Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
(…) Ik wil morgen om 18 uur dat [medewerker 1] , [medewerker 2] en [eiser][i.e. [eiser] ]
naar de zaak komen om het opgestelde huisreglement te ondertekenen. (…)”
“Dit is niet de bedoeling [eiser] ”.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
New Hairstyle I-beschikking. Onderdeel 3 betreft de betwisting door [eiser] van stellingen van The Pint dat hem eerdere waarschuwingen zijn gegeven en onderdeel 4 gaat over het oordeel over gunstige kansen voor [eiser] op de arbeidsmarkt. Onderdeel 5 ziet op de matiging van de billijke vergoeding en onderdeel 6 is een louter voortbouwende klacht.
de verwijtbaarheden van [eiser] voldoende reden is om aan hem geen transitievergoeding, billijke vergoeding en een vergoeding voor onregelmatige opzegging te bepalen” [6] . Uit [eiser] ’s verweerschrift in incidenteel appel volgt dat [eiser] de grieven van The Pint beperkt heeft opgevat, te weten zodanig dat die alleen de verwijtbaarheid betreffen van de gedragingen in het kader van de wens van The Pint om aan [eiser] geen vergoeding toe te kennen [7] - en niet als inhoudelijk gericht tegen rov. 16 van de beschikking van de kantonrechter.
New Hairstyle Iheeft miskend voor het begroten van de billijke vergoeding, of althans een ontoereikende motivering heeft gegeven.
New Hairstyle I-beschikking [10] heeft de Hoge Raad gezichtspunten geformuleerd die bij het vaststellen van de billijke vergoeding van art. 7:681 lid 1 onder Pro a BW moeten worden betrokken. A-G De Bock heeft deze gezichtspunten in haar conclusie vóór
New Hairstyle IIals volgt inzichtelijk samengevat [11] :
New Hairstyle Ivolgt dat bij het bepalen van de hoogte van een toe te kennen billijke vergoeding alle omstandigheden van het geval door de rechter in acht dienen te worden genomen. De billijke vergoeding is een compensatie voor het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever als tegenwicht voor de keuze van de werkgever voor een vernietigbare opzegging, zij het dat de billijke vergoeding geen punitief karakter heeft. Wat betreft de motiveringsplicht van de rechter volgt volgens de klacht uit de
Blue Circle-beschikking [12] dat de rechter op alle argumenten van partijen moet ingaan om zijn beslissing deugdelijk te motiveren. De motivering van het hof spoort hier volgens de klacht niet mee en is onvoldoende inzichtelijk in het licht van de aangevoerde stellingen van [eiser] . Dat wordt in het subonderdeel als volgt (uitvoerig) nader uitgewerkt.
New Hairstyle Iis uitgemaakt dat de rechter in de motivering van zijn oordeel inzicht dient te geven in de omstandigheden die tot de beslissing over de hoogte van de vergoeding hebben geleid [16] . In
Blue Circleis daar aan toegevoegd dat het oordeel over de hoogte van de vergoeding begrijpelijk moet zijn, mede in het licht van het debat dat partijen over de vergoeding hebben gevoerd [17] . Verder volgt uit
New Hairstyle II [18] dat bij de vraag hoe lang de arbeidsovereenkomst zou hebben voortgeduurd zonder de gewraakte beëindiging wel het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever moet worden weggedacht, maar niet de overige omstandigheden van het geval. Anders dan [eiser] betoogt, is de strekking van
Blue Circleniet dat de rechter op alle argumenten van partijen moet ingaan wil zijn beslissing deugdelijk gemotiveerd zijn (in gelijke zin verweerschrift in cassatie onder 13). Een rechter moet immers op voor zijn beslissing relevante stellingen en verweren responderen en kan bepaalde standpunten ook impliciet verwerpen. Hij hoeft niet één voor één alle argumenten van partijen te bespreken om zijn oordeel begrijpelijk te motiveren [19] . Hoever de motiveringsplicht reikt is afhankelijk van hetgeen ter processe vaststaat, hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd en het belang van de aangevoerde stellingen voor de uitkomst van de procedure [20] .
New Hairstyle Idat bij het bepalen van de billijke vergoeding mede moet worden betrokken hoe lang de arbeidsovereenkomst naar verwachting zou hebben voortgeduurd indien de werkgever niet door ernstig verwijtbaar handelen de verstoring van de arbeidsverhouding zou hebben veroorzaakt. De te maken gevalsvergelijking betreft enerzijds de feitelijke situatie waarin de werknemer is komen te verkeren door de opzegging en anderzijds de hypothetische situatie waarin de werknemer zou hebben verkeerd als de onrechtmatige opzegging achterwege zou zijn gebleven [24] . Aan [eiser] kan worden toegegeven dat een ‘feitelijke gevalsvergelijking’ moet worden toegepast waarbij in het kader van de bedoelde hypothetische situatie alleen de onrechtmatige opzegging moet worden ‘weggedacht’, maar de aan die onrechtmatige opzegging voorafgegane feiten en omstandigheden níet [25] .
New Hairstyle-maatstaf heeft miskend omdat het geen ‘feitelijke gevalsvergelijking’ heeft toegepast nu het de stellingen van partijen omtrent de gebeurtenissen in 2020 niet nadrukkelijk heeft betrokken in zijn overwegingen, terwijl die feiten ook een rol spelen bij de vraag of sprake is van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.
onder 2dis dat de motivering van het hof in rov. 3.16 onjuist en/of onbegrijpelijk is aangezien geen aandacht wordt besteed aan wat de hypothetische ontbindingsrechter zou hebben besloten ten aanzien van het hypothetische verzoek om toekenning van een billijke vergoeding in het licht van de feiten uit 2020 en de onbetwiste stelling dat The Pint geen poging heeft gedaan de arbeidsrelatie te herstellen via bijvoorbeeld een mediationtraject [26] . De overweging van het hof dat The Pint buiten het ontslag op staande voet geen ernstig verwijt kan worden gemaakt is niet voldoende inzichtelijk en aanvaardbaar om die overweging te dragen, temeer als bedacht wordt dat de arbeidsrelatie volgens het hof al jaren problematisch was en mediation in een dergelijke situatie naar algemeen aanvaard inzicht een geschikt middel is om de verhoudingen te normaliseren. De ontbindingsrechter moet immers de mate waarin de verstoorde arbeidsverhouding aan de werkgever te verwijten is betrekken bij de beoordeling of van de werkgever in redelijkheid kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren en daarbij waarde hechten aan een al dan niet ingezette poging tot mediation of een verbetertraject.
'New Hairstyle'-maatstaf tot de omstandigheden die bij het begroten van een billijke vergoeding kunnen meewegen. Zelfs al zou het hof tot het oordeel zijn gekomen dat de schade van [eiser] in dit verband wegens de toegewezen vordering aangaande de onregelmatige opzegging moet worden verrekend, blijft een verschil over dat relevant is voor de begroting van de billijke vergoeding. Blijkens rov. 3.20 bedraagt die vergoeding voor de onregelmatige opzegging slechts € 7.499,04, zodat er een schadepost voor [eiser] overblijft, welke in aanmerking had moeten worden genomen bij het berekenen van de billijke vergoeding.
billijke vergoeding, omdat [eiser] al een
vergoeding is toegekend wegens onregelmatige opzeggingten belope van € 7.499,04
te vermeerderen met vakantiegeldin rov. 3.20, door het hof gemotiveerd als: “Dit is het bedrag gelijk aan het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren.” Deze vakantiegeldcomponent is precies hetgeen in de klacht wordt gemist, maar dat is dus al gecompenseerd. Subonderdeel 2f treft dan ook geen doel.
New Hairstyle’-maatstaf en art. 6:95 BW Pro, in het kader van de begroting van de billijke vergoeding een inzichtelijke (schade)berekening of specificatie in zijn overwegingen had moeten opnemen die controleerbaar is. Daarzonder is de motivering niet voldoende inzichtelijk of aanvaardbaar, te meer omdat de discrepantie tussen het gevorderde en het toegewezen bedrag aanzienlijk is en van de rechter mag worden verwacht dat duidelijk wordt gemaakt waarom het meerdere niet toewijsbaar is.
New Hairstyle Ien
Blue Circlezijn dat de rechter in de motivering inzicht moet geven in de omstandigheden die tot de beslissing over de hoogte van de vergoeding hebben geleid en dat het oordeel over de hoogte daarvan begrijpelijk moet zijn, mede in het licht van het debat dat partijen over de vergoeding hebben gevoerd. Daaruit volgt niet dat de rechter een berekening of specificatie in zijn overweging zou moeten opnemen [34] . Ook maakt de enkele omstandigheid dat er een aanzienlijk verschil is tussen het gevorderde en het toegewezen bedrag niet dat de motivering van het hof hier onbegrijpelijk is.
New Hairstyle Ien spoort ook met de grote mate van vrijheid van de feitenrechter bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding.
nietaangevoerd dat de vooruitzichten in de horeca in de tweede helft van 2020, culminerend in een harde lockdown medio december 2020 en vanaf eind januari 2021 zelfs met een avondklok, ten tijde van het ontslag van [eiser] en kort erna tot en met in ieder geval eind april 2021 helemaal niet zo gunstig waren (tot aan eind februari 2022 heeft de horeca nog met bij vlagen meer of minder (zeer) ingrijpende beperkingen te maken gehad [46] ), hetgeen ten tijde van de mondelinge behandeling in appel eind oktober 2021, in een tijdvak van betrekkelijke versoepeling van de zwaarste beperkende maatregelen, klaarblijkelijk een beetje op de achtergrond was geraakt gelet op het partijdebat ter appelzitting. Als van belang zijnd gezichtspunt uit
New Hairstyle Iwelke inkomsten [eiser] in de toekomst kan verwerven (vgl. de weergave van die gezichtspunten hiervoor in 4.7 onder e)), heeft het hof acht kunnen slaan op de werkvooruitzichten van “horecaman” [eiser] in de toekomst in het kader van de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding. Dat is niet onjuist of onbegrijpelijk. Onderdeel 4 kan niet tot cassatie leiden.
subonderdeel 5cis het matigingsoordeel van de billijke vergoeding onjuist en/of onbegrijpelijk, omdat een billijke vergoeding op grond van art. 7:671b lid 9 sub c en/of art. 7:682 lid 1 sub c BW Pro niet voor matiging vatbaar is. Een billijke vergoeding is immers geen (wettelijke) schadevergoeding en kan, gelet op de eisen van art. 6:109 BW Pro, niet worden gematigd. Ook art. 7:680a BW mist in dit verband toepassing, aangezien die bepaling uitsluitend ziet op matiging van loondoorbetaling, en daarvoor noodzakelijk is dat onverminderde doorbetaling zou leiden tot 'onaanvaardbare gevolgen' voor de werkgever. Dat sprake is van dergelijke 'onaanvaardbare gevolgen' is door The Pint niet aangevoerd en kan dus niet worden meegewogen in de motivering.
New Hairstyle Irov. 3.4.5 is uitgemaakt dat voor zover elementen van de vaststelling van de billijke vergoeding zien op de vergoeding van schade van de werknemer, de wettelijke regels van art. 6:95 e.v. BW zich lenen voor overeenkomstige toepassing. Het hof heeft bij het vaststellen van de billijke vergoeding er onder meer rekening mee gehouden hoe lang de arbeidsovereenkomst naar verwachting nog zou hebben voortgeduurd, als het ontslag op staande voet zou zijn vernietigd. Dit element van de billijke vergoeding betreft schade van de werknemer door het onrechtmatige ontslag op staande voet waarop de wettelijke regels van art. 6:95 e.v. BW van overeenkomstige toepassing zijn, waaronder art. 6:109 BW Pro over de matiging van schadevergoeding. De rechtsklacht is daarmee tevergeefs voorgesteld. De motiveringsklacht over art. 7:680a BW behoeft dan geen bespreking. Nu ook subonderdeel 5c geen doel treft, is heel onderdeel 5 tevergeefs voorgesteld.