ECLI:NL:PHR:2022:887
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks termijnoverschrijding en wijzigt strafoplegging niet
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord. Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was in het hoger beroep, ondanks dat de appelschriftuur met een termijnoverschrijding van 16 dagen werd ingediend. Dit omdat de verdachte tijdig op de hoogte was en geen nadeel had ondervonden.
De verdediging voerde aan dat de termijnoverschrijding tot niet-ontvankelijkheid van het OM moest leiden en dat de wijziging van de regeling omtrent de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) door de Wet straffen en beschermen een reden was voor strafvermindering. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de wijziging betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van de straf en niet op de straf zelf.
De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad bevestigt dat het hof een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de ontvankelijkheid van het OM en dat het niet verplicht is een strafvermindering toe te passen vanwege de wetswijziging. De zaak wordt daarmee in stand gelaten zonder vernietiging of strafvermindering.
De uitspraak benadrukt dat de ernst van het misdrijf en het belang van een volledige behandeling prevaleren boven formele termijnoverschrijdingen van het OM. Tevens wordt bevestigd dat wijzigingen in de tenuitvoerlegging van straffen niet automatisch leiden tot een lagere strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontvankelijkheid van het OM en de opgelegde straf zonder vermindering.