ECLI:NL:PHR:2022:899

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2022
Publicatiedatum
4 oktober 2022
Zaaknummer
21/02299
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing arrest diefstal wegens nietigheid hoger beroep

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens diefstal door twee of meer verenigde personen met braak. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld. Een belangrijk middel betrof de nietigheid van het hoger beroep omdat de pleitnotities die de raadsman tijdens de zitting gebruikte, niet meer bij de stukken aanwezig waren.

Uit het proces-verbaal bleek dat de raadsman zich tijdens de terechtzitting van 4 mei 2021 op deze pleitnotities had beroepen, maar bij toezending aan de Hoge Raad ontbraken deze documenten. Navraag bij het hof leerde dat deze pleitnotities niet op het hof waren achtergebleven. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of ter terechtzitting verweren of onderbouwde standpunten waren ingebracht.

De Hoge Raad oordeelde dat dit verzuim zo ernstig was dat het in strijd is met een behoorlijke procesorde. Omdat het onherstelbaar was, leidde dit tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak. Het arrest werd daarom vernietigd en de zaak terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer21/02299
Zitting12 juli 2022

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1. De verdachte is bij arrest van 18 mei 2021 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, heeft bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 mei 2021 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.
4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 4 mei 2021 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van zijn pleitnotities die door hem aan het hof zijn overgelegd.
5. De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij bericht in het webportaal van de Hoge Raad van 17 maart 2022 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnotities. Desgevraagd heeft de griffier van het hof bij brief van 4 april 2022 de Hoge Raad bericht dat deze pleitnotities niet op het hof zijn achtergebleven.
6. Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
7. Het vorengaande brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en het tweede middel geen bespreking behoeft.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG