De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens diefstal door twee of meer verenigde personen met braak. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld. Een belangrijk middel betrof de nietigheid van het hoger beroep omdat de pleitnotities die de raadsman tijdens de zitting gebruikte, niet meer bij de stukken aanwezig waren.
Uit het proces-verbaal bleek dat de raadsman zich tijdens de terechtzitting van 4 mei 2021 op deze pleitnotities had beroepen, maar bij toezending aan de Hoge Raad ontbraken deze documenten. Navraag bij het hof leerde dat deze pleitnotities niet op het hof waren achtergebleven. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of ter terechtzitting verweren of onderbouwde standpunten waren ingebracht.
De Hoge Raad oordeelde dat dit verzuim zo ernstig was dat het in strijd is met een behoorlijke procesorde. Omdat het onherstelbaar was, leidde dit tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak. Het arrest werd daarom vernietigd en de zaak terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep.