ECLI:NL:PHR:2022:720
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens formele tekortkoming
De verdachte werd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep omdat het hof oordeelde dat het hoger beroep te laat was ingesteld. De verdachte had zich op de laatste dag van de beroepstermijn bij het gerechtsgebouw gemeld en verklaard hoger beroep te willen instellen, maar er werd geen akte opgemaakt vanwege een ambtelijk verzuim.
De advocaat van de verdachte voerde aan dat het enkele verschijnen en de verklaring op de griffie voldoende was om het hoger beroep tijdig in te stellen, ook al ontbrak de akte. De procureur-generaal stelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door te oordelen dat het ontbreken van de akte het instellen van het hoger beroep op 11 september 2020 uitsloot.
De Hoge Raad overwoog dat het afleggen van een verklaring op de griffie voldoende is voor het instellen van hoger beroep en dat het ontbreken van een akte niet doorslaggevend is. Het hof had onvoldoende gemotiveerd vastgesteld of de verdachte daadwerkelijk een verklaring op de griffie had afgelegd. De conclusie van de procureur-generaal was dat het middel gegrond is en dat het vonnis van het hof moet worden vernietigd en de zaak moet worden terugverwezen voor nieuwe behandeling.
De zaak betreft een cassatie tegen een niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens vermeende termijnoverschrijding, waarbij de formele vereisten van het instellen van hoger beroep centraal stonden. De Hoge Raad benadrukt de relativering van het belang van de akte en het belang van daadwerkelijke verklaring op de griffie.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis van niet-ontvankelijkheid en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.