II. Bewezenverklaring en bewijsoverweging
3. Ten laste van de verdachte is, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, bewezenverklaard dat:
“1.
hij op 3 oktober 2019 te Sint Maarten, opzettelijk en met
voorbedachte raad, een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met behulp van een vuurwapen een kogels in en/of door het lichaam van die [slachtoffer] geschoten, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden.”
4. Het Hof heeft in het promis-vonnis de bewezenverklaring als volgt gemotiveerd (de voetnoten zijn hier weggelaten):
“Het bewijs
Overweging ten aanzien van feit 1
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep erkend dat hij het is geweest, die op de ten laste gelegde datum en plaats met een vuurwapen kogels heeft afgevuurd op het slachtoffer [slachtoffer]. Over de feitelijke gang van zaken heeft de verdachte echter niet verklaard, omdat hij daaraan geen herinnering (meer) zou hebben.
Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen blijkt van de volgende feiten en omstandigheden. De verdachte en het slachtoffer [slachtoffer] kenden elkaar.
Die verhouding werd volgens de verdachte gekenmerkt door een dispuut over de rechten tot gebruik van een perceel grond dat door de verdachte werd gehuurd. Op de dag waarop het voor [slachtoffer] fatale schieten plaatsvond heeft een incident plaatsgehad, waarbij de verdachte zich gesteld zag tegenover [slachtoffer] en [betrokkene 1]. Dat incident speelde zich af in het verkeer en laat zich omschrijven als volgt. [slachtoffer] bestuurde een pick-up en reed daarmee zodanig over de weg dat hij de doorgang voor de tegemoetkomende, door de verdachte bestuurde auto belemmerde. Een daarop volgende discussie tussen de verdachte enerzijds en [slachtoffer] en diens bijrijder [betrokkene 1] anderzijds, is in een woordenwisseling ontaard. Daarbij zijn de gemoederen hoog opgelopen. De verdachte heeft in woede een honkbalknuppel tevoorschijn gehaald en is voor die pick-up gaan staan. Vervolgens heeft uiteindelijk [slachtoffer] die knuppel aan de verdachte ontfutseld, waarop hij en [betrokkene 1] weer in hun pick-up zijn gestapt waarna deze zich in beweging zette. Vervolgens is de verdachte naar de bestuurderszijde van de pick-up gelopen en heeft hij de bestuurder [slachtoffer] aangeroepen:
"je hebt een probleem met mij!", welk aanroepen vergezeld ging van verdachtes kussen van zijn vinger en het maken van een handbeweging, daarmee kennelijk het gebruik van een vuurwapen richting [slachtoffer] simulerend. Nadat [slachtoffer] en [betrokkene 1] weer zijn uitgestapt is de ruzie in een handgemeen ontaard, waarbij de verdachte klappen heeft moeten incasseren. Toen [slachtoffer] en [betrokkene 1] in de pick-up wegreden is de verdachte door een ander tot kalmte gemaand, waarop de verdachte heeft gezegd:
"ok, ok, ik ben rustig, maar ik zal terugkomen". Hierop is ook de verdachte in zijn auto gestapt en is hij weggereden.
Uit met behulp van camera's vastgelegde beelden is vast komen te staan dat het hierboven beschreven incident zich op 3 oktober 2019 heeft afgespeeld, tussen 10.32 uur en 10.36 uur. Vervolgens is vastgelegd dat verdachtes auto tussen 10.42 uur en 11.06 heen en weer is gereden: vanaf de Souaglia Road de Souaglia Drive oprijdend (10.42 uur), daarvan afrijdend (10.44 uur) en weer die Drive oprijdend (11.06 uur). Om 11.06 uur is die auto in de richting van de plaats van het delict gereden, om daar om 11.08 uur daarvandaan te rijden. Het is de verdachte geweest die van nabij met een vuurwapen gericht op [slachtoffer] en [betrokkene 1] heeft geschoten.
Vervolgens, omstreeks 11.15 uur, heeft de verdachte zich vervoegd bij een politiebureau. Hij heeft een vuistvuurwapen op de balie gelegd onder mededeling dat hij zojuist een persoon had beschoten:
"I came to give myself, I just shot someone".Na te zijn aangehouden heeft de verdachte bij gelegenheid van zijn voorgeleiding verklaard:
“I have an ongoing problem with the man [slachtoffer] concerning land.
Today he blocked me in the road and we had a confrontation. It was [slachtoffer] and another man. They managed to take away a baseball bat from me and beat me up. After this I got into my car, went to my garage to get my gun and then came back. I shoot [slachtoffer] and I believe the other guy too. Then I drive to the police station and give up myself."
In verhoor bij de politie heeft de verdachte over zijn gangen na het hierboven beschreven incident op straat vervolgens verklaard:
Q: So you drove off to your place. What did you do next?
A: I just went for the gun and went back for them.
Q: And then what?
A: I come to them and shot them.
Q: Where did you drove to?
A: I drove to where they were.
Q: Where were they?
A: The problem was too much for me. It is some place at the back there. I cannot explain where it is. I saw them drove over there. So I went there.
Voor bewezenverklaring van de aan de verdachte verweten voorbedachte raad moet komen vast te staan dat zijn handelen het gevolg is geweest van een tevoren door hem genomen besluit, en dat hij tussen het nemen van dat besluit en de uitvoering daarvan de gelegenheid heeft gehad om over de betekenis en de gevolgen van die voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven. Dat de verdachte heeft gehandeld naar een tevoren genomen besluit leidt het Hof af uit het navolgende.
De door het Hof vastgestelde feitelijke gang van zaken vat het Hof aldus samen, dat de verdachte tegen de achtergrond van een (ander) conflict in een woordenwisseling en vechtpartij met o.a. [slachtoffer] verzeild is geraakt. Hij heeft toen ten overstaan van o.a. [slachtoffer] aangekondigd dat hij zou terugkomen, en heeft daarbij ten overstaan van [slachtoffer] vuurwapengebruik gesimuleerd. Hij is weg- en vervolgens heen en weer gereden, en is na ommekomst van ongeveer 20 minuten naar de werkplek van [slachtoffer] gereden en heeft van nabij met een vuistvuurwapen kogels op hem afgevuurd. Zo bezien heeft hij gedaan wat door hem tevoren tijdens het straatincident is aangekondigd en gesuggereerd: terugkomen bij [slachtoffer], en op hem schieten met een vuistvuurwapen, terwijl zijn hierboven weergegeven nadien gedane uitlating en afgelegde verklaringen daarvan een bevestiging vormen.
Het Hof komt op grond hiervan voorts tot de conclusie dat de verdachte, vanaf de ruzie en het handgemeen op straat tot het moment dat hij [slachtoffer] op diens werkplek opzocht en doodschoot, tijd heeft gehad zich te beraden op zijn voorgenomen handelingen. Voor hem heeft derhalve de gelegenheid bestaan om over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven, welke gelegenheid hij blijkens zijn ten overstaan van o.a. [slachtoffer] gesproken woorden ook heeft benut. Kortom: niet handelen in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, doch met voorbedachte raad in de juridische betekenis die aan dat begrip dient te worden gegeven. Het enkele feit dat verdachtes gedragingen toen en daar ook door emotie ingegeven zijn geweest levert niet een zodanige contra-indicatie op dat hij daardoor de voor hem opengestaan hebbende gelegenheid zich rekenschap te geven van de gevolgen van zijn voorgenomen daad niet kan hebben benut of dat zulks niet van hem kan worden gevergd. Feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel dienen te leiden zijn niet aannemelijk geworden. Zoals uit het navolgende zal blijken kent het Hof aan het aspect van emotie betekenis toe bij de aan de verdachte op te leggen straf.”