 3.20 hiervoor) een beroep op de stellingen van [eiser] met betrekking tot het memo van oktober 1998 en de interne e-mails van 3 november 2000 en 5 maart 2001 (randnummer 3.15 hiervoor).
aangezien de veiligheid en werkzaamheid van dit middel bij die patiëntengroep niet is vastgesteld”, het hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de waarschuwings- en zorgplicht van GSK. In het bijzonder heeft het hof dan, door in rov. 4.9 (het niet kunnen vaststellen van) de werkzaamheid gelijk te schakelen met de niet-werkzaamheid, het rechtens relevante verschil miskend tussen het geval dat de werkzaamheid van een medicijn (voor een bepaalde doelgroep) (nog) niet is vastgesteld en het geval dat in een (eerste) onderzoek de niet-werkzaamheid is vastgesteld. Volgens [eiser] doet zich het tweede geval voor: GSK zou hebben geweten dat Seroxat niet werkte bij kinderen/adolescenten. Daarom mocht, zo begrijp ik het subonderdeel, GSK niet volstaan met de waarschuwing als weergegeven in rov. 2.5 (randnummer 1.9 hiervoor), waaraan het hof refereert in rov. 4.9. [49]
niet-werkzaamheidvan Seroxat (bij gebruik door kinderen/jongeren) (randnummer 3.21 hiervoor).
Study 329” en “
Study 377”), die geen werkzaamheid aantoonden, behoefde te waarschuwen, terwijl zij wist van het algemene risico op suïcidaal gedrag en het
off-labelgebruik bekend was. Er bestaat volgens [eiser] een levensgroot verschil tussen enerzijds “
We weten niet of het werkt” en “
We weten dat het niet werkt”, zeker als bekend is dat er risico’s aan het medicijn verbonden zijn.
condicio sine qua non-verband. Volgens het onderdeel verlangde de goede procesorde dat het hof, in plaats van meteen eindarrest te wijzen, bekend zou maken waarom het ervan afzag een deskundige te benoemen en dat het hof partijen de gelegenheid zou bieden zich daarover uit te laten.
condicio sine quanon-verband niet kan worden doorgeschoven naar de schadestaatprocedure, [55] en dat
misschiennog een deskundige nodig
zou kunnenzijn. [56] Rekening houdend met die
mogelijkheidheeft het hof aan [eiser] en GSK de vraag voorgelegd welke soort deskundige dan wat hen betreft zou moeten worden benoemd (een psychiater of een farmacoloog?), zodat
in dat opzichteen verrassingsbeslissing zou worden voorkomen. [57] [eiser] moest er dus rekening mee houden dat het hof zich in het eindarrest zelf zou uitspreken over het (niet vaststaan van het) causaal verband.
Ik ga nu geen concrete vragen stellen. Het zou fijn zijn als een deskundige hier iets over kan zeggen.”, te vinden op p. 17 van het proces-verbaal, uitgesproken door de voorzitter van het hof, valt mijns inziens geen toezegging van het hof te lezen dat in elk geval een deskundige zal worden benoemd. [eiser] heeft ook niet uit deze woorden mogen afleiden dat een deskundige zou worden benoemd. Deze wat ongelukkig gekozen woorden zijn door de voorzitter van het hof gebezigd in het kader van de vraag welke soort deskundige zou moeten worden benoemd – een psychiater of een farmacoloog –
alsdaaraan zou worden toegekomen. Dit laatste was voor het hof geen vanzelfsprekendheid. Aan de betreffende woorden gaan dan ook vooraf “
Een deskundige die er iets van kan vindenkan nog nodig zijn(…)” en “
Misschienmoet er nog iemand komen die verstand heeft van de gevolgen van zo’n medicijn voor de geest (…)” (p. 16 van het proces-verbaal) (onderstrepingen zijn van mij, A-G). En nadien heeft de voorzitter van het hof nog opgemerkt dat er veel mogelijkheden zijn om de zaak juridisch op te lossen. [58]
één pil Seroxat de schade van [eiser] heeft veroorzaakt”. [59] Die advocaat had ook het laatste woord in het gedeelte van de comparitie waarin het over het causale verband ging. De advocaat van GSK suggereerde ter afsluiting dat,
alseen deskundige zou worden benoemd, het hof een voorspelbaar antwoord zou krijgen (als in: de schade van [eiser] kan
wel, maar kan ook
nietdoor Seroxat zijn veroorzaakt). [60] Dit betekent dat ook het nut van het benoemen van een deskundige onderdeel is geweest van de comparitie van partijen. [eiser] moest er dan ook rekening mee houden dat het hof tot de slotsom zou komen dat benoeming van een deskundige niet opportuun is.
Study 329” had vrijgegeven.
subonderdeel 4.1betoogt [eiser] dat het hof in rov. 4.13 tot en met 4.16 ten onrechte, althans zonder toereikende motivering, is voorbijgegaan aan (het beroep van [eiser] op) de omkeringsregel. Volgens [eiser] valt niet in te zien waarom in dit geval niet is voldaan aan de vereisten voor toepasselijkheid hiervan. Op grond van de beslissingen van het hof staat vast dat het door [eiser] gestelde gevaar van Seroxat zich kan hebben verwezenlijkt. [eiser] heeft zes zware depressies en vijf pogingen tot zelfmoord achter de rug. Volgens [eiser] kon het hof onder die omstandigheden niet volstaan met afwijzing op de enkele grond dat ook andere medicatie, de onderliggende ziekte of de door [eiser] doorgemaakte
life eventsde klachten hebben kunnen veroorzaken.
geen enkel aanknopingspunt[vindt]
voor de stelling van [eiser] dat de Nederlandse artsen (onder wie zijn huisarts) Seroxat niet (“off label”) zouden hebben voorgeschreven als zij van de uitkomsten van “Study 329” (en “Study 377” en “Study 701”) op de hoogte zouden zijn geweest, mede gelet op de afwezigheid van richtlijnen voor kinderen/jongeren met een depressie en de reeds in de productinformatie opgenomen waarschuwing.” Het hof is daarom voorbijgegaan aan deze “
niet onderbouwde stelling van [eiser]”. In deze overweging van het hof ligt besloten dat het hof geen aanleiding heeft gezien voor toepassing van de door [eiser] voorgestane omkeringsregel: al zou immers de door [eiser] voorgestane norm, strekkende tot het openbaar maken van onderzoeksgegevens door bedrijven als GSK, bestaan, en al zou GSK zich aan deze norm hebben gehouden door de uitkomsten van “
Study 329”, “
Study 377” en “
Study 701” openbaar te maken, dan nog is niet gezegd dat [eiser] Seroxat niet voorgeschreven zou hebben gekregen. Van een zich opdringend causaal verband, waarmee de toepassing van de omkeringsregel kan worden gerechtvaardigd, is dan ook geen sprake. [63]
off label”) zouden hebben voorgeschreven als zij van de uitkomsten van “
Study 329” (en “
Study 377” en “
Study 701”) op de hoogte zouden zijn geweest, mede gelet op de afwezigheid van richtlijnen voor kinderen/jongeren met een depressie en de reeds in de productinformatie opgenomen waarschuwing. [eiser] verwijst naar door hem ingenomen stellingen, [64] die er samengevat op neerkomen dat GSK, als zij op een open en eerlijke wijze met de data verkregen in het kader van (onder meer) “
Study 329” zou zijn omgegaan, bekend zou zijn geworden dat Seroxat geen effectieve werking heeft bij kinderen/jongvolwassenen, maar enkel ernstige bijwerkingen, zoals agressie en suïcide. Het hof zou deze stellingen ten onrechte niet bij zijn oordeelsvorming hebben betrokken. Het is volgens [eiser] een feit van algemene bekendheid dat een geneesmiddel waarvan de fabrikant aangeeft dat het geen werking heeft, niet wordt voorgeschreven door een arts.
stellingen. Daarin heeft het hof echter geen
aanknopingspuntenhoeven vinden. Met “
aanknopingspunt” in rov. 4.14 zal het hof bedoeld hebben een meer
objectieve bron, zoals een rapport van een deskundige of een verklaring van een huisarts of een psychiater, die kan dienen ter ondersteuning van de
stellingvan [eiser] dat de Nederlandse artsen (onder wie de huisarts van [eiser] ) Seroxat niet (
off-label) zouden hebben voorgeschreven als zij van de uitkomsten van “
Study 329” (en “
Study 377” en “
Study 701”) op de hoogte zouden zijn geweest. De stellingen waar [eiser] een beroep op doet, zijn niet als zodanig aan te merken.
off-labelgebruik bij kinderen zoals [eiser] zou hebben plaatsgevonden, “
wanneer GSK althans op een open en eerlijke wijze met de data verkregen in het kader van (onder meer) Studie 329 zou zijn omgegaan”. [65] Een objectieve bron ter onderbouwing van deze stelling – een aanknopingspunt – wordt echter niet geboden. De overige stellingen waarnaar [eiser] in cassatie verwijst, houden geen verband met de stelling waarover het hof het heeft in de door [eiser] bestreden overweging. [66]
Varia en bewijsaanbod”, [69] aangevoerd dat één enkele dosis (van een middel als Seroxat) al leidt tot onomkeerbare veranderingen in het brein, hetgeen zou worden toegelicht in één (Engelstalige) publicatie, vindbaar op het internet via een hyperlink [70] die wordt gegeven. Het hof was niet gehouden om in te gaan op deze, terloopse, niet nader uitgewerkte stelling van [eiser] . Uit het door [eiser] weergegeven citaat uit de publicatie blijkt ook niet dat volgens de publicatie één enkele dosis al leidt tot “
onomkeerbare veranderingen in het brein”. Het woord “
onomkeerbare” (
irreversiblein het Engels) wordt in het citaat niet gebezigd. Er staat “
dramatic changes” en dat klinkt weliswaar serieus, maar het betekent zoiets als “
duidelijk zichtbare veranderingen”. Uit het citaat kan ook niet worden afgeleid dat de auteurs van de publicatie een onderzoek hebben verricht naar de langetermijneffecten van (bepaalde) antidepressiva. Daarentegen blijkt uit het citaat dat de onderzoekers hersenscans hebben gemaakt vóór en na de inname van (gebruikelijk voorgeschreven) SSRI’s. Het onderzoeksresultaat hield in dat (op de gemaakte foto’s) “
changes in connectivity” in het brein te zien waren binnen drie uur na de inname van een dosis. Dat is niet per se negatief. Onder het kopje “
Main Findings and Implications” valt dan ook niet te lezen dat (uit het onderzoek gebleken is dat) SSRI’s schadelijk zijn voor het brein. [71]