De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens het rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 600 microgram per liter uitgeademde lucht. Het hof legde een taakstraf en een rijontzegging op. De verdachte stelde in cassatie dat het hof onjuist had geoordeeld over de toepassing van artikel 16, vijfde lid, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (BADG), omdat hij het verslag van het bloedonderzoek pas ruim een jaar na het delict ontving, waardoor zijn verdediging werd geschaad.
De Hoge Raad overwoog dat het verslag van het bloedonderzoek op 3 september 2018 per post was verzonden naar het door verdachte opgegeven adres en dat het niet ontvangen van het verslag door de verdachte niet betekent dat het voorschrift van het Besluit onjuist is toegepast. Het Besluit vereist alleen dat het verslag zo spoedig mogelijk wordt verzonden, niet dat de verdachte het ook daadwerkelijk tijdig ontvangt.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat het bloedonderzoek een tegenonderzoek betrof na de ademanalyse en dat de verdachte geen recht had op een aanvullend tegenonderzoek op het bloedonderzoek zelf. Het hof had het verweer van de verdediging dan ook terecht verworpen. Het cassatieberoep faalt en het arrest van het hof blijft in stand.