Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
coin pocketinbreuk maakt op het positiemerk van Diesel. Het hof heeft, voor zover relevant in cassatie, geoordeeld dat er geen sprake is van overeenstemming tussen merk en teken waardoor er geen sprake is van een sub b- of sub c-merkinbreuk. Daartegen wordt wat mij betreft tevergeefs in cassatie met rechts- en motiveringsklachten opgekomen door Diesel.
Sub b-merkinbreuk?
4.Bespreking van het cassatiemiddel
Equivalenza [11] uit 2020 in twee fases plaats. [12] In de eerste fase wordt beoordeeld of sprake is van enige overeenstemming. Allen wanneer hiervan sprake is, komt de rechter toe aan fase twee waarin hij dient te beoordelen of met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het geval er daadwerkelijk verwarringsgevaar is [13] . In deze zaak speelt de beoordeling van de overeenstemmingsvraag in fase 1 een hoofdrol.
eerste onderdeelvalt uiteen in vijf subonderdelen en is gericht tegen rov. 29.
onder 1.1van het oordeel van het hof in rov. 29, klaagt Diesel
onder 1.2dat het hof met zijn oordeel heeft miskend dat ter beoordeling van de vraag of een merk en een conflicterend teken gelijk zijn of overeenstemmen (en daardoor verwarringsgevaar kan ontstaan) allereerst moet worden onderzocht of het merk en het teken op grond van de totaalindruk die zij in het geheugen van het relevante publiek achterlaten (visueel, fonetisch en begripsmatig) een bepaalde (ook al is het maar een geringe) mate van overeenstemming vertonen (‘fase 1’). De beoordeling van de totaalindruk van het merk moet volgens Diesel plaatsvinden op grond van alle kenmerken daarvan en niet slechts de kenmerken die de totaalindruk ‘met name’ bepalen. Verder stelt Diesel dat het hof heeft miskend dat voor de vaststelling van die overeenstemming in ieder geval dezelfde kenmerken relevant zijn als voor de beoordeling of het merk voldoende onderscheidend vermogen heeft in de zin van art. 2.28 lid 1 sub b BVIE.
coin pocketaan de rechtervoorzijde van een broek,
coin pocketschuin naar beneden naar de linker rand,
coin pocket,
coin pocketin twee vlakken wordt verdeeld,
coin pocket.
coin pocket.
coin pocket. Het hof is dus, in lijn met de rechtspraak van het HvJ EU, tot de conclusie gekomen dat enkele bestanddelen van het merk bepalend zijn voor het totaalbeeld en heeft bij de beoordeling van het onderscheidend vermogen en bij de vergelijking van de merken in het bijzonder rekening gehouden met deze onderscheidende en dominerende bestanddelen van het merk.
coin pocketbestrijkt als het ware de kenmerken genoemd in rov. 22 onder 2, 4, 5. Het hof heeft de overige in rov. 22 genoemde kenmerken kennelijk minder relevant geacht. Ik wijs er daarbij op dat het hof in rov. 29 heeft overwogen dat een label op een
coin pocketzodanig algemeen is dat dit element op zichzelf niet een zelfstandig onderscheidende plaats heeft en verwaarloosbaar is. Daaropvolgend heeft het hof, onbestreden in cassatie, overwogen dat het hier gaat om een
positiemerkdat juist de positie van het label – en niet het label op zichzelf – op de
coin pocketbeoogt te beschermen [42] . Deze overwegingen dienen in samenhang met elkaar te worden gelezen. Het hof heeft daarmee overwogen dat voor zover kenmerken van het merk vooral zien op het label op zichzelf, deze kenmerken bij de vergelijking minder relevant worden geacht. Dat het hof heeft geoordeeld dat er onderscheidende en dominerende elementen zijn en daarnaast kenmerken die minder relevant zijn, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting.
coin pocketals onderscheidende en dominerende bestanddelen.
coin pocketals onderscheidende en dominerende bestanddelen aan te merken niet – en anders dan Diesel tot uitgangspunt neemt in 4.2.8 t/m 4.2.12 van de s.t. en 6 van haar repliek – bij de vaststelling van de totaalindruk van het Diesel-merk de mate van onderscheidend vermogen van het Diesel-merk in z’n geheel van belang geacht.
China Constructionheeft het Hof immers overwogen dat de bepaling van het dominerende bestanddeel van een teken weliswaar relevant kan zijn voor de vergelijking van de conflicterende tekens, maar dat daaruit nog niet volgt dat de bekendheid en de mate van onderscheidend vermogen van dat teken, die betrekking hebben op het teken in zijn geheel, het mogelijk maken te bepalen welk bestanddeel van dat teken domineert in de perceptie van het relevante publiek. De bekendheid of het grote onderscheidend vermogen van een merk kan niet leiden tot de vaststelling dat een van de bestanddelen van dit merk domineert ten opzichte van een ander bestanddeel ervan bij de beoordeling van de overeenstemming van de conflicterende tekens [43] .
coin pocket, namelijk de bijzondere schuine stand van de strook en de plaats daarvan op de onderste deel van (het zichtbare deel van) de
coin pocket, als onderscheidend en dominerend kunnen worden aangemerkt en dat daarmee in het bijzonder rekening moet worden gehouden.
de coin pocketgeen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De klachten van onderdeel 1.2 falen.
coin pocket. Het hof heeft volgens Diesel onvoldoende gemotiveerd waarom de andere in rov. 22 genoemde kenmerken voor de totaalindruk niet, of minder, relevant zijn. Diesel stelt dat een dergelijke motivering wel van het hof mocht worden verwacht, omdat zij erop heeft gewezen dat het merk zich juist kenmerkt door de combinatie van de vormgevingskenmerken.
coin pocket. Door het gebruik van de woorden ‘met name’ heeft het hof aangeven dat het ook andere kenmerken van het merk relevant, zij het minder relevant, acht en in zijn beoordeling heeft betrokken.
coin pocket. Zoals ik heb aangegeven bij de bespreking van de klacht onder 1.2, is de vaststelling van het totaalbeeld een feitelijke waardering die aan het hof is voorbehouden. Bij lezing van de zes kenmerken in rov. 22 is niet onbegrijpelijk dat het hof de bijzondere schuine stand van de strook en de plaats daarvan op de onderste deel van (het zichtbare deel van) de
coin pocketbepalend heeft geacht, aangezien het hof in rov. 29 te kennen heeft gegeven dat het om een
positiemerkgaat dat juist de positie van het label – en niet een label op zichzelf – op de
coin pocketbeoogt te beschermen. De overige kenmerken zijn dus minder relevant volgens het hof voor zover ze het label op zichzelf betreffen. Ook in rov. 23 heeft het hof aangegeven dat juist de twee genoemde kenmerken opvallend zijn. De klacht faalt.
coin pocketzodanig algemeen is dat dit element op zichzelf niet een zelfstandig onderscheidende plaats heeft, het hof heeft miskend dat de totaalindruk van een merk niet uitsluitend wordt bepaald door de elementen van dat merk die een ‘zelfstandige onderscheidende plaats’ hebben. In de tweede plaats klaagt Diesel dat voor zover het hof heeft geoordeeld dat aan die andere kenmerken geen betekenis toekomt omdat een label op een
coin pocketzodanig algemeen is dat dit element ‘verwaarloosbaar’ is, het hof heeft miskend dat alleen bij de bepaling van de totaalindruk van een samengesteld merk betekenis kan toekomen aan de omstandigheid dat bestanddelen ervan verwaarloosbaar zijn. Ten derde betoogt Diesel dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is omdat (1) het merk volgens het hof de onder (a)-(f) opgesomde kenmerken heeft en onder die zes kenmerken niet valt ‘een label op een
coin pocket’, en/of (2) geen van de door het hof in rov. 1.10 en 1.11 genoemde, door andere spijkerbroekenfabrikanten gebruikte
coin pocketlabels dezelfde combinatie van de onder (a)-(f) genoemde kenmerken van het Diesel-merk bezit.
coin pocket’ een van de kenmerken is van het merk. Ik wijs op mijn lezing van de tweede en derde zin van rov. 29 zoals hiervoor weergegeven in onder 4.22. Met deze overwegingen heeft het hof te kennen gegeven dat bij het vaststellen van het totaalbeeld van het (positie)merk van Diesel de bijzondere schuine stand van de strook en de plaats daarvan op de onderste deel van (het zichtbare deel van) de
coin pocketals onderdeel van de in rov. 22 genoemde zes kenmerken die zien op de positie van het label op de
coin pocketals onderscheidend en dominerend kunnen worden aangemerkt en dat daarmee in het bijzonder rekening moet worden gehouden. De overige kenmerken zijn minder relevant voor zover ze het label op zichzelf betreffen.
coin pocket, het hof heeft miskend dat de beoordeling van de totaalindruk van het merk steeds geschiedt op basis van alle kenmerken daarvan, althans aan de hand van alle kenmerken die bepalend zijn voor het onderscheidend vermogen van het merk. Ten tweede voert Diesel aan dat het oordeel van het hof dat het Diesel-merk alleen uit de voornoemde twee kenmerken zou bestaan onverenigbaar is met het oordeel van het hof in rov. 22 dat het merk wordt bepaald door de combinatie van de kenmerken (a)-(f) en met het oordeel van het hof in rov. 24 dat die combinatie van kernmerken het merk van huis uit onderscheiden vermogen verleent.
coin pocket.
coin pocketen vervolgens heeft afgewogen of het merk onderscheidend vermogen heeft.
onder 2.1, klaagt Diesel
onder 2.2dat het hof met dit oordeel heeft miskend dat bij de vaststelling van het totaalbeeld van het teken ten behoeve van de beantwoording van de vraag of tussen merk en teken enige mate van overeenstemming bestaat (fase 1) slechts betekenis toekomt aan de visuele of intrinsieke kenmerken van het teken. Bij vaststelling van het teken ter beoordeling van de overeenstemming met het merk komt volgens Diesel geen betekenis toe aan de bekendheid van een daarop aangebracht merk of teken. Evenmin komt betekenis toe aan het feit dat zo’n daarop aangebracht merk als woordmerk is geregistreerd. Het hof heeft daarom ten onrechte geoordeeld dat de bekendheid van het woordmerk CALVIN KLEIN bij de vaststelling van het CK-teken en de beoordeling van de overeenstemming met het Diesel-merk gewicht in de schaal legt. Het hof heeft volgens Diesel in ieder geval miskend dat die aspecten het teken niet ‘met name’ kunnen bepalen. Voor zover het hof heeft geoordeeld dat het gegeven dat CALVIN KLEIN een woordmerk is en wereldbekend is visuele kenmerken zijn, is dat oordeel volgens Diesel onbegrijpelijk, nu dat geen visuele kenmerken zijn.
rivets’), onderzocht moet worden of CK een daarmee overeenstemmend, van de aan- of afwezigheid van woordelementen en versiersels geabstraheerd, onderscheidingsteken gebruikt. Aldus heeft het hof volgens Diesel ten onrechte aangenomen dat het CK-teken woordelementen en
rivetsomvat, en dat de aanwezigheid van die woordelementen en
rivetsbij de vergelijking met het Diesel-merk relevante punten van verschil oplevert. Althans is het oordeel onbegrijpelijk omdat het hof niet heeft vastgesteld dat het totaalbeeld van het Diesel-merk (mede) wordt bepaald door de afwezigheid van woorden en versiersels op het label.
positiemerkgaat dat juist de positie van het label, en niet een label op zichzelf, op de
coin pocketbeoogt te beschermen.
rivetszichtbaar.
rivetsomvat. Bij dit oordeel heeft het hof, anders dan Diesel betoogt bij repliek onder 12, geen belang gehecht aan de omstandigheden waaronder een teken wordt gebruikt. Het hof heeft terecht merk en teken vergeleken aan de hand van de intrinsieke kwaliteiten ervan. De woordelementen en versiersels die onderdeel uitmaken van het CK-teken zoals gebruikt, zijn immers, in tegenstelling tot wat Diesel tot uitgangspunt neemt, intrinsieke kwaliteiten van het teken die visueel waarneembaar zijn.
coin pocket, terwijl het Diesel label een schuin label is op het onderste deel van (het zichtbare deel van) de
coin pocket. Zelfs al zou het hof de woordelementen en
rivetsbuiten beschouwing moeten laten, dan nog treft het middel geen doel nu het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat de positie van het CK-label niet overeenstemt met de positie van het Diesel-label.
Aire Limpiooverwogen dat uit zijn rechtspraak niet volgt dat het woordelement van een samengesteld merk systematisch domineert binnen de totaalindruk die het merk oproept [46] .
rivetsen het bovendien een recht label is aan de bovenzijde van de
coin pocket, nu Diesel heeft gesteld dat het teken zich ook visueel kenmerkt door (a) een op de
coin pocket(‘5e pocket’) aangebracht label dat zich uitstrekt over de hele breedte van de pocket, (b) de vorm van het label rechthoekig en langgerekt is, (c) het label is vervaardigd van een geweven materiaal dat afwijkt van het geweven materiaal van de spijkerbroek zelf en (d) het label de
coin pocketonderbreekt en is aangebracht tussen het bovenste deel denim-stof en het laagste deel van denim-stof van de
coin pocket(en de pocket zo dus in twee vlakken verdeelt). Dit zijn volgens Diesel evident kenmerken die ten behoeve van de vergelijking met het Diesel-merk in belangrijke mate de visuele totaalindruk van het teken bepalen. Voor zover het hof met zijn oordeel dat het label zich bevindt aan de bovenkant van de
coin pocketheeft geoordeeld dat zich boven en onder het label geen tot de
coin pocketbehorende denim-stof bevindt, is dit oordeel volgens Diesel bovendien onbegrijpelijk gemotiveerd, omdat dat wel het geval is.
positiemerkgaat dat juist de positie van het label – en niet een label op zichzelf – op de
coin pocketbeoogt te beschermen. Hieruit volgt dat het hof geen belang hecht aan de kenmerken van het label zelf, maar dat het gaat om de positie daarvan.
coin pocketbehorende denim-stof bevindt. Met de overweging dat het een recht label is aan de bovenzijde van de
coin pocket, heeft het hof alleen aangegeven dat de plaatsing van het CK-label afwijkt van de plaatsing van het Diesel-label. Het CK-label bevindt zich aan de bovenzijde van de
coin pocketen het Diesel-label is geplaatst op de onderste deel van (het zichtbare deel van) de
coin pocket. De klacht faalt in zoverre bij gebrek aan feitelijke grondslag. Subonderdeel 2.6 faalt.
rivets– niet meer als zelfstandige (onderscheidende) tekens herkent, het hof eveneens blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting of zijn oordeel onvoldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd.
coin pocketvan een spijkerbroek, betekenis heeft toegekend aan de woordelementen en
rivets. Volgens Diesel had het hof die woordelementen en
rivetsniet in de vergelijking mogen betrekken om vervolgens te concluderen dat het Diesel-merk en het CK-teken niet overeenstemmen vanwege de aanwezigheid van de woorden en
rivets. In dat kader betoogt Diesel dat het hof voor zover het heeft geoordeeld dat het CK-teken een samengesteld teken is, tevens had moeten oordelen dat het beeld van het label als bestanddeel van het samengestelde teken in de totaalindruk een zelfstandig onderscheidende plaats inneemt. Op die manier komt Diesel tot de conclusie dat het hof het beeld van de labels op zichzelf met elkaar had moeten vergelijken zonder de woordelementen en
rivetsin de vergelijking te betrekken.
Thomson Lifevan het HvJ EU. [49] Het ging in dat arrest om het oudere merk
Lifeen het latere merk
Thomson Life. Het Hof heeft overwogen dat niet valt uit te sluiten dat in bepaalde gevallen een ouder merk, dat een derde samen met een ander teken gebruikt in een samengesteld teken, daarin een zelfstandige onderscheidende plaats inneemt, zonder dat het woord dit samengestelde teken domineert. Anders gezegd is het niet zo dat alleen sprake kan zijn van overeenstemming wanneer het overgenomen oudere merk in het samengestelde teken zodanig onderscheidend is dat de overige elementen kunnen worden verwaarloosd. Het kan dus voorkomen dat een later teken een merk bevat dat in dat teken een zelfstandige onderscheidende plaats heeft, en dus door het publiek gescheiden gezien kan worden van het teken als geheel, zodat het relevant kan zijn om alleen dat ene merkdeel te beschouwen, ook al is dat niet het dominerende bestanddeel van het totale teken. Er kan immers verwarringsgevaar zijn op basis van de totaalindruk van het samengestelde latere teken.
een positiemerkgaat dat juist de positie van het label – en niet een label op zichzelf – op de
coin pocketbeoogt te beschermen (rov. 29). Het gaat dus niet om het label zelf, maar om de positie van het label. Deze klachten gaan dus allemaal uit van de onjuiste uitgangspunt dat het hof het beeld van het label op zichzelf in het Diesel-merk en het CK-teken diende te vergelijken. Bij de behandeling van de klachten over een samengestelde teken ontbreekt zodoende belang, aangezien deze, ook indien zij op zichzelf gegrond mochten zijn, niet tot een voor Diesel gunstige beslissing kunnen leiden.
coin pocketdie zo geplaatst is dat de
coin pocketin twee vlakken wordt verdeeld en die in een lichte met de kleur van de broek contrasterende kleur is uitgevoerd, in het door CK gebruikte samengestelde teken geen zelfstandig onderscheidende plaats heeft, is dat oordeel in het licht van Diesel’s stellingen dat die kenmerken het totaalbeeld van het CK-teken mede bepalen onbegrijpelijk omdat het hof daarover niets kenbaars heeft overwogen.
rivetskenmerken vertoont die overeenstemmen met de kenmerken van het merk en in hoeverre die zelfstandig het oordeel kunnen dragen dat het teken overeenstemt met het merk. Dat oordeel is volgens Diesel te meer onvoldoende gemotiveerd, omdat Diesel onderbouwd heeft gesteld dat en waarom het CK-teken – los van de bekendheid van het woordmerk, het woord en de
rivets– in het licht van de in onderdeel 2.6 genoemde kenmerken overeenstemt met de kenmerken van het Diesel-merk.
rivets, terwijl CK niet heeft gesteld dat sprake is van een samengesteld teken. CK heeft enkel – samengevat – gesteld dat zij naast het gebruikte teken ook andere tekens op de bedoelde plaats aanbrengt waardoor het gevaar voor verwarring wordt weggenomen. Voor zover het hof de stellingen van CK wel aldus heeft uitgelegd dat sprake zou zijn van een samengesteld teken, heeft het hof dus een onbegrijpelijke uitleg gegeven aan de processtukken.
coin pocketis het niet onnavolgbaar dat het hof heeft geoordeeld dat er geen punten van overeenstemming zijn. Het hof hoefde om die reden niet alle door Diesel onder 2.6 genoemde kenmerken, waarop de klacht lijkt te doelen, in zijn overweging te betrekken. De klachten onder 3.2 falen.
coin pocket, en (d) aan elk uiteinde van het CK-label zich een
rivetbevindt, niet op een begrijpelijke wijze het oordeel kan dragen dat er geen bepaalde mate van (visuele) overeenstemming (hoe gering ook) tussen het merk en het teken bestaat. Het hof heeft aldus geen aandacht besteed aan de door Diesel gestelde (visuele) overeenstemming van het merk en het teken met betrekking tot de onder 1.3 sub (b) – (f) genoemde kenmerken en evenmin aan de stelling dat ook het teken van CK in de praktijk schuin georiënteerd is of kan zijn en grondt zijn oordeel voor het overige bovendien op de voor de vergelijking niet relevante omstandigheden: een woord, een woordmerk, de (wereld)bekendheid van dat woordmerk en de aangebrachte
rivets.
coin pocketlabel heeft aangebracht, maar tegelijk ook het woordmerk Calvin Klein. Nadat Diesel had betoogd dat er sprake is van verwarringsgevaar (onder 33-36), of indirecte verwarring (onder 37), heeft Diesel onder 38, waarnaar wordt verwezen in de cassatiestukken, gesteld dat het woordmerk vanaf geringe afstand niet meer leesbaar is terwijl het beeldmerk nog steeds duidelijk waarneembaar is en CK’s woordmerk dus niets doet aan het voorkomen van
post saleverwarring. Aangezien Diesel niet heeft gesteld dat de woordelementen niet leesbaar zijn en dus de door het publiek naar totaalindrukken waargenomen overeenstemming niet kunnen wegnemen, behoefde het hof dat niet in zijn beoordeling te betrekken.
ten overvloedeoverwogen dat voor zover al enige visuele overeenstemming zou moeten worden aangenomen, er geen sprake is van verwarringsgevaar omdat Diesel – kort gezegd - dit punt onvoldoende heeft onderbouwd. Bij de klachten gericht tegen deze overweging ontbreekt dus belang, omdat deze overweging niet dragend is voor de beslissing en de klachten gericht tegen het oordeel over de overeenstemming gezien het voorgaande zijn gestrand. Ik zal de klachten toch kort inhoudelijk bespreken.
onder 4.1van de bestreden overweging, klaagt Diesel
onder 4.2dat voor zover het hof met deze overwegingen heeft geoordeeld dat de overeenstemming in de zin van ‘fase 1’ tussen het merk en het teken gering is, het hof heeft miskend dat het ter vaststelling daarvan de door middelonderdeel 3.1 uiteengezette toets had moeten aanleggen en daartoe (dus) niet alleen kan toetsen aan de verschillen tussen merk en teken.
nietheeft geoordeeld dat de overeenstemming gering is, omdat het hof in rov. 29-31 juist heeft geoordeeld dat er
geensprake is van overeenstemming. In rov. 32 is het hof er
veronderstellenderwijsvan uitgegaan dat er
welsprake is van enige overeenstemming en het hof heeft overwogen dat die overeenstemming dan
uiterst geringis. Ook in dat geval is het hof tot de conclusie gekomen dat er geen sprake is van verwarringsgevaar en dus ook niet van sub b-inbreuk. De klacht gaat dus uit van een onjuiste lezing van het arrest en faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Voor het overige vormen de klachten een herhaling van de klachten van onderdeel 3 en delen zij in het lot daarvan.
Onder 4.5klaagt Diesel dat voor zover het hof heeft geoordeeld dat het verwarringsgevaar ontbreekt en daarom niet aan de eisen uit fase 2 is voldaan, het hof heeft miskend dat die beoordeling moet plaatsvinden op basis van een globale beoordeling op basis van alle relevante omstandigheden van het geval. Het hof heeft met zijn oordeel – met name dat Diesel niet voldoende heeft onderbouwd dat er reëel gevaar bestaat dat het relevante publiek kan menen dat onderhavige broeken van Calvin Klein van Diesel of een daarmee economisch verbonden onderneming afkomstig zijn – in ieder geval miskend dat het verwarringsgevaar niet alleen eruit kan bestaan dat het relevante publiek meent dat de producten van de gebruiker van het teken afkomstig zijn van de merkhouder, maar er ook uit kan bestaan dat het relevante publiek meent dat de producten van de merkhouder afkomstig zijn of verband houden met de producten van de gebruiker van het teken. Kortweg: dat het Diesel product dat de consument kent iets te maken heeft met CK (indirecte verwarring).
Onder 4.6voert Diesel aan dat het oordeel van het hof in ieder geval onvoldoende is gemotiveerd, omdat het hof niet (kenbaar) is ingegaan op haar betoog dat verschillende omstandigheden tot een vergroot verwarringsgevaar leiden. Diesel somt de volgende omstandigheden op:
coin pocket [57] . Dat deze kenmerken niet uit de merkinschrijving blijken (rov. 22) laat onverlet dat zij volgens de rechtspraak van het HvJ EU wel meewegen als bijkomende omstandigheid bij de globale beoordeling van het verwarringsgevaar. Daarop heeft Diesel zich ook beroepen [58] ;
post sale confusion, omdat het woordmerk CALVIN KLEIN vanaf geringe afstand al niet meer leesbaar is, terwijl het beeldmerk van Diesel bij diezelfde afstand nog wel als zodanig waarneembaar is [60] .
coin pocketwordt beschermd. Het hof behoefde dus deze kenmerken - die zien op het label
an sich– niet in zijn beoordeling te betrekken.
Onderdeel5 bestaat uit vier subonderdelen en is gericht tegen het oordeel van het hof in rov. 33-34.
ten overvloedeoverwogen dat indien al zou kunnen worden aangenomen dat er enige, naar het oordeel van het hof dan
zeer geringe, overeenstemming zou zijn tussen het teken en het merk, het beroep op de sub c-grondslag al faalt omdat Diesel onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van ongerechtvaardigd afbreuk doen aan of voordeel trekken uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk. Bij de klachten gericht tegen deze overweging ontbreekt dus belang, omdat deze overweging niet dragend is voor de beslissing en de klachten gericht tegen het oordeel over de overeenstemming gezien het voorgaande zijn gestrand. De nu volgende bespreking ervan is dus in zoverre ten overvloede.
onder 5.1, klaagt Diesel
onder 5.2dat de klachten van onderdeel 1-3 over het oordeel van het hof dat merk en teken niet overeenstemmen meebrengen dat rov. 33 – dat op dat oordeel voortbouwt – niet in stand kan blijven.
Onder 5.3voert Diesel aan dat het hof in ieder geval heeft miskend dat de vraag of sprake is van ongerechtvaardigde afbreuk aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het Diesel-merk door het gebruik van het CK-teken (het verwateringsgevaar) globaal – en normatief – moet worden beoordeeld met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het geval, waarbij het bestaan van een grote kans op een wijziging van het economische gedrag van de gemiddelde consument van de waren waarvoor het Diesel-merk is ingeschreven op logische gevolgtrekkingen kan worden gebaseerd. Voor zover het hof dat niet heeft miskend, klaagt Diesel dat zijn oordeel onvoldoende is gemotiveerd omdat het hof niet ingaat op (1) de door Diesel gestelde omstandigheden die bij die globale beoordeling moeten worden betrokken, namelijk – voor zover relevant – de identiteit van de betrokken waren, de overlap van het relevante publiek in het hogere marktsegment, de grote mate van bekendheid van het Diesel-merk en het grote intrinsieke en door gebruik verkregen onderscheidend vermogen van het Diesel-merk, en (2) de gemotiveerde stelling van Diesel dat uit de omstandigheden dat CK het CK-teken combineert met haar eigen woordmerk logischerwijs volgt dat het gevaar bestaat dat de identificerende functie van het Diesel-merk teniet gaat.
Onder 5.4betoogt Diesel dat voor zover het hof zijn oordeel (mede) heeft gebaseerd op de omstandigheid dat de overeenstemming tussen merk en teken ‘zeer gering’ is, die motivering onbegrijpelijk is, omdat het hof niet heeft toegelicht waarom die overeenstemming zeer gering is. Indien het hof daarbij heeft voortgebouwd op zijn oordeel uit rov. 29-31 en de aldaar geconstateerde kenmerken van het Diesel-merk en het CK-teken en de daartussen bestaande verschillen, kan dat oordeel volgens Diesel in het licht van de daartegen in onder 1-3 gerichte klachten evenmin stand houden.
Onderdeel 6bestaat uit één subonderdeel en is gericht tegen rov. 29-34.
Onder 6.1betoogt Diesel, kort gezegd, dat voor zover het hof in rov. 29-34 tot uitgangspunt heeft genomen dat het door Diesel in eerste aanleg betrokken stellingen over de mate van overeenstemming tussen merk en teken, het verwarringsgevaar en het gevaar voor verwatering niet bij zijn beoordeling hoefde te betrekken, het hof eraan voorbij ziet dat het die stellingen op grond van de positieve zijde van de devolutieve werking van het hoger beroep bij zijn beoordeling moest betrekken.
welkestellingen met vindplaatsen in eerste aanleg het gaat.
Onderdeel 7bestaat uit een restklacht
onder 7.1.